| Jan Junge beleeft 23 september |
|
|
Rommelaars! Waar te vissen? Dat is even het probleem. Tobben. Ik voel wel wat voor de Mark, maar dan moet ik eerst ’s ochtends ‘even’ naar Cranenbroek om een 12 volts lier te kopen. Die kost geen drol, namelijk slechts 35 euro, kan iets van 1000 kilo trekken, heeft een snelheid van bijna 2 meter per minuut. Je sluit ‘m aan op je bootaccu, die dan in de kofferbak dient te staan, bevestig het ding met een speciaal oog aan de trekhaak,
rolt de staaldraad uit, er staat niet bij hoe lang die is, en dan druk je de ‘aan’-knop in. Als alles goed is wordt je trailer plus boot dan langzaam maar zeker omhooggetrokken. Maar Cranenbroek gaat pas om half tien open staat op de site, en dat vind ik te laat. Ik ga de Biesbosch doen. Ik zorg voor grote en minder grote pluggen, plus wat verschillende soorten shadjes.
Om half acht vaar ik weg. Ik trol tot en met de Rode Brug, ga daar verticalen en trol dan verder met grote pluggen de Donge af, langs de Oude Centrale, richting Ir. Hamersbrug. Achteraf gezien gaat het hier eigenlijk al fout. Dat stuk Donge is doodgewoon slecht. Zonde om daar je tijd te verdoen. Maar je bent nog fris en je wilt ‘het zeker weten’. Onder de Ir. Hamersbrug krijg ik ook geen tikje en ik ga langzaam de stenen oever aldaar afverticalen. Niente. Door naar de Lawaaibrug. Ook niente. Nou zijn we al een eindje de ochtend in en nog geen tikje gehad. Niet zo gek, want dit zijn ook echt geen topstekken, zeker niet in het najaar. In de winter kan het nog wel eens wat wezen, nu niet. Zonde van de tijd.
Ik ga nu de Amer op. Sla links af met twee grote pluggen achter de boot. Langs de oever naar de haven van Drimmelen. Niks. De (nieuwe) haven van Drimmelen in, geheel naar achteren. Niets. Ik zet er grof gummi op en ga wat dieper verticalen met snoekspul. Ik vaar alle mogelijke aanleggaten in. Het water is glas-en glashelder. Niets. Het is nu al bijna middag. Heb ik gevist op topstekken? Nou nee, dit zijn eigenlijk doorsnee-plekken. Is dat verstandig? Ik vaar door naar de Centrale. Het is er druk met kantvissers en dat maakt dat ik niet ver het kanaal in kan. Bovendien waait het nogal en staat er flinke golfslag. Na een half uur heb ik het bekeken. Naar de overkant, het Spijkerboor in. Daar moet nogal eens een aardige snoek gevangen worden. Ik vind het een kaal geheel, heel breed, maar buiten de vaargeul bijna niet te bevaren door de ondiepte. Tussen de tonnen blijven. Hé, daar komt een troller aangevaren. Het is witgrijze rubberboot met een klein motorretje erachter. “En, hoe is het?”, wil ik weten. “Drie snoeken!”, zegt de man richting de Vier Winden wijzend. Godsamme, krijg nou wat! Maar waar zou ie ze gevangen hebben? De Vier Winden of op de Aakvlaai? Nou is de Aakvlaai slecht wat de snoek betreft, dus gok ik op de Vier Winden.
Ik trol met m’n grote pluggen richting Vier Winden. Lastig vissen, want het is op het toevoerkanaal buitengewoon hobbelig onder water. Ook blijkt er nogal wat flap te staan. Maar het is na het kale Spijkerboor wél heel erg sfeervol met al die oude grote bomen half over - en in - het water. Het lijkt enorm snoekig, maar ik ving er tot op heden maar slecht. Ik kom op de Vier Winden. In de monding ligt een bootje: snoekbaarzer, doodazer. “Nee, nog niks!” Zo mag ik het horen, ik nix, zij ook nix...
