Home Jan Junge beleeft! Jan Junge beleeft 9 september

Zeehengelsport

Sponsored Links

Sponsored Links


Jan Junge beleeft 9 september E-mail

Maatjes, met Oom Leo naar een – voor mij – nieuwe stek bij oud Beijerland! Op de karper. De grijzende maestro ving er al eerder mooie karpers in de voor onze generatie fraaie gewichtsklasse tussen de 15 en 20 pond. Maar of ut vandaag gaat, da’s de vraag. En omdat ik des avonds kan doorvissen door familiare omstandigheden en de Binnenmaas vlakbij is, besluit ik de boot mee te nemen. Kunnen we zo instappen mocht het nodig wezen.

 

Ik stel de TomTom in op de door Leo aangegeven weg - het is een zogenaamde ‘bruggenstek’- haal de boot op en al spoedig is het ‘bestemming bereikt’ .Ik sta aan het begin van de Zinkweg en ga die oprijden. Het valt me wel op dat het er hier nogal ‘huizig’ uitziet, maar gelukkig ontdek ik ook een mooie vijver, nou die sloot nog. De Zinkweg is behoorlijk lang. Het is een dijk, lijkt naar het centrum te lopen. Daar heb je het al: rood bord met witte balk, moet ik onderlangs verder. Na een stukje mag ik er ook daar niet door en moet ik naar rechts, min of meer het dorp in.

 

Goed idee Junge, ik kom van Rotterdam naar de Beneluxtunnel, door de tunnel rechtsaf, voorbij de bocht naar links richting OB. Door OB richting Zinkweg, voorbij Zinkweg rechtuit, ongeveer 200 m. dat brugje moet je hebben. Het zigeunerkamp. Hier huizen zware karpers…… Ik sta rond 9.00 uur bij de brug.

 

Godverdegodver, dat klopt niet. Maar wellicht zit de stek helemaal aan de andere kant. Dan mensen – je geloof het toch niet – staat er plots in de smalle straat een reusachtige hijskraan. Ik moet achteruit, terug! En ik heb de boot erachter! En twee auto’s die meegereden zijn…. Gaat goed zo! Ene M knikt instemmend… Wat later sta ik aan de andere kant van de Zinkweg. Geen water te zien! Ik spreek iemand aan: nee hier is geen sloot, wel een grote vijver, aan de overkant. Inderdaad, een prachtige put, maar die zoek ik nu even niet. Een zigeunerkamp? Er is hier helemaal geen zigeunerkamp! Nee, ook niet aan de andere kant. Maar dan blijkt er nog een stuk Zinkweg te zijn dat na het verkeersplein aan de andere kant doorloopt. Hoop laait op. Terug. En verdomd, daar is het. Maar er staat wel een bord doodlopende weg bij. Da’s vreemd. Ik rijd de weg op. Die wordt al snel nauwer, en na 200 meter loopt ie inderdaad dood. Geen druppel water. En nou moet ik weer terug met die %$@&^boot er achter. Ik bel Leo. “Sorry Leo, ik ben het zat, ik ga naar De Binnenmaas. Alle opties gehad, geen water, geen Leo, wat moet ik verder? “Leo zoekt wanhopig naar een oplossing.” ”Er staat hier een bordje met (ben ik vergeten) en verderop staat eenblauw bord met N217 erop. Ik rijd het verkeersplein op. Nog heel even een stukje de andere kant op. Meteen zie ik een blauw rechthoekig ‘stads’bord ‘ZINKWEG’. Jezus Christus! Er is dus ook een dorpje Zinkweg!!! Ik rijd het smalle wegje naar het dorpje op. Meteen gaat mijn telefoontje. “Terug, terug, ik zie je rijden, ik sta rechts op de weg.” Verderop op de provinciale weg zie ik anderdaad een grijs poppetje zwaaien. Getoeter achter me, iemand moet voorbij. En ik moet achteruit. M knikt glimlachend. Hoor ik ‘m daar niet ‘toemaar, toemaar!” mompelen? Als ik de provinciale weg eindelijk opdraai zie ik een bordje met ‘Ruisscheweg’ staan. Leo vist helemaal niet op de Zinkweg. Hij staat bij Zinkweg op de Ruisscheweg, ofwel de N217! Ja, dan wordt het moeilijk zoeken. Ik ben behoorlijk gefrustreerd door Leo’s slechte uitleg en laat het ‘m in vrij forse bewoordingen weten ook. Gelaten en enigszins bedremmeld hoort de gelooide duivenmelker het tieren aan, tot ie zich snikkend omdraait…

 

Gekheid, we gaan vissen. De stek ziet er werkelijk patent uit, breed water, behoorlijk donker, meter diep, mooie omgeving. Lijkt niet al te zwaar bevist te worden, maar dat weet je nooit voordat je er regelmatig komt. Het weer is trouwens ideaal: Grijzig-met-af en-toe-een-straaltje-zon. Flinke wind, niet te warm, niet te koud. Enige regendreiging hier en daar, er valt al een enkel druppie.

