| Jan Junge beleeft 7 september |
|
|
Fellows! Volgens het KNMI is de omslag aanstaande. Als visser heb ik daar een goed gevoel over. Als normaal mens neem ik maar met moeite afscheid van het mooie weer, maar als Broeder in Petrus… Ha!... de temperaturen dalen, er komt in de middag regen. Er komt herfst. Heerlijk! De Grote Snoektijd Komt. En… de Grote-Snoek tijd komt. Ik verslaap me half bewust: ‘niet nodig zo heel vroeg te gaan’, mompel ik laf. Zodoende ben ik pas tegen negenen aan de waterkant. Dat is de Mark.
Ik kan er alleen in, Peter Hansler komt me er ’s middags uithalen. Nadat ie een paar uurtjes met me gevist heeft uiteraard. Het is maar goed dat ik hulp krijg, want ook met een lege trailer kom ik maar met de grootste moeite van de miserabele zand-en-stenen ‘helling’ omhoog. Dat ging maar nét.
Het vissen gaat beter. Al na enkele minuten beet hoor! Niet echt groot, maar zéér welkom! Het blijkt een baars van formaat, zeker rond de veertig. Maar ik moet ‘m weer zonodig tillen en hij spartelt zich los… Het is trouwens inderdaad fris vanochtend, ik moet de rits dichtdoen. Er is veel bewolking en op dit punt op de Mark zit ik vol in de wind. Ik vis op de handhengel het onvolprezen 2 delige SPRO-plugje (daar is nu ook nog een extra dieplopende versie van bijgekomen) en op de steunstok een UKKO plug uit het verre Finland. Die Ukkos’s zijn geïmiteerd (of misschien ook wel in licentie vervaardigd) door Cormoran. Hoe het ook zei, beide merken liggen bij den Baartjen voor weinig geld in de uitverkoop. Ik heb zelfs de 2 delige uitvoering - nota bene in het zwart - maar daarvan heb ik het achterste, erg korte, deel, geel gespoten. Nu zwiept er een kleurig staartje achter de plug. Mooi werk Junge! Ze lopen behoorlijk diep, al gauw twee meter, en trekken niet erg hard.
Dit is dus een eendelige Ukko, 16 cm.
Het is op die tweedelige customized plug dat ik tien minuten later een fraaie aanbeet krijg. De stok gaat tenminste mooi krom en als ik ‘m met enige moeite uit de steun peuter blijkt mijn hoop bewaarheid: rukkende vis! Ik ben nog van het oude stempel en een snoekbaars op een flinke plug, dat vind ik raar. Snoekbaarzen vang je op kleine, vooral slanke, dieplopende pluggen en heel af en toe vangt men per ongeluk een zogenaamd ‘kasteel’ op een snoekplug. Maar deze zestiger heeft toch echt de dubbele UKKO imitatie gegrepen. Een mooi begin, twee aanbeten binnen een kwartier! Herfst hè, ja ze zijn los! Eindelijk…
Ik trol richting Terheijden, langs het riet. De plug aan de rechterhengel ketst af en toe op de stenen onder water, maar loopt vrijwel nooit echt vast. Slechts één keer moet ik de kunstaasredder gebruiken, dat levert dan ook meteen een rechtgebogen haak op. Het water is helder, maar niet glashelder, er zit wel een kleurtje in. Prima. Scheepvaart is er vrijwel niet en ook vissers zijn schaars. Niet erg, integendeel. Plots wordt de handhengel op de juiste manier tegengehouden: stevig, maar toch met die lauwe mee-beweging. Je wacht een sconde op de te verwachten rukken…. Yess! Leven