Ik ga aan het verticalen. Verschillende shadjes, verschillende dieptes. Geen reet. Maar ik hou nog even vol. Kom bij de boot achterin, zitten 2 man in, ook zij zijn aan het doodazen. “Hele dag bezig, overal geweest, net eindelijk één baars!” Nou horen jullie het eens van een ander! Ik scharrel terug, verspeel natuurlijk een shad. In de verte zie ik de witgrijze rubberboot weer aankomen en ergens op het toevoerkanaal, ‘het Middengat van het Zand’ genaamd, stoppen. Kennelijk was het dus wel degelijk hier dat ie ze ving. Een half uur verstrijkt. Ik nok er mee. Ga het nog eens even op Vissershank proberen. Ik verticaal, ik trol de aanvoersloot aldaar af. Het weer is werkelijk patent geweest: donker, veel bewolking, flinke westelijke wind. Maar niets. Nu gaat er een beetje zon komen. Ik wil naar de Aakvlaai maar vaar de verkeerde kant op, richting Vier Winden. Zie een bootje met een naar het riet werpende visser. Z’n vismaat vist niet, maar bestuurt slechts de boot. Ja, zo kan ik het ook, een dozijn van die vismaten svp!
In een opwelling vaar ik de Vier Winden weer op. Waar is die rubberboot? Ik zie ‘m aan de kant bezig bij een rietkraag. Is ie daar aan het drillen? Het lijkt er wel op. Ik vaar z’n richting uit, maar ik zie de man wegvaren en een stukje verderop stoppen. Niet aan het drillen dus. Maar er is toch iets, hij is zeer geconcentreerd ergens mee bezig. Zit de zaak in de knoop? Wanneer ik z’n boot op flinke afstand passeer ontwaar ik licht geplons vlak naast de boot en zie ik vinnen boven water. Verdraaid, heeft ie er toch een! De man roept iets naar me. Verstond ik daar ‘grote snoek?’ Wanneer ik bij ‘m ben zie ik dat er iets in het flap vastzit. “Kanjer, durf ‘m niet te pakken, geen net bij me.” Aha, een amateur dus, ik grijp mijn snoeknet. Ergens onder water zie ik iets oranjeachtigs schemeren, de plug, daar moet de kop zitten. Ik schuif het net er overheen, wil lichten. Lukt niet. Dan schuift het flap weg en zie ik de rug van een kanjersnoek zoals ik nog nooit gezien heb! Godverdomme, wat is dat? “Eénmeterdertigjezuschristus!!”, schreeuw ik. Dan komt de kop vrij. Bijna val ik uit de boot van schrik! Een alligator! Die kop is verdomme zonder meer twee laarzen breed, dit kán gewoon niet. Maar hij zit gelukkig al in het net! De lijkbleke Belg – want dat is het – moet even gaan zitten om bij te komen. “Heb ze groot gezien, zoiets nog nooit.” Dan springt ie juichend omhoog alsof hij pas nu beseft dat de buit binnen is. “Dacht dat ik ‘m nooit aan boord zou krijgen, al een half uur bezig.”
Tja, het komt niet over op die foto’s van mij, dit is een monster hoor!
We gaan proberen de haken te lossen met de vis in het water, hij ligt rustig in het net. Het lukt, het kunstaas was van rubber, maar onherstelbaar verminkt, lijkt wel een kurkentrekker, alles krom! Nou moet ie op de foto, de Belg gaat het net aan boord trekken. Binnen! Ik krijg het fototoestel van de gelukkige visser maar maak ondertussen gauw zelf een paar plaatjes met m’n eigen toestel. “Armen strekken”, roep ik, maar de arme man is al blij dat ie de snoek kan tillen. Nou ja, laat ook maar. Het valt ons op dat ie weer zo licht van kleur is, zo vaak het geval bij grote snoek. Kan ook door de stress komen misschien. We gaan meten. Wanneer de Belg de snoek op de grond laat zakken gaat het mis. Z’n kieuwgreep glijdt weg en de duim van de fortuinlijke visser komt tussen de kaken vast te zitten! Hij schreeuwt het uit. Komt niet los. Ik pak een tang, maar de snoek opent z’n bek al. Bloed gutst in het rond. Gelukkig heb ik ook nog pleisters bij me. Toch even het meten afmaken maar. Tot beider verbazing blijkt het monster slechts 117 cm te meten. Maar de staartpartij is relatief smal met een opvallend kleine onderste staartlob. Met een beetje normale lob zou ie dik over de 120 geweest zijn. Ik probeer nog om de snoek te wegen met de weegschaal in mijn gripper. Die gaat tot 12 kilo, 26 Lbs, maar de snoek komt lang niet los van de grond wanneer de stop duidelijk voelbaar ketst. De buik is nogal leeg, vermoedelijk zal deze vis de 30 pond wel makkelijk gehaald hebben. Bij het wegen gaat trouwens de muil wijd open en we zijn het er beiden hartgrondig over eens dat een volwassen eend met gemak in deze krokodillenbek moet passen!