 

Patente karperstek.

 

Leo heeft al gevoerd. Ik laat de drijvertjes te water, gebruik een haar met een pelletje. Meteen krijg ik beet ookl Het blijken de roemruchte ‘duwers’ te zijn. Rommelen, niet pakken. Dat zijn niet zelden voorns. Brasem, zeelt, blei, karper, giebel, kroeskarper, dat zijn slikkers, maar de familie voorn wil het aasje helemaal schoon hebben voordat het naar binnen gaat. En als er een haakje aanzit gaat dat maar moeilijk.

 

Ziet er veelbelovend uit.

 

Al  na een half uur verspeelt Leo een goede schubkarper. ” Mooie wegloper, de karper kwam meteen mee omhoog en schoot los!“ Jammer, want had de vis een schot genomen dan had de haak zich waarschijnlijk beter gezet. En even later toont de maestro me de eerste winde. Uurtje later nog een. Op mijn stek is de activiteit geluwd. Wat later staat Leo naast me. Hij heeft iets gevangen. Die rakkers zitteh hier dus ook! “Ik zag de pen zijdelings wegschuiven, heel traag, en ik besloot om maar eens vast te tikken!” Krijg je dit! Volgens culinair expert Frits Beutick smaken deze kreeftjes heerlijk. We gaan het niet proberen.

 

Rivierkreeft - een ware delicatesse!

 

We zien een man het weiland inlopen, gewapend met ‘spullen’. Hij inspecteert het water. Blijft op enige afstand van de oever. Da’s een karpervisser, zeker weten. Op een honderd meter afstand neemt ie plaats tussen de rieten. Ben benieuwd of we ‘m nog met een krom stokske zullen zien staan… Omdat je hier slecht kunt parkeren – er is alleen maar een twee meter breda grasstrook tussen de weg en het fietspad - heb ik auto en aanhanger maar op een oprit naar een weiland gezet. Vlakbij staat nu een tractor-met-maaier in het veld dreigend klaar. Godverdegodver, nou moet ik m’n combinatie natuurlijk weer wegzetten! Dat hoeft niet. De chauffeur manouvreert z’n gevaarte handig langs mijn trailer en zet z’n maaier in de kant. RRRRRR! Op weg naar de karpervisser! Hahahaha!! Ja, ik kan een ploert wezen…

 

De visser wacht niet af. Inpakken en wegwezen! Ziezo, ben ik niet de enige die dit soort gebeurtenissen altijd overkomt.

 

De zeevisser wijkt voor de nettenzetter, de karpervisser voor de boer...

“Op weg naar huis”. Wie bevroedt het drama achter dit vriendelijk gebeuren?

 

We zitten begin middag wanneer Leo roept. Verdomd! De bebaarde Leidschendammer staat met een fel gebogen ‘Johan Kikkert’ glasvezel! Er ontstaan zware wellingen in het water, modder kolkt op. Dan zien we de karper draaien, een heel mooie! Toch duurt het niet al te lang voordat we ‘m onder de kant hebben. Probleem is alleen dat die kant retesteil is én hoog. Leo heeft er rekening mee gehouden en een net meegenomen met een lange steel. Toch moet ik nog toeren uithalen voordat ik ‘m kan scheppen. Omhoog trekken vergt echt het uiterste van het materiaal, maar het lukt. En grote karper! Hij meet 85 cm en heeft naast een relatief grote kop ook nog een behoorlijke buik. En wát een bek zeg! Er zit echt wel verschil in formaat én ook in plaatsing van de mondopening. Deze karper heeft een joekel van een scheur en die staat relatief eindstandig. De haak zit onderin, als een huis meneertje. We schatten de vis op een pond of twintig. Foto en terug! Gefeliciteerd Leo!

Een joekel van een karper!

