| Jan Junge beleeft 30 september |
|
|
Lezertjes! Vandaag met Eminence Gris Léo de Biesbosch in. De voortreffelijke maandagsessie staat me nog in het geheugen gegrift. En nu is het donkerder weer, het moet ‘dus’ – wie lacht daar? – nog beter worden. Acht uur spraken we af en om acht uur is Leo er. Een wonder, want raad eens wat er om 6 uur ’s ochtends uit mijn wekradio rolde? Rond Oosterhout staat het verkeer vast, brandende vrachtauto! M doet er echt àlles aan om de sessies te saboteren... Wanneer we instappen, komen de eerste fijne drupkes uit de hemel vallen: motregen. Dat werd voorspeld, maar blijft niettemin vervelend. Als het nou maar niet doorzet...
Eerst het kanaaltje uit, het is dat je er toch niet hard kunt varen, anders zou je je hengels gewoon binnenboord laten, het is al een half jaar helemaal niets daar. Dan even naar de oude Geertruidenbergse brug, kijken of ik die snoek kan pakken. Thuis heb ik de grote Twinler eens even goed bekeken: er zaten goddomme gaten in van een centimeter diep, en niet zo weinig ook nog! Dat duidt op metersnoek... We varen de brug verschillende keren onderdoor, maar nee, niente. Door naar het Spijkerboor. Verdraaid, op de kop van de strekdam ligt een witte polyesterboot met 2 man. Ze werpen naar de kop. Snoekers! We groeten amechtig wanneer we ze passeren. Maar wat is dat? Nóg twee snoekboten op het Spijkerboor! Een met twee en een met drie man. Een invasie! Inmiddels is de motregen verergerd tot iets wat je maar betere gewoon als lichte regen kunt omschrijven. Getverdemme, de regenkleding moet aan.
We doen onze kunstaasjes toch maar overboord en trollen richting ‘de Snijder’. Leo heeft er een driedelige Spro Pikefighter opgezet en wat zijn die dingen toch retegoed! Beet! Het is een snoekbaars die eigenlijk wat te klein is voor dit grove kunstaas, maar het niet kon weerstaan! Mooie opening voor de witte maestro!
Hopelijk hebben de andere bootjes het niet zien gebeuren... Verder, we naderen ‘de Snijder’, ofwel het beboomde deel van het Middelste Gat van het Zand. Hier moet het gebeuren. Maar er gebeurt voorlopig niet veel. We komen op de Vier Winden. Ik zie een jacht liggen. Tjonge wat een drukte vandaag, maandag was er geen hond! We gaan verticalen. Plots zie ik een rubberboot, of in ieder geval iets laags, met een goedgeklede verticaler aan boord. Het is een wat oudere man, maar uitstekend geconserveerd en zijn bewegingen verraden een grote routine. Maar verdraaid, dat is Bert van Vugt, Bartje z’n vader! Eén snoekbaars heeft ie, ook hij kan kennelijk het slechte snoebaars-tij in de Biesbosch niet keren. “Bart is vandaag teruggekomen”, zegt ie desgevraagd. Hoera, eindelijk weer eens een paar uurtjes lol in de winkel. Hoewel, broertje is ook een heel aardige knul, maar meer het intellectuele type als het ware. En Jo, die zie je niet als d’n Bartjen er niet is. Die zit in z’n stofhok tussen de veren, en bespreekt vliegvisverenigingspolitiek. “Wat ik nou niet begrijp...”, da’s wat je de hele tijd hoort.
Maar ter zake. We trollen verder op weg naar de Driesprong. En ik krijg op m’n laatste Mann’s Stretch 1 Minus ‘Custom Coloured’ een snoekje!
Weer zo’n driejarige, er zitten er dozijnen hier. Nog even over die Mann’s Stretch, ik zie ze niet meer op de site van Mann. Wel de 6 inch, niet de 5. Ik heb een oproepje gezet op de site Vraag & Aanbod van Total Fishing en dat leverde in ieder geval vijf stuks op, plus de opmerking dat ik voor een ondiep lopende, eendelige lange plug maar eens de Bomber Long A moest proberen. Die lijkt inderdaad als 2 druppels water. Eens proberen. En daar vangt Leo een baarsje van vingerformaat. Ik weiger om voor zo’n visje de camera bloot te stellen aan de nattigheid. Het is windstil, het is zacht, maar regen is immer vervelend. En om nou te zeggen dat de donkerte een positieve invloed op de vangst heeft... We gaan op de Driesprong aan de gang. Laten ons niet te snel verslaan. Maar het lukt niet. Niet op drie meter, niet op tien. Terugtrollen maar weer. En ja, daar vang ik alweer zo’n junior! Het lijken wel klonen. Maar het belooft wat voor de toekomst.
We gaan de Sloot van St. Jan op. Loei-ondiep uiteraard, en vuil, maar er zit snoek, dat staat vast. Helaas, door gebrek aan wind is het vuil zich dusdanig gaan verspreiden dat slepen onmogelijk is. Ook het Middelgat van de Plomp is niet te bevissen. Alleen op het eind, op het wat diepere Zijkgat, ik verzin die namen niet zelf, kan het kunstaas overboord. We proberen het linksaf, maar lopen vast in de bagger. Enfin, het loopt er toch dood. Andere kant op, het brede en redelijk diepe Stroomgat proberen. Geen beten. Aan het eind aangekomen kun je linksaf - via het Noordergat van de Plomp de Amer op - of rechtsaf. Waar je dan uitkomt weet ik niet. We slaan rechts af. Daar vang ik een baars! Het is gestopt met regenen...