We leggen ‘r terug in het net om de vis wat bij te laten komen. Tot mijn verbazing gaat ze al binnen enkele minuten draaien en wringen. Oké, er uit dan maar. Snel zwemt ze de diepte in, geen problemen, prachtig.
We praten nog wat na. Het aas blijkt een goedkope imitatie bulldawg te zijn, groen met rood, maar voorzien van een dubbele staart, extra opgelijmd, van een kapot exemplaar. De aanbeet was hard en duidelijk en kwam – voor de zoveelste keer! – bij een verandering van koers. Dat het een kanjer was werd meteen duidelijk door de grove run die de vis onmiddellijk inzette. Daarna was het vooral bokken, maar de snoek had ook nog een voorkeur voor het riet, en de flapbanken ervoor. “Was u mij niet te hulp gekomen, ik had de vis voorzeker verpeeld.” “Nou geef maar vijf tientjes”, zeg ik met een stalen gezicht, en de Vlaming grijpt nog naar z’n portemonnee ook... Lachen!
We vertrekken. De Belg vaart het Middelste Gat van het Zand in en ik vaar achter ‘m, zij het meer naar het midden. En binnen vijf minuten staat z’n hengel alweer krom. Het is een klein snoekje. Na tien meter is het wéér raak! Krijg nou wat!!! Deze schiet los. “Ik krijg visles!”, roep ik. “Kleine aaskes gebruiken”, adviseert de man. Ik ruk mijn grove pluggen van de stokken en monteer bescheidener spul. Whomp! Meteen raak! Gelijk vangt ook de Belg een baars. Even later vang ik de volgende mini! Nou zeg, of ze ook los zijn nu!
En dan te bedenken dat ik er nog drie los ook! Eentje kon wel eens een erg mooie vis geweest zijn. Ik voel een ruk die er niet om liegt en meteen valt mijn lijn slap. Breuk? Inderdaad. Maar bij nadere beschouwing zie ik dat het bevestigingsoog uit de Mann’s Minus Stretch gerukt is!! Nou blijkt die laatste serie Stretches nogal gammel te zijn: ze lekken – inderdaad – bij de voorste bevestiging! En nu dus dit. Jammer want qua vangstkracht is het een wereldplug en hij loopt zeer ondiep.
Verdomd vervelend als het een snoek geweest is, zit het beest met die sigaar in z’n bek. Het sterft hier van de jonge snoek, een goed teken. Nou gaat dat heldere water in combinatie met veel waterplanten dus eindelijk werken! Dat belooft wat voor de toekomst...
Ik besluit om nog even naar de Sloot van St. Jan te gaan. Maar dat valt tegen. Het is laag water en er is veel plantengroei. Er valt haast niet te vissen. Wanneer ik onder de verzetspoort doorvaar zie ik in de kom er achter een jacht liggen dat wanhopig probeert om los te komen. Vast komen te zitten bij laag water! Ik bied mijn diensten aan. Het achterschip zit vast, wanneer ik de boeg nou eens kan omtrekken? Lijn aan de reeling voorop en aan een kikker achterop mijn boot. Daar gaan we: volgas! Binnen twee seconden lig ik weer naast het jacht! Mijn boot wordt door mij onbekende krachten met een noodgang langszij gebracht, keurig via een kwart-cirkel aan de lijn! We verlengen de lijn en ik stuur meer tegen, tevergeefs! Komt dat door de schroefwerking? Is er een zeeman onder jullie die dit kent? Maar uiteindelijk lukt het toch en het jacht komt vrij. “Hartelijk dank meneer!”
Gelijk nok ik er mee. Ik sleep nog het stuk over de Peerenboom – niets – en ga volgas naar mijn haven. Ook in de sloot krijg ik geen beet meer. Traileren en uit/inladen. Het was me het dagje wel! Geen Dag zonder Drama! Da’s mijn devies. M knikt.
Mijne Heren, u hoort volgende week wel weer een keer van me. Inmiddels Tight Lines en een Petri Heil!
Jan Junge,
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |









