Home Jan Junge beleeft! Jan Junge beleeft 23 oktober

Zeehengelsport

Sponsored Links

Sponsored Links


Jan Junge beleeft 23 oktober E-mail

Heren! Vissen met Antonio Montes, een jaarlijks terugkerende delicatesse! Alleen is de vraag: waar? Biesbosch? Ik ken er nu wat meer zwaartepunten voor de snoek, maar de baars en de snoekkbaars doen nog helemaal niets. De Binnenmaas? Leo Niessen, die daar toch echt wel wat kilootjes stekelaars op z’n naam heeft staan, faalde daar nog begin deze week. Maar voor snoek is het altijd redelijk tot goed. Of iets exotisch, bijvoorbeeld de Westeinder? Die heeft in ieder geval een helling, er zit ook snoekbaars en grote snoek.

 

Het is wel ver, maar voor Antonio is het dat niet. Antonio heeft trouwens al een paar keer de Binnenmaas ‘gedaan’, en wel eens iets anders, mailt ie... Westeinder!

 

We spreken er af om negen uur. Het weerbericht is gunstig, er wordt gesproken over windkracht twee, maar dat is op de ochtend zelf helaas opgetrokken naar drie. Misschien een lokaal buitje op het eind van de middag, verder nog wat zon. Een kind kan de was doen.

 

Maar ’s ochtends vroeg is het mistig en dat geldt voor het hele westen. ‘Het milde Westen.’ Da’s even een doordenkertje. Maar het is goddank ook herfstvakantie en het is vrijdag. Ik rijd moeiteloos op mijn Tom naar het noorden. Om precies kwart voor negen kom ik uit op de kruising in de buurt van de watertoren van Aalsmeer waar de helling moet liggen. Aan de overkant van de weg, aan de plas, zie ik een blauw P-bord, daar even neerzetten, kan ik de oever verkennen. Laat ik nou precies op de helling komen te staan! Da’s echt mazzel, want je zie niet veel van die helling vanaf de weg, je rijdt er zó voorbij. Dat blijkt wel wanneer er een haastige blauwe Passat voorbij komt – plotseling remmend! Dat is de verloren zoon Antonio! Die is al een kwartier langs het water heen en weer aan het rijden op zoek naar de tewaterplaats. Heerlijke man, hij heeft iets van mij.

 

In no time ligt de boot erin, ziezo, we kunnen. Maar wat een mist! Er is wel meer dan 100 meter zicht, maar op het water is dat niets. Enfin, trollen maar, we zien wel. Ik houd voorlopig de linkeroever aan, waarom weet ik niet echt. Achteraf was de rechteroever beter geweest want dan ga je richting de Kleine Poel met heel veel snoekslootjes en dat gebied ken ik. Maar goed. We komen bij een aardige haven, gebouwd rond fort Kudelstaart, opgetrokken in 1905. Het fort!. Op het achterschip van een der boten staat het ‘standaard 12 jarige enthousiast vissersknaapje’. “U moet om de hoek zijn, daar liggen in de zon de snoeken onder de boten. Zulleke! Hij breidt de armen een onwaarschijnlijk eind uit. We danken hem uitbundig. Ze liggen er vast wel, maar ze bijten niet aan. Wanneer we weer terugvaren, staat ie nog steeds op het achterschip. En, hebben jullie wat?, klinkt het verwachtingsvol zoals alleen de stemmen van 12 jarige vissertjes verwachtingsvol kunnen klinken. We moeten het manneke teleurstellen en tuffen zachtkens verder uit z’n jonge leven.

 

Ik heb een tikkie hoofdpijn, vervelend. Maar mijn pijnstillers zijn door de voortdurende aanvallen van nattigheid voor het grootse deel onbruikbaar geworden. M probeert niet al te opvallend te grijnzen.
Wederom sla ik bij het verlaten van de haven linksaf, waarom weet ik nog steeds niet. Ik probeer nu een beetje meer het midden van de plas te vinden, want ik wil de diepte opzoeken om te kunnen droppicalen. De diepte blijft echter rond de drie meter liggen en ik zal deze dag nooit dieper dan 3,5 meter komen. De watertemperatuur is overigens 10,5 graad. Tja, ik ga voor het gemak van nu af aan maar even met reuzenstappen door de dag, want er is niets te melden. Om te beginnen komen we uit bij wat ik maar de ‘tuinderspolder’ zal noemen. De wirwar van kleine, ondiepe slootjes en poelen waar op de legakkers houtige heesters worden gekweekt. Een paradijsje, maar een paradijsje zonder vis. Daarnaast ligt een eilandengebied van grotere stukken land. Daar zit dus echt wel snoek, maar we krijgen geen tikje. Nog steeds is de mist er, maar soms zie je de lichtende zonnebol er al in afgebeeld. We komen bij de grote haven aan de Ringvaartkant, daar bárst het van de slootjes, allen min of meer met bebouwing, werfjes, bedrijfjes, zomerhuisjes, woonboten. We doen hier en daar een kreekje, maar houden toch meer het wat grotere water aan. Niets. Overigens, het water is overal glas en glashelder.