“Volgens mij ligt hier zo’n groot spaarbekken achter”, zeg ik. Gelijk zien we een strandje met een trappetje erachter. Leo moet toch pissen, dus we leggen even aan. Maar bovenop de dijk kijk ik stomverbaasd op... de jachthaven van Drimmelen. De Amer ligt aan mijn voeten! Krijg nou toch wat! Ik begrijp er niets van. Maar als we verder varen zie ik wederom het Zijkgat opdoemen. Aan mijn linkerhand. Dus we zijn helemaal niet dat Noordergat van de Plomp opgevaren, of in ieder geval maar een klein stukje, maar met een bocht teruggekeerd op het Stroomgat. Vandaar die Amer! We gaan het Zijkgat op en varen even later snel door, terug naar de Sloot van St. Jan. Maar ook nu klopt er iets niet. Het wordt smaller en smaller. En ondieper. Ik zie modderwolken achter de boot en de dieptemeter slaat blind. We varen langzamer en langzamer en ik moet gas bijgeven om de gang er een beetje in te houden. We slepen door de modder! Bocht na bocht trekt voorbij, komt er nog eens een eind aan? Aha, een bredere tocht. Dat is de Keesjes Killeke, maar dat weet ik nog niet. Ik ga rechtsaf, voor mijn gevoel ligt daar het grotere water. Het is hier redelijk breed, erg schilderachtig, stil. En ondiep. Verdomd, ik ben hier al eens eerder geweest. En als het goed is, gaat het straks mis en komen we in een moeras terecht. Het gaat mis en we zitten midden in het moeras. De motor moet in de half-omhoog stand en we gaan terug. We zien de sloot waar we uitkwamen en houden rechts aan. Da’s de Keesjes Killeke en nu krijgen we de beroemde Amaliahoeve.
Grote roestbruine oerrunderen staan in het water. Vergeten een foto te maken. Er staat naast de boerderij nog een schitterende 20er jaren villa, met een dak van turkoois geglazuurde pannen, je gelooft je ogen niet. Er start net een bootje van Staatsbosbeheer met een aantal mensen erop, fototoestellen, camera’s. Kennelijk een soort rondvaart. Het is hier breder en wat dieper, maar vaak zo rond de meter en mijn ervaring met de Biesbosch leert me dat je voor roofvis toch beter dieper water kunt bevissen. We varen door. Komen bij een afslag. Rechts wordt de toegang geblokkeerd door een drijvend stelsel van buizen lijkt het, volgens mijn kaart moet daar de Victoriahoeve liggen, links dan maar. Het is hier erg breed, ziet er geweldig uit. Volgens mijn achteraf geraadpleegde kaart moet dit nog steeds de Keesjes Killeke zijn. Langs een bomenrand zien we diepte op de finder: we gaan trollen. Het duurt niet lang, dan wordt het weer ondiep. Maar waar zitten we? We varen maar wat, zien geen hond. Plots ontdek ik in de verte een vrachtschip, dat moet de Amer zijn! Er op af. We komen nu op het Gat van de Kerksloot, groot, breed en diep. We gaan weer slepen. Zien na enige tijd een werkhaven links. Groot bord erbij, ’Verboden in te varen, verboden te vissen.’ Dat trekt, zo’n bord. Maar we beheersen ons. Totdat we ook aan de rechterkant zo’n haventje zien. “Eropaf”, zegt Leo baldadig. Op de drempel krijg ik er gelijk een baars aan. Maar los. We ronden de haven maar vangen er niets. We varen de Amer op. Trollen een paar honderd meter langs het stenen talud. Het is half vier, wat te doen? We overleggen: Aakvlaai of Weststad? Het wordt de haven. Volgas.
Op de haven is niemand te zien. Niet verwonderlijk, de vangsten zijn slecht. We gaan aan de gang, Leo met een dubbele dropshot, ik met een gewoon verticaalvisje. Het duurt lang, maar dan krijgt Leo een onmiskenbare aanbeet, hangen doet ie niet. En ja hoor, een kwartier later staat de Witte trots te grijnzen met een kromme stok. En nóg eens krijgt onze maestro een ferme tik, helaas het blijft bij deze ene glasoog. We nokken ermee. Dun dagje...
Wanneer we het kanaaltje naar de haven opvaren breekt de zon door. Heerlijk. Maar te laat. M wrijft zich de handjes. We nemen afscheid en ik ga de boot opruimen. Bij het inruimen van de kusntaasdozen zie ik een grote Pikefighter, aangeschaft op de beurs Stellendam. Het is een dieploper en die moet ik nog even proberen. Hoe diep loopt ie precies? Het is hier dik twee meter, pakt ie de bodem? Ik werp ‘m uit en draai ‘m in. Wham! Harde aanbeet! Krijg nou wat! Het is goddomme een snoekbaars!
Op dezelfde Pikefighter waarmee Leo vanochtend z’n eerste snoekbaars ving. Kan geen toeval zijn. Puntgave dingetjes toch! En geen geld. Ik probeer het nog een kwartier en krijg er zowaar nog een afvallende baars op. Maar ik nok er maar mee, ben best moe. Naar huis, lekker op de bank!
Ik wens de heren verder een Goede Vangst toe. Wordt het maandag of wordt het woensdag? Ik weet het nog niet. Men ziet het wel. Tight Lines!
Jan,
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |







