|
Friendz! De Eerste Sessie van het Nieuwe Jaar! Gisteren, donderdag, was het eindelijk weer eens vorstvrij – overdag althans – en er stond een lekker zonnetje, bovendien weinig wind. De weersverwachting voor vandaag is wat minder: nog steeds weinig wind, maar er is kans op mist en dat moet je niet hebben op een van de drukste wateren van Nederland. Bovendien is mist net zo slecht voor de vangst als regen. Weinig kans op zon dus. Maar temperatuur nog steeds dooiend.
Niettemin met Gerrit naar Zwijndrecht. Vissen op de Oude Maas. Is de helling bruikbaar? Waarschijnlijk wel, maar niets is zeker. Ik heb een bezem bij me, een schopje, en een 10 kilo zak zout. Ook heb ik kleine levende voorntjes – tijdje terug gekregen van Gerrit, inclusief bijbehorende pompje! – bij me.
Geen problemen met verkeer. Geen problemen met de helling. Ik heb een aantal rollen van de trailer vernieuwd en de achterste - meest zwaarbelaste - rol van hard nylon laten monteren. Ook heb ik de motor – die steeds afsloeg als je snel het gas dichtdraaide - laten schoonmaken. De motor slaat meteen aan, maar na een halve minuut weer af. En ik krijg ‘m maar met de grootste moeite weer aan de praat. Slangverbindingen nakijken en de ontluchting controlen. Gerrit is bij het instijgen geblesseerd geraakt en ligt krampend over de bank. “Als ik ga, krijg jij al mijn hengelspullen Jan!” Dat jullie het ook even weten. Intussen maken we honderden meters want het stroomt als de neten. Na ongeveer twintig keer trekken, slaat ie weer aan. Ik durf niet aan de gashendel te draaien en breng de boot maar even met de elektro op koers. Na een tijdje geeft ik voorzichtig wat gas bij en schakel in. Hij blijft lopen...
Ik ga niet alle stekken die we probeerden, beschrijven, want we vingen toch niets. In de eerste plaats stroomt het als een kogel en dat ben ik niet gewend. Het manouvreren gaat slecht. Gerrit houdt zich groot, maar wat zal ie binnensmonds gevloekt hebben over m’n capriolen. Ik gebruik 35 grams dropshotlood, een levend voorntje en een dropshodje, Gerrit gaat met d’n fireball. Ik leer dat je niet tegen deze stroom in kunt verticalen of droppen. Het kán wel, maar dan heb je al gauw 40 tot 60 gram lood nodig! Gecontroleerd met de stroom mee kun je met veel minder verzwaring af, maar je gaat wel snel. Maar alles goed en wel, de vis bijt niet. Op geen enkele combinatie ook maar een tikje. Ook niet op de fireball, niet op het visje. Niet op een gewoon verticaalshadje...
We komen bij de Krabbengeul. Een 1e klas stek, maar verboden te vissen. Er staat radar, er staat een camera. Toch vraagt Gerrit even te stoppen en ‘al varend’ naar de oever te gaan waar we de tocht kunnen vervolgen. Het stroomt een tikje minder hard, maar het is hier weer veel dieper. Het wil niet en we varen gelijk maar door om verder langs de oever te vissen. Dat is te doen hier, minder stroom. Maar we zitten te ondiep, op een meter of vier, vijf. We moeten meer naar de vaargeul toe!
Net als ik daar koers naar zet, stormt de politieboot de Krabbengeul uit! “Zie je wel, ze hebben ons gezien op die camera en nou zijn we mooi de lul”, schrei ik. Maar de boot gaat de andere kant op. Mazzel. “Ik ga hier nooit meer vissen!”, kreunt Gerrit bleek. “’t Is hier ook altijd wat, dan weer de stroming, dan weer de politie, als ze hier komen, trek ik er eentje overboord!” En ze komen. In de verte maakt de politieboot een wijde bocht en komt op ons af. Zou Gerrit in de bun passen?, vraag ik me af. Als ie straks agressief wordt, krijg ik een vaarverbod voor het leven. De blauwe boot nadert dreigend, maar vaart op het laatste moment door. Misschien hebben ze op de computer nagezocht dat ons registratienummer alle vergunningen aan boord heeft? Ik zwaai flauwtjes naar de mannen. Uiteindelijk zwaait er iemand flauwtjes terug. Het gaat niet van harte...
Het is een kwartier later, we zitten verder de vaargeul in, op een meter of acht, negen diep, als Gerrit een mooie aanbeet krijgt. Maar hij mist. Tien minuten later is het mijn beurt, ik mis echter ook. Nog geen minuut later zit ie er weer op en nou hangt ie! Niet groot. Hieronder staat ie.

Snoekbaars! Niet groot...
Vervelend is dat op dit stuk de boten dicht onder de kant varen. Komt er wat aan, dan moet je toch echt naar de oever, en dat is strontvervelend, te meer omdat het erg druk is met beroepsverkeer. Bovendien ben ik bang dat de waterpolitie niet tolereert dat je in de vaargeul vist. Een bon heb je hier zo te pakken en ook dat vist niet echt lekker. Op een gegeven moment zegt Gerrit: “heb je dat bord op de kant gezien?”
“Hè watte, welk bord, ‘k zie geen bord”. “Dat grote bord vlak voor ons, op de dijk!” Dan zie ik het ook, een enorm bord met een grote boeg erop met een klein scheepje eronder. In vette letters: “Kijk ook achter u!” Had ik nog niet gezien, was er speciaal voor mij neergezet. M knikt berustend...
Gerrit slaat aan en z’n hengel gaat goed krom. Dit moet een mooie vis zijn. Het duurt even, daar is ie. Een snoekbaars van tegen de 65 cm, dik! “t Is een vrouwke”, weet Gerrit. “Was’t ‘nen manneken dan ging ie d’n paan in!” Wie beweerde daar dat Gerrit een klopper is? Plons, terug gaat ie...

Snoekbaars! Tis een vrouwke...

Snoekbaars blij, visser blij...
Tja mensen, dat was het dan zo’n beetje. Gerrit krijgt nog één keer beet, that’s it. D’r komt een lichte mist opzetten en het wordt kil. De stroming vermindert niet. We rommelen nog wat bij Puttershoek, maar de mist wordt dikker. We kunnen de overkant nog net zien. Nokken voordat het erger wordt...
Voordat ik het vergeet, de motor is geen enkele keer afgeslagen, maar daartegenover staat dat het stationaire toerental vrij hoog ligt als het om trollen gaat. Ik ben bang dat het afslaan weer optreedt wanneer ik het lager ga afstellen. Maar dan weet ik waaraan het ligt. Ook toen ik na langdurig gebruik van de elektromotor de Yamaha weer strartte, sloeg ie niet af. Misschien toch een incident, die eerste keer...
Het traileren gaat prima. We gaan de boot uitladen. Er komt een auto aangereden. Een man informeert hoe of ut was. We stoten negatieve klanken uit. Dan ziet ie Gerrit’s wormshadje aan de hengel wapperen. “Daar heb ik net een hele tijd naar lopen zoeken!” Om een lang verhaal kort te maken: deze man kent de man weer die Gerrit op zijn beurt inlichtte over de Wonderbaarlijke Vangstkwaliteiten van juist dit bepaalde shadje. Het leven rond Gerrit blijkt een soort gesloten cirkel waarbij duizenden relaties elkaar als planeten omcirkelen en waarbij Gerrits aanzuigende werking de levenslijnen uiteindelijk met zichzelf en elkaar in verbinding brengt. Gerrit is een menselijk Zwart Gat: een magneet waar alles in verdwijnt. Maar ondertussen kent Gerrit zowat iederéén...

Gerrit! Wie kent hem niet...?
Het was een slechte sessie. En goed begin is het halve werk. Wat zal het nieuwe jaar verder brengen? U hoort van mij.
Tight lines en Goede Vangsten!
Jan Junge
Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com
|