 

We besluiten dan in hemelsnaam de Ringvaart maar eens op te gaan. Het water is hier troebeler, er staat wat stroom, er is wat scheepvaart, de bodemstructuur is opvallend hobbelig. Uiteraard binden we van alles en nog wat aan de hengels: deltaspinner, grote plug, kleine plug, dieplopende plug, slanke plug, dikke plug, lichte plug, donkere plug, plugjes van 5 centimeter, pluggen van 25 centimeter, shadjes, you name it... Dan gaan we onder de Aalsmeerderbrug droppen. Er komt net een man aanlopen met een spinhengel, zo te zien heeft ie er een jig aan zitten. Ze moeten hier dus zitten. Helaas, we merken er niets van.

 

Antonio Montes is aan het roofvissen...

Of tie het ook naar zijn zin had!

 

De zon is inmiddels al een tijdje doorgekomen, en wel rond twaalf uur. Het is lekker, maar het blijft een tikje saai zonder vis. De hoofdpijn is verminderd, maar niet geheel verdwenen. Terug, we hebben denk ik meer dan 2 kilometer beetloos afgelegd. We komen 2 man tegen in een huurboot. Duidelijk snoekers. “Negen uur begonnen, nog geen stootje gehad!”, begin ik. Je moet er niet omheen draaien. “Acht uur begonnen, één snoekje!”. Ook zij draaien er niet omheen. Het is one of those days: alles op slot, in beton gegoten, bevroren, op de bodem vastgespijkerd. We hebben de hele dag ook nog geen enkel visje zien draaien of springen.

 

Terug. We rommelen in het krekengebied rond de Kleine Poel. Het is hier snoekterritorium bij uitstek, wát een mogelijkheden. Antonio gaat een shadje opzetten, ik ken ze goed, ze zijn van Storm. Er zit lood ingebouwd, ze hebben een dreg onder de buik hangen en een echt véél te grote, breinaalddikke rughaak. Echt mooi van kleur zijn ze ook niet, nogal onopvallend, en om nou te zeggen dat je van de actie van die dingetjes achterovervalt, nou nee. Maar het was destijds het allereerste shadje waarmee ik een snoek ving, Binnenmaas, en ze vangen op de een of andere manier beslist bovengemiddeld. Ik gebruik ze eigenlijk niet meer omdat ik een dreg onder de buik te vuilgevoelig vind. Waarom deze zo uitgebreide shadbeschrijving zult u zich afvragen. Is er iets aan de hand? Ja dat is er. Luister maar.

 

Antonio Montes drilt zijn eerste snoekje...

Een blije Antonio ‘drilt’ z’n eerste snoekje...

 

Nog geen vijf minuten nadat Antonio het dingetje gemonteerd heeft slaakt de Spanjaard een kreet. Snoek! Inderdaad, sparteldespartel, daar komt een haring aangehuppeld! Krijg nou wat! De eerste! Oeps, hij valt er af. Maar toch gevangen hoor, daar doen we niet lullig over. De sloot loopt dood, we keren om. “Ja, weer een!”, roept Antonio. Verdomd als het niet waar is. Een iets grotere. Deze zit dieper gehaakt, maar we krijgen ‘m vlot los. Op de foto er mee. ‘Armen strekken, vooruit, die vis naar me toe Antonio!” Maar Antonio is nog niet bedreven in de techniek van de optische belazering en steekt het kopje naar me toe. “Nee die hele vis, beide armen gestrekt!” Hij snapt het en doet wat er gevraagd wordt. Het snoekje wil echter niet op de plaat – ook niet met een balkje over de ogen - en maakt de zo bekende wringende beweging. Als een pijl uit een boog floept ie overboord. Knap werk Antonio! Twee foto’s naar de maan, dát wordt een fleurig verslagje! M neuriet een vrolijk wijsje.

 

Antonio Montes verspeelt zijn eerste snoekje...

Waar is ie nou gebleven?

 

Er komt een bootje aan, ik vaar naar de kant, de man moet misschien heel eventjes van het gas af. Bij het voorbijvaren maakt ie wegwerpende gebaren: wegwezen. We kijken elkaar aan, Antoinio en ik, begrijpen we dat nou goed? Onze verbaasde koppen doen de schipper naar duidelijker middelen grijpen: “Ik mot hier geen vissers bij de havuh, betuh wegwezuh!” Onvervalst Amsterdams met die ongrijpbare, platte, zelfverzekerde arrogantie die daar soms bijhoort, en die mijn bloed altijd weer doet koken. In de verte is inderdaad iets als een haventje te zien, maar of deze sloot tot zijn eigendom behoort? Verleden jaar precies hetzelfde toen we hier in een soort doodlopend haventje terechtkwamen en daar keerden. Een man spoedt zich naar buiten en begint “oprotten, wegwezen, opsodemieteren, dit is privéterrein” te roepen. Ook de vele tientallen bordjes, ‘privéterrein’, ‘verboden aan te leggen’, ‘niet afmeren’, ‘verboden te vissen’(!), en dergelijke duiden op een zekere wrijving tussen recreant en bewoners.

 

We halen onze schouders op en trollen verder, richting plas. Nock!! Daar heeft Antonio er alwéér eentje op!!! Niet te geloven gewoon. Ik kijk op mijn klokje, het is even over vier uur, inderdaad, primetime! Het is een halvemeter snoekje, maar hij is vreselijk zwaar gehaakt, alle drie de dregpunten zitten op verschillend plaatsen vast in de kieuwbogen en ook de rughaak zit ergens diep in het rood. Al snel zien we dat dit niet gaat lukken, we moeten knippen. Gelukkig heb ik mijn speciale kniptang bij me en de dreg is in no time geen dreg meer. Maar de grote rughaak zit op de een of andere manier betonvast in de andere kieuwbogen. Zo erg heb ik het nog nooit meegemaakt. Net als ik wil gaan proberen om ook deze haak door te knippen komt ie dan toch nog los. Maar ja, het is een bloedbad geworden. Kijken of het snoekje nog wat doet. En tot onze verbazing schiet ie gelijk weg. Kijk, dat doet goed.

 

Antonio Montes heeft nu toch echt zijn eerste snoekje!
Je zou zeggen dat Antonio er slechter aan toe is dan het arme snoekje...

 

We drogen ons af en trollen weer door. “Daar heb je die vent weer!”, zegt Antonio een paar minuten later. En inderdaad, enkele honderden meters achter ons komt de kwade boot weer aan, een ander scheepje voorttrekkend. Gewoon laten gaan, eens kijken of Mr. Arrogance de bek weer optrekt. Nou, dat doet Mr. Arrogance. “Moet je hier eens kaike, terugkomme, hierkomme, wat jullie gedân hebbe!!” “Dat snoekje is bovengekomen!” zegt Montes, en hij heeft natuurlijk gelijk. De Alwetende Amsterdammer heeft het kennelijk zieltogende snoekje ontdekt en gaat ons nu eens even flink de oren wassen! Geef een Alwetende Amsterdammer de gelegenheid, die zal zich de vette buit niet laten ontsnappen, Oh nee!

 

“Hé, terugkomme, hierkomme, komt ereis kijku wat jullie nou flikku!!” Dat keihard aanhoudend geblèr, die intonatie van het Eeuwige Gelijk, de dunne uitgebeten Calvinistenkop met fladderend blond haar, dat Noordhollands venijn, de gefrustreerde razernij die steeds in zo’n man op de loer ligt, ik ken dat maar al te goed, ik háát het en ik voel me woedend worden. Wat te doen? Wegscheuren is een optie, maar ik heb geen zin om op de loop te gaan voor een stuk Varend Eigendunk. Stoppen is uiteraard helemaal uit den boze, we trollen dus gewoon verder.

 

Maar dát gaat zo maar niet. Oh nee!! Als je je gelijk niet krijgt, dan ga je het hálen, zo’n buitenkans laat geen rechtgeaarde Calvinist zich ontnemen. De man gooit z’n sleep los en gaat volgas op ons af. “Snoek doodmaake!, lafbekken!, wegvaren!”: brokstukken komen boven het geronk van z’n motor uit. Daar is ie dan. “Wat of we voor vissers zijn dat we de snoek voor dood achterlaten?” Nou?”. Ik leg – woedend - uit dat ze een doodenkele keer ongelukkig vast komen te zitten, dat we de dreg kapotgeknipt hebben maar dat het helaas toch mis is gegaan.