De weg achter ons is druk, heel druk. Op den duur is dat toch verdraaid vermoeiend. Je staat behoorlijk ver van de weg, maar als er een vrachtauto passeert krijg je toch een behoorlijke klap te verwerken. Vandaar dat deze brug waarschijnlijk niet al te populair is. We krijgen af en toe een paar regendurppels, maar niets bijzonders. De wind is wel vrij sterk. Het loopt tegen het eind van de middag. Leo heeft nog een dunne winde gevangen, en ik ben maar aan zijn kant van de brug komen zitten, ruimte zat. Tikke tik tik… ze zitten hier ook, maar het zijn de verkeerde vissen.  Nou ja , beet is altijd beter dan geen beet… Na een uurtje gaat Leo het eens even op ‘mijn’ -inmiddels verlaten- plek proberen. Tevergeefs. “Ik ga maar eens nokken”, mompelt de ex-aannemer z’n aasje weer te water latend. “Nou nee, maar even wachten!!”, klinkt het opeens dringend. Zie ik die stok wéér krom staan! Deze karper is evenmin klein te noemen. Maar of ie de vorige kan evenaren, dat lijkt er niet in te zitten. “Ik leg in, metéén die pen weg!”, zegt Leo nog steeds een beetje verdwaasd. Ook deze karper is geen echte run-nemer en we hebben ‘m vrij vlot in het net. Hijsen maar! Toch ook een fraaie vis, meer gelijkmatig gebouwd. Bij het onthaken merk ik direct dat deze bek veel meer naar onderen gericht is, al zou je dat op de photo niet zeggen. De haak zit trouwens maar met een velletje vast!  We gaan ‘m meten. 84-85 bovenlangs. Maar deze vis heeft minder pens. Achttien pond, besluiten we. We doen er nog een uurtje bij.

 

Het lijkt wel werk! Schitterende karper!

 

Dan nokt de gebaarde Leidschendammer er definitief mee. Het is rond half vijf en varen op de Binnenmaas heeft geen zin meer. Ik blijf nog even zitten op Leo’s topstekkie. En kijk ‘ns! Opvallend mager, die winde! Ik vang nog zo’n ‘duwer’. Dat blijkt het oerblankvoorntje van 12 centimeter te zijn. Ik overweeg nog even of ik ermee zal gaan snoeken maar ik gooi het diertje toch maar terug.

 

Winde tijdens het karpervissen.

 

Ik houd het nog een uurtje vol, dan geef ik er de brui aan. Het is mooi geweest. Alleen, nou moet ik met de trailer eerst achteruit de weg op. Dat gaat niet meevallen, want die weg is echt beredruk en er is kans dat ik even heen en weer moet steken. Ik wacht en wacht. Dan is eindelijk de dichtstbij liggende rijstrook leeg, alleen komt er heel in de verte van de ander kant nog een auto aan. Het moet maar. Het gaat goed, maar ik zit toch erg ver op de 2e rijstrook. De man in de verre auto moet vaart minderen. En ja hoor, daar zijn we weer! Vertrokken kop, gebaren, mompelende mond, wijdgespreide armen. “Hij heeft voorrang!” De bijbelspreuk van de modale Nederlander… Trap op dat recht en je trapt op z’n hart. ‘LUL’, mompel ik.

 

Ongeschonden rijden we verder naar huis. Vrijdag krijg ik Rob Vermeer (kapitein Rob) in de boot. Wat moet het worden? Ik pijnig mijn hersenen, of althans wat daarvan over is na zoveel drankgebruik. D’n Gerrit heeft gebeld: op het Haringvliet gisteren z’n maat 21 snoekbaarzen met twee man. Jawel, donker weer! Maar ik ken het Haringvliet niet goed genoeg en het is daar erg eenzijdig vissen. Maar Gerrit meldt meer! Dinsdag, de dag dus nadat ik wel aardig op de Mark gevangen had, gaat een kennis van ‘m vissen in Breda. Drie mooie snoekbaarzen, snoek van 86 en van 117!!!!  Maar nou zit ik dus wel met een goede trailerplaats! Nog maar eens goed zoeken vandaag. Bovendien moet ik nog naar Fauna, eens horen wat d’n Baartjen te vertellen heeft over de vangsten in de Biesbosch.

 

Maar hoe dan ook, u hoort er natuurlijk weer van! Inmiddels een Petri Heil en Kromme Stokken!

 

Jan Junge,

 

NB. Dat zigeunerkamp? Dat werd 15 jaar geleden opgeheven…..

 

Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com



Tags: Jan Junge  Karper  Winde  Rietvoorn  Voorn  Zeelt  Brasem  Giebel  Winde  

   
   
 
Meer uit deze serie

Google Translate

Highlights

Cormoran / Daiwa

Cormoran

Sponsored Links

Sponsored Links

Onderlijnenvooropzee.com | Onderlijnenvooropzee.nl | Sea-Fishing-Tips.com
| Zeevissen | Strandvissen | Kantvissen | Surfcasting | Bootvissen | Wrakvissen | Hengelsport | Zeevis onderlijnen | Zeevis tips & trucs | Hengelsport knopen |