| Jan Junge beleeft 9 oktober |
|
|
Lezers! Met Gerrit Hooijmaaijers naar Zwijndrecht. Daar had ie al een keertje gevist – kort geleden - met iemand anders, Gerrit als gast in de boot. Tot 2 uur in de middag geen enkele beet. En toen deed den Gerrit er eens een ander shadje aan... Gelijk feest! Met een dozijn mooie snoekbaarzen de man – of iets in die orde van grootte – kunnen de mannen de dag afsluiten! En vissen van dik in de 70 ertussen! Wat kunnen ze oud worden die snoekbaarzen!
Men begrijpt dat ik stond te popelen om dit wonder te gaan herhalen. Vrijdag was het dan zo ver! Om acht uur Gerrit ophalen, de boot aanhaken en voorwaarts! Veel files zijn er nooit op vrijdag, en ook dit keer bereiken we de helling betrekkelijk vlot. Erg fraai herfstweer: windkracht twee tot maximaal drie, zacht, licht bewolkt, fris, straaltje zon al. We gaan vooral droppicalen. Dat is dropshotten op de verticaalmanier, dus niet werpend zoals het ‘hoort’. Ik heb op de valreep bij den Baartjen nog een paar extra dunne, wijdbochtige vlijmscherpe Mustadhaken aangeschaft en een dubbel stel op 28.00 fluocarbon gemonteerd. We scheuren naar de eerste stek. Het stroomt [nog] niet hard, dit in tegenstelling tot die topdag van Gerrit en z’n vismaat: het stroomde gierend die dag.
Het duurt niet lang of Gerrit krijgt de eerste tik [ik kan mijn handen ook niet thuis houden]. Ook hij gebruikt de dropshotmethode. We vissen het stuk af, maar Gerrit krijgt het al snel op z’n heupen. “Laten we maar gauw naar de topstek varen, als het straks harder gaat stromen kunnen we daar niet vissen, nu wel”. Wanneer we in de buurt komen, zien we ter plaatse een bootje met twee man erin. Ruimte zat, maar andere vissers op de stek is nooit prettig. We blijven op ruime afstand aan de overkant liggen en gaan daar even de kat uit de boom kijken. We verticalen nog geen tien minuten of daar komt een politieboot aanvaren. En ja hoor, daar gaat ie al van koers af! Pak de vergunninkjes maar, dat wordt controle. Twee man op het achterschip, of we al wat gevangen hebben. De jongste van de twee heeft vooral belangstelling voor de bootpapieren. Gaat nota bene zitten bellen om ze te controleren!!!!
Ook moeten de bergvakken open. Geen punt, maar om goed te controleren moeten ze eigenlijk aan boord komen natuurlijk. Als je kwaad wilt, heb je een geheim luik waarachter/-onder je de vis bewaart. De oudere begint over de afspraken die hier gelden, of we die kennen? Wij weten van niets, en eigenlijk moeten afspraken op papier staan. Maar misschien hebben we wat gemist? Het gaat erom dat je op kruispunten niet verder dan 10 meter[!] uit de wal mag vissen, bijvoorbeeld daar – de man wijst – bij de Krabbengeul!
Godverd... da’s nou juist een topstek!! Trouwens, de meeste kruisingen zijn topstekken! Oh ja, en havens, daar mag je dus al helemaal niet komen, in geen enkele. En onder bruggen ook niet. “Eigenlijk”, gaat de oude verder, “moet je hier maar liever niet vissen, veel te gevaarlijk met al die scheepvaart, we denken wel eens, waar zijn die mensen nou allemaal mee bezig.” Het is duidelijk dat de hengelsport aan deze diender niet besteed is.
Ik vraag de agent wat ie vindt van de berichten over beroepsvisser Klop. “Die man is bezig op de wolhandkrab”, zegt de agent tot mijn stomme verbazing, “dat moet allemaal nog worden uitgezocht met die netten, die heeft geen kwaad in de zin!” Krijg nou toch wat!
“En agent”, piep ik meegaand”, mag je nou eigenlijk vissen onder de verkeerde kant, tegen de vaart in als het ware?” “Waar er gevaar dreigt, mag men zich nimmer bevinden, dus dat kan daar al helemaal niet, bovendien staat in het Scheepvaartreglement..., enz., enz.“
Gerrit werpt me een duistere blik toe. Ik leg hier inderdaad als het ware alvast een stevig fundament voor een vette prent. “Ik zie dat de heren geen zwemvest dragen”, komt het nu, “dat is bijzonder onverstandig, in dit koude water ben je in tien minuten dood door onderkoeling”. Dit lijkt mij sterk overdreven bij water boven de 16 graden, maar we gaan de zuurpruim maar niet extra in de azijn leggen.