 

Waarom we dan niet effe de kop van dat beesie ingeslagen hebben???? “Omdat dat beessie nog netjes wegzwom, meneer.” “Oh maar waarom zeg je dat dan niet gelijk tegen mijn as ik jullie roep?” Zo’n zinnetje, dat spreekt nou boekdelen. “Omdat we niet veel zin hebben in discussie te gaan met lieden die je met een onbeschoft handgebaar wegwuiven en die ‘wegwezen’ roepen in een sloot die trouwens gewoon tot het openbaar water behoort.” “Niet voor niets dat ik geen vissers bij mijn haven mot hebben”, besluit God’s assistent en vaart weg. Zelfs het schroefwater bruist van zelfgenoegzaamheid.

 

Ik heb me veel te kwaad gemaakt. Dit had ik onderkoeld moeten brengen, met hoogstens licht gefronste wenkbrauwen en zachte stem. Het is me niet gelukt. De hoofdpijn is natuurlijk erger geworden...

 

Gehavende snoek. Zonde!

 

Maar er is al snel afleiding. Snoek! En verdomd, alweer Antoino... Het is een mooie dit keer. Maakt vier luchtsprongen. We pakken ‘m met de gripper. Schitterend beest, puntgaaf. Toch opvallend dat de snoeken hier mooier van kleur zijn dan in de Biesbosch, donkerder, maar ook gaver. Die van de Biesbosch hebben veel kleine beschadigingen. Ook deze snoek is diep gehaakt, maar we krijgen ‘r toch vrij makkelijk los. Wel bloed, ondanks het feit dat Montes de weerhaakjes netjes heeft dichtgeknepen.

 

Snoek met rotwond!

 

Dan zien we iets vreemds. Er hangt iets uit de snoek, wat is dat? Niet te geloven zeg: in de buikwand zit een rafelig gat. Geen scheur, maar een min of meer rond gat met grillige randen. Daaruit hangt een stuk darm en iets dat op de lever lijkt. Er is geen spoor van bloed, maar de wond lijkt vers. Dit gaat deze snoek niet overleven. Dat gat op zich is niet zo heel erg, maar die uithangende ingewanden zullen ‘m fataal gaan worden. Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om zo’n fraai, nog vitaal dier dood te slaan. We meten ‘r: 79. De wond kan ontstaan zijn door een aalscholver, maar dat is niet erg waarschijnlijk, dan krijg je eerder een scheur. Een reiger ligt ook niet voor de hand. Die kan wel inprikken, zij het meestal in de rug, maar dan zouden de ingewanden ook beschadigd zijn geweest. Gewoon een obstakel ligt het meest voor de hand, bij de jacht of bij de dril er vol tegenaan gezwommen. We zetten de snoek terug. Ze scheurt er vandoor alsof er niets aan de hand is. Ik bedenk me dat naald en draad toch niet zo idioot zijn om steeds bij je te hebben. Terugproppen die ingewanden en provisorisch dichtnaaien dat gat, altijd beter dan dit. Aan denken!

 

We naderen de watertoren weer. Het is half zes en het weer is nu werkelijk schitterend, heel zacht, vrijwel windstil, fraaie dalende zon. Nog even naar de eerste haven, kijken of we die grote snoeken onder de boten vandaan kunnen krijgen. Ik heb een Stormpje van Antonio gekregen. Bij het invaren van de haven wordt ie gegrepen. Juist ja, precies op de hoek, een cliché dat dit keer eens wél opgaat. Weer zo’n fraaie, donkere, puntgave snoek, zó uit de showroom. Mijn eerste.

 

Junge vangt ook zijn snoek. En wat voor een!

 

Antonio Montes geniet écht van het snoekvissen!
En vier snoeken later heeft ie het écht héél goed naar z’n zin!

 

We doen de haven, maar het wonder blijft verder uit. We gaan stoppen. Het traileren gaat vlot, hoewel de boot een keer naast de eerste rol terechtkomt. Terug ermee, en nu wel goed. Ik trek trailer plus boot het gras naast het fietspad op. Het is niet breed, maar het gaat net. Troep uit de boot, dekzeil erover, vastzetten. We gaan iets eten. Eerst even een andere broek aan en normale schoenen. Als ik in mijn onderbroek naast de auto sta hoor ik stemmen: “U mag hier helemaal niet staan, u beschadigt het gras.” Ik draai me om. Twee agenten te paard! Krijg nou toch wat... “Komt u ook eens even hier meneer”, zegt de hoofdagent, want zo zit ie op z’n paard en zo praat ie ook: echt als hoofdagent. Zet een man een pet op en hij gaat anders praten, doe een man er een uniform bij aan en hij gaat zich anders gedragen. Héél anders. Kun je nagaan als je dat dan weer op een paard zet...

 

“Even mijn broek aantrekken agent”, geestig ik. Het valt niet echt goed. “Of we hier vaker vissen?”. We zien de bui al hangen. “Nooit never niet, eerste keer” piepen we bedeesd. Er is sprake van een parkeerplaars ‘vlakbij’, waar we horen op te tuigen. Hier beschadigen we het gras. Zet er dan een bordje neer, pummels, denk ik, of op z’n minst een paar paaltjes dat je niet dat gras op kunt. Even later bedenk ik dat die paaltjes helemaal niet kunnen. Ga maar eens de trailer achteruit steken vanaf de hels drukke weg! Je hebt beide banen nodig, kunt nooit snel manouvreren, en moet ook nog over het fietspad heen. Dus ben je wel verplicht om links of rechts het gras op te rijden om vandaar uit terug te steken de helling op. Die helling is zonder gras gewoon onbruikbaar. Maar dat moet je een agent in autoriteits-mode natuurlijk niet gaan vertellen. “Dan ga je maar ergens anders vissen!” Wedden? We krijgen dit keer geen bekeuring van 80 euro, maar we moeten maken dat we wegkomen. Héé, waar heb ik dat eerder gehoord hier??

 

Schitterend avondrood...

Het enige mooie aan Aalsmeer...

 

We gaan op zoek naar een Chinees. Op een parkeerplaats in het centrum, toch nog tien minuten rijden, vragen waar of die zit. Nou, vlakbij de watertoren... M slaat dubbel. En een Italiaan? Oh hier vlakbij, daar en daar, en o zo goed. Even later betreden we het genoemde etablisement. Het is er erg druk. Zwembadherrie. Hmmm, het ziet er allemaal een beetje uit als een flinke snackbar die na goede zaken op de Italiaanse toer gegaan is. Op de tafeltjes papiertjes met namen, maar ook een paar tafeltjes zonder. Er is veel personeel, druk, druk, druk! Ze doen heel erg hun best om ons niet te zien.

 

Na enkele minuten spreek ik een ober aan die net afgerekend heeft. “Zijn er misschien nog tafeltjes zonder reservering?” “G o e d e n a v o n d", blaft de man corrigerend, met grote nadruk op de eerste beleefdheidsfrase. “Alles vol, nergens plaats”. Hij krijgt het voor elkaar een diepe voldoening in die paar woorden te leggen. Ik krijg plotseling zwaar de schurft aan Aalsmeer en omgeving. Je kunt altijd pech hebben met je sociale contacten, maar hier loop je gewoon 50% kans om geschoffeerd te worden. Getverdemme.

 

Verderop in de straat zijn er nog wat eetgelegendheden. We besluiten om bij ‘Himalaya’ te gaan eten. Het is er luxueuzer dan verwacht, en het is er rustig. Ik ben eerlijk gezegd niet zo heel dol op Indiaas voedsel: te veel kruiden, matig vlees, vaak te heet, beetje grof allemaal. Maar in z’n soort is dit een goede. De bediening is prima, de gerechten komen vlot op tafel. Smakelijk, zeker. Twee biertjes de man, koffie toe. 33 euro is te doen, maar voor de kwaliteit toch een tikje aan de hoge kant.

 

Nee, ze zullen me niet zo snel meer zien te Aalsmeer. Jammer, want het water is in wezen echt schitterend. Maar je wilt toch ook een klein beetje dat gevoel hebben dat je ergens welkom bent.

 

We nemen afscheid, toch nog een aardige dag geweest, misschien - of waarschijnlijk - wel dankzij Antonio’s Stormpjes. Ik zal d’n Baartjen eens vragen of het mogelijk is dattie een paar paakskens voor me inkoopt. Doe maar ‘P’, 'GFR' en 'FT'.

 

Assortiment kunstaansjes voor de roofvisser!

 

Hoe het verder allemaal gaan zal deze weken? U hoort er van, zoveel is zeker.

 

Intussen wens ik u veel strakke lijnen en de beste wensen toe van onzen Broeder Petrus.

 

Jan,

 

Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com



Tags: Snoek  Baars  Snoekbaars  Jan Junge  Kunstaas  Roofvis  Plug  Shad  

   
   
 
Meer uit deze serie

Google Translate

Highlights

Cormoran / Daiwa

Cormoran

Sponsored Links

Sponsored Links

Onderlijnenvooropzee.com | Onderlijnenvooropzee.nl | Sea-Fishing-Tips.com
| Zeevissen | Strandvissen | Kantvissen | Surfcasting | Bootvissen | Wrakvissen | Hengelsport | Zeevis onderlijnen | Zeevis tips & trucs | Hengelsport knopen |