|
Maatjes! Donderdagavond moet ik beslissen wat of het morgen gaat worden. Gerrit Hooijmaijers was de enige die zich meldde voor de vistocht, dus die gaat morgen mee. De haven ligt dicht, en eigenlijk is het voor snoekbaars toch uitgesproken slecht hier in de omgeving. Het weerbericht daarentegen is niet slecht, alleen waait het nét iets te hard voor groot water: drie tot vier.
Maar geen regen of sneeuw, geen vorst... Volgens Gerrit zouden we moeten kiezen tussen de Haringvlietbrug en Middelharnis; allebei Haringvliet. Dus die kant uit, in ieder geval. Ik ben om negen uur bij Gerrit. Even later zitten we al op de Rijksweg richting Zierikzee. De vergrendeling is in orde: ‘ctchack’ - de grendel die omlaagklapt - en ‘kloenck’ - de vergrendeling zelf -.
Wanneer we over de Haringvlietbrug rijden, vindt Gerrit de golfkes wat hoog. Bovendien staan er maar drie! trailers, en het is al tegen tienen! Beter naar Middelharnis, maar ik mag beslissen. We rijden door. De helling in Middelharnis is netjes, met een vriendelijk parkeerterreintje bij de haven. Beetje ondiep is het wel, beter de motor omhoogklappen. Wanneer ik naar achter loop, zie ik dat er iets niet klopt bij het stangenstelsel achter de motor, daar waar de achterlichten en de kentekenplaat bevestigd zitten. Wel verdomme, nou is er tóch weer een van die grote zwartplastic knobbelknoppen verdwenen waarmee je de dwarsstang achter vastzet aan de liggers. Losgetrild. Zoals al die zes knoppen steeds maar weer lostrillen. Wat een waardeloze kutconstructie is dat toch! Teringlijer M. duikt gierend weg onder de trailer en kan nog net mijn woeste trap ontwijken. “Gecontroleerd bij het wegrijden Junge?”, hoor ik ‘m grijnzen. “Uh, nou ja, nee, maar...”. Enfin, ik moet dan toch eindelijk maar een soort extra borging voor die dingen verzinnen. Ik denk aan elastiek, een stuk binnenband dat je erover spant, zoiets...
Genoeg hierover. In no time ligt de boot erin en kunnen we varen. Geen enkele trailer te zien hier. Da’s niet zo’n heel goed teken. Het zonnetje schijnt. We varen rechtsaf het H‘vliet op. “Bij gindsen boeien Jan!”, zegt den Gerrit. Het is vlakbij. Op mijn dieptemeter zie ik dieptes van meer dan 20 meter voorbijgaan. Oeps! Er staat veel meer wind dan je zo op het eerste gezicht zou zeggen. Bovendien is de temperatuur aan de lage kant. Toch is het nog goed vissen onder de dekking van de dijk hier. Gerrit zet een koers uit die van diep naar ondiep loopt en andersom. Weten we straks hoe diep of dat ze azen...
Ik gebruik de drop, Gerrit z’n geliefde fireball. Omdat je ook op ruim 20 meter diepte moet vissen, ga ik al snel over op de 30 grams loodjes. Er staat weinig stroming, maar je moet wél varen. Ik begrijp bij god de mensen niet die én diep vissen én - zachtjes - varen én loodjes van 18 gram of minder gebruiken. Enne, ik zit met 6/00 lijn hè. Da’s dúnne zeshonderdste, niet van dat spul waarbij 6/00 op de spoel staat maar dat zo dik is als een breinaald...
We rommelen flink in het rond. Gerrit gaat over op loodkopshads, ik probeer de net aangeschafte wondertjes van Bartje. Keihard roze (Finn S), rozerood met een licht buikske (Culprit), fluorgroen (Finn S), roodroze (Finn S), bruine Sluggo’s, ook in het ruggetje gehaakt, bruin gespikkelde Culprit, het merendeel in de grotere maten. Maar ondanks dat we zeer mooie lijnen trollen met de elektro, krijgen we er niets op. Meteen ga je weer in je kop halen dat dit glas- en glasheldere water in combinatie met de felle zon een dodelijke cocktail is voor enige activiteit van de lichtschuwe snoekbaars, maar is dat ook werkelijk zo?
Het is tegen half twaalf wanneer ik Gerrit’s stokske omhoog zie zwiepen. De kromming spreekt boekdelen. Fish on! Zo te zien is het een mooie ook. En het is een mooie! De vis zal rond de 65 cm zijn. Wie een gelukkig mens wil zien kijke naar de photographie hieronder.

Snoekbaars. 65 cm. Istie happy of istie happy?
We rommelen verder. De lichte stroom stuwt ons langzaam langs de dijk, prima zo. Maar wanneer ik terug wil trollen, tegen de stroom in dus, dan gaat dat eigenlijk niet. Het is een fenomeen dat ik al vaker opmerkte. Zelfs op slechts tien meter diepte, met een enkele, niet te grote, slanke shad, ga ik met 30 gram van de bodem wanneer ik ook maar een tikje ‘vaart’ maak. Onder een hoek van 45 graden vissend en dus met veel meer uistaande lijn - hetgeen ik niet echt lekker meer vind vissen - lukt het uiteraard wat langer om de bodem te houden, maar de weerstand neemt daarbij ook nog eens dusdanig toe dat je eigenlijk een zwaardere hengel nodig hebt. En toch kom je tenslotte los. Tegen de stroom in vissend zou je dus een gram of veertig, vijftig moeten vissen, - waarbij uiteraard een zwaardere stok nodig is -, maar zulke loodkoppen bestaan er niet. Veertig gram kun je nog vinden bij Fauna, laat staan dat je ook nog eens zulke zware fireballs kunt kopen. Dat betekent – volgens mij – dat er nooit tegen de stroom in gevist wordt, maar altijd met de stroom mee. Anders zou er wel zwaarder lood op de markt zijn. Waar vraag naar is, dat wordt gemaakt, zo simpel is dat. Heb ik gelijk? Kunnen specialisten als Willem Stolk, Rini Hofkens, en bijvoorbeeld de onvolprezen ultra licht vissende Belgische roofvisser Luc Coppens mij daar eens iets over vertellen? Hoe beleven zij dit?
Intussen vissen we geconcentreerd verder. Pas wanneer ik het door Baartjen persoonlijk aanbevolen gloedjenieuwe squid-paraplustaart shadje in teer-doorzichtig lila opzet, krijg ik vrijwel gelijk aan aanbeet. Of eigenlijk: ik loop vast. Het blijkt een mooie baars!

Mooie baars. Niet gemeten, maar laten we zeggen 45 cm...
We vissen nog een uur, maar alweer, geen beet. Tjongejonge wat moeizaam. We hebben nu álles uitgeprobeerd: kleine levende voorntjes, dode spiering aan de fireball, loodkopshads en allerhande dropkes. Niente.
We gaan het verderop proberen, daar ligt nog een boei die goed is volgens Gerrit. Maar die ligt op meer open water, én helaas, er staat een flinke golfslag; een nogal lange deining, juist zo dat ie hard op de spiegel klapt. Ik krijg nog net gaan water binnen, maar wel spray. Na een kwartier hebben we het bekeken. We proberen de volgende boei, die ligt nog onder de bescherming van de dijk. Toch waait het ook hier duidelijk meer. Er is erg weinig keus met deze wind. Geen wonder dat er zo weinig bootjes te zien zijn: passieve vis en te harde wind...
Terug naar de oorspronkelijk stek. Gerrit neemt het heft in handen. “Daar hadde we d’n beten, nou moet ge goed opletten wa’k oe nu zeg Jaan, asde nu zo en zo vist, dan liggen we juist op lijn!” Gerrit monteert een extra zware fireball van 40 gram. En binnen vijf minuten zie ik de ruige Brabander met opgeheven, gekromde hengel bezig! Pop! Eraf... Zjotverdzjomme. “Terug Jaan! Terug, we zijn afgedreven, daar en daar moeten we wezen!” De eerste vissen hadden we op een meter of zestien, deze aanbeet kwam van 20 meter! Ik vaar terug en we beginnen opnieuw. Het zal een kwartier duren, dan krijg ik een aanbeet. Ook los. Ik draai de montage omhoog: voorntje zwaar aangebeten. Verdorie die slikken ze dus niet gelijk, maar die pakken ze eerst. Gek eigenlijk, met een echt visje zijn ze voorzichtiger dan met rubber! Een half uurtje later kromt ook de stok van Gerrit zich alweer! “Slappe aanbeet”, roept Gerrit, “maar een leuke vis!” Klopt! Weer zo’n exemplaar van tegen de 70! “Dikke pens!,” roep ik. Gerrit kijkt zorgelijk omlaag naar z’n middel. “Nee, de vis!” Lachen!

Schitterende snoekbaars van tegen de 70 cm...
Het lijkt er op dat we een hotspot gevonden hebben. Maar die illusie hadden we al meer. Zal het dit keer kloppen? Het klopt, en het heet Gerrit. Nee hoor, geintje. “Vrouwkes”, weet de baardige Braber, “die gaan terug.” Gerrit geeft weer de nodige aanwijzingen en daar gaan we weer. Tock! Goddomme heeft ie er alweer eentje op! Deze is iets kleiner, maar nog steeds een fraaie vis. Ook ik krijg een ‘vastloper’, maar die lost wederom. Visje weg. Zie je wel, die pakken ze voorzichtig vast terwijl ze rubber opslokken. Hoe kan dat? De aanbeten komen van diep, rond de twintig meter. Voor mij een nieuwe sensatie, zo diep. Gek genoeg geen spoor van uitpuilende ogen of gezwollen zwemblazen!

Snoekbaars vanaf 20 meter diepte...
Steeds opnieuw brengen we de boot in stelling. Het blijkt maar een klein gebiedje waar ze bijten. Ik zet een tweede dun ‘worm’shadje bovenop het andere, je weet maar nooit. En klaps, weer zitten we beiden met gekromde stokken! Nu is het Gerrit die de vis verliest. Ik vermoed dat het visje wel weer gepakt zal zijn, dat hangt trouwens ook het laagst. Maar het is de dubbele montage!

Snoekbaars aan de dubbele montage...
Ik leg het hoe dan ook helemaal af tegen Gerrit’s fireball. “Jaan, da’s nog stèds het aallerbesten aas op den snoekboars da ‘r op den heelen wereld te vienden ies!” Ik knik flauwtjes. “Oh wha moedde we toch liecht visse op d’n snoekboars, mè ‘n aachtiengraams loodjen, aanders kaande ze nie krijge. Moar iek vies met veertieg graam - hahaha!- en ze springu aan board als gekke.” Hij heeft helemaal gelijk. Ik hoef maar te kikken en ik heb ook een fireball aan de lijn hangen, maar ik wil stijfhoofdig geen afstand doen van mijn eigen ‘mooie manier’ van vissen. “Ik geniet het meest van de vangsten van mijn bootgenoten”, prevel ik in mezelf. “Vuile huichelaar!”, hoor ik M roepen, maar ik trap ‘m de hoek in.

Gerrit vangt lustig verder. Zijn humeur is uitstekend.

“18 grams koppies, hahahahha!”
En nog eentje op de valreep, het lijkt erop dat de grote jongens nu gaan afhaken... Ik ben lek. “Het is tegen vijf uur”, piep ik laf, “straks moeten we de boot nog in het donker aftuigen”. Gerrit begrijpt de hint en staat me toe te stoppen. Het traileren is een eitje, de terugrit ook. Gezellig naast me dampend en paffend vertelt Gerrit de ene anekdote na de andere. In het donker verglijdt het asfalt onder de wielen. We zijn vissers en wat hebben we toch een móói leven, niet dan?
Ik wens de heren weer puike vangsten toe, een Petri Heil en uiteraard: Tight Lines!
Jan Junge
Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com
|