Tja, daar zitten we dan. Het is nog vroeg, maar onze vangstmogelijkheden zijn effectief met driekwart verminderd. Wat een gezeik zeg. Nou moet ik wel zeggen dat het echt gierend druk is hier, het lijkt wel een snelweg vol vrachtwagens en ze varen loeihard, er zijn er heel wat die de 25 km/u halen en dan zijn ze verrassend snel bij je. We zien een bootje met grote snelheid op ons afkomen. De jongens van de overkant. Ze gaan bij ons in de buurt vissen. We maken even een babbeltje. Ja inderdaad, weggestuurd. En nóg een keer aangehouden omdat ze verkeerd wilden gaan oversteken. De mannen hadden overigens al een paar aardige visjes te pakken, zeggen ze.
We varen toch maar naar de overkant en gaan tien meter onder de kant vissen. Wanneer ik het zaakje laat zakken, slaat gelijk de hengel krom! Of ze hier ook zitten! Een mooie baars komt boven. Ik pak het fototoestel. "Vervang batterij!" &%$&%^!!! "Groeten M", zie ik in mijn geestesoog. Ik laat de vis even buitenboord zakken en zet er een nieuwe accu in. Wanneer ik de hengel weer oppak is de baars weg. Trouwens, ook het onderste shadje en het lood is verdwenen. Krijg nou toch wat! Enfin, niet zeiken, doorvissen.
En ja hoor, al snel nog een baars. Ik fotografeer ‘m niet want deze is te klein, maar we zijn hier op de goede weg. De volgende voldoet wel aan de minimumnormen... Ook Gerrit haakt een vis, maar deze lost. We varen weer terug naar de kruising, wagen ons iets verder uit de kant. Gelijk krijgt Gerrit weer een mooie aanbeet, maar weer is het mis.
Ook ik mis een vis, maar vang even later een snoekbaarsje. Het mag duidelijk zijn dat ze in deze hoek te vinden zijn. Maar met de ogen van de waterpolitie in je rug vist het beroerd. Negentig euro is de prent en reken maar dat je ‘m krijgt hier!
We proberen het op andere stekken. Het gaat moeizaam. Het is gaan stromen en niet zo zuinig ook. Heel moeilijk om de boot goed op koers te houden, de juiste snelheid te vinden en het lood op de grond te krijgen. Ga je tegen de stroom in varen - hetgeen wel meer stabiliteit in het tempo geeft - dan heb je wel érg veel lood nodig, omdat je én de stroom moet overwinnen én de snelheid van de boot. Stilliggen is niet echt een optie, dus langzaam laten meedrijven is de beste methode. Alleen blijk ik niet op de juiste wijze in de boot te zitten voor deze manier van vissen. Je moet naar de [eigen] oever kunnen kijken om je tempo te bepalen. Het wateroppervlak zelf geeft geen enkel aanknopingspunt over je snelheid en de minstens honderd meter verder gelegen andere oever ook al niet. Je kunt de wijze waarop je op de eigen oever kijkt natuurlijk veranderen door de punt van de boot stroomopwaarts c.q. stroomafwaarts te laten wijzen, maar dan komt de politie weer om de hoek kijken. De punt van de boot moet immers in de vaarrichting wijzen anders loop je kans op een bon! Maar dat kan alleen wanneer je de stroom mee hebt en je de motor achteruit laat slaan om de boot te remmen. Prima in ons geval, maar nu zit ik met mijn kop precies de verkeerde kant op en kijk ik naar de overkant. Andersom gaan zitten is geen optie want de bediening van de motor is ingesteld op een vaste zitpositie. Kortom, vissen op stroom is echt een vak apart en een vak dat ik niet best versta. Gerrit houdt zich kranig, maar moet zich innerlijk verbijten om mijn vreemde capriolen. Wanneer ie denkt dat ik niet kijk, druk ik snel af. De blik spreekt boekdelen! Maar misschien denkt ie alleen maar aan de politie...
Ik vang nog een snoekbaarsje. Groot zijn ze vandaag bepaald niet. We gaan naar Puttershoek, eens even trollen op het ondiepe bij de uitwatering. We vangen er niets. Doen dieplopende snoekbaarsplugjes erop. Gaat moeizaam. We proberen het voor de mondingen van de wat stillere havens. Gerrit krijgt er een aardige vis aan, maar weer schiet ie los. Vette pech vandaag.
We besluiten om het toch maar weer even voor de Krabbengeul te proberen. Op weg erheen passeert ons zo’n middenformaat tankertje, diepbeladen, op volle toeren. Ik zie dat ie smerig steile golven maakt en steek de kop van de boot naar voren. De eerst golf breekt met een daverende klap en een hoop spray, de tweede is te hoog en volgt te snel. Honderd liter water over de boeg! Wham, nog eens twintig er overheen! Precies in Gerrit’s openstaande tassen! Z’n plastic dozen steken als hypermoderne dobbers uit het water. Tadom-tiedom...!!
Murphy fluit een licht en vriendelijk deuntje... Het is de eerste keer dat ik echt water binnen krijg. Gerrit zelf weegt over de 100 kilo en daar komt z’n bagage nog eens bij. Loodkopje of ...tig in die tassen! Plus m’n volle can extra benzine voorin... Maar wat een golfslag hebben we vandaag te verduren gehad! Geen moment heeft het opgehouden. Let je even niet op dan ben je de klos en krijg je golven binnen: het is hier echt vaak nodig om de kop in de golven te steken. De kop van de boot... Zou de vrijdag trouwens een extra drukke dag zijn voor de scheepvaart?
We droppen weer voor de Krabbengeul. Maar we zijn eigenlijk te laat, de beet is er min of meer af. Gerrit lost wéér een vis, ik vang nog een snoekbaarsje, maar het is over. Veel beet zit er niet meer op, en we hebben beiden geen goed gevoel over deze sneaky visserij. Ik zie in de verte een snelle motorboot naderen. Vissers of ??? “Da’s politie!”, weet Gerrit, die heeft er een neus voor. We vissen duidelijk meer dan tien meter uit de kant, gaat dit geld kosten? Het blijken mannen in burger. BOA’s. Ze komen nota bene helemaal uit de Biesbosch! Kennelijk vervelen ze zich daar nogal! De mannen zijn alleen geïnteresseerd in de vergunningen. Daar ben je snel mee klaar. Ze willen ook weten of we vis aan boord hebben, maar controleren niets. “We krijgen signalen dat er hier nog al eens veel vis meegaat!”. Tja, als dat zo is, zou ik maar eens goed zoeken, denk ik. Ik breng het gesprek op beroepsvisser Klop en z’n 450 palingfuiken. “Zorg nou in ieder geval voor controle tegen de tijd dat ie ze gaat lichten over een paar weken!” druk ik de man op het hart, “het zal toch niet zo zijn dat meneer Klop ongezien de paling in de bunnen laat verdwijnen bij gebrek aan toezicht.” Later bedenk ik me dat Klop natuurlijk een paar dagen vóór de laatste dag die palingen gaat ophalen...
We krijgen geen opmerkingen dat we hier gevaarlijk vissen, laat staan dat we weg moeten wezen. Effectief komen de dreigementen van de waterpolitie er op neer dat je hier eigenlijk niet meer met goed fatsoen kunt vissen, hetgeen uiteraard precies de bedoeling is. Negen van de tien keer word je met rust gelaten, de tiende keer krijg je zonder pardon een bon. Da’s geen fijn gevoel. We zullen hier niet snel terugkomen, besluiten we.
We gaan terug. Op een snel stromend stuk krijg ik er tot mijn verbazing iets zwaars aan! “Grote vis, voelt goed aan!”, roep ik. En los! Jammer, jammer, jammer! Dit was een goede. We trollen het stuk opnieuw af en wéér krijg ik er een vis aan. Lijkt lichter te zijn, en ook deze lost. We proberen het herhaaldelijk opnieuw maar zitten steeds vast. Kennelijk veel stenen hier. We zien in de verte de politieboot plotseling de Dordtse Kil uitkomen. Als die nou eens de haven in zou varen omdat de dienst er op zit.. Ze varen inderdaad een haven in, maar we weten niet zeker of de politiemannen daar van boord gaan. Speculeren is zinloos en we besluiten om maar te stoppen.
“De kloterigste sessie die ik ooit van mijn leven heb meegemaakt,” zegt Gerrit die niet gewend is om van zijn hart een moordkuil te maken. M slaat een kuitenflikker van plezier. Ook ik heb gemengde gevoelens. Mooie stekken en er niet op kunnen [durven] vissen. Da’s echt niks. Wanneer de boot op de trailer op de kant staat, vraagt Gerrit of ik de stop niet even uit de spiegel moet trekken om de boot leeg te laten lopen. “Niet nodig”, vind ik, maar ik zet nog wel even de lenspomp aan. Godsamme! Alsof er een regiment paarden leegloopt! Honderden liters! Had ik nooit gedacht. “D’n Gerrit het altijd gelijk!”, mompelt de Braber boven het geklater uit. Ik moet het beamen.
Woensdag waarschijnlijk pas weer vissen. De Heren horen er van. Tight Lines en een Petri Heil, uw
Jan,
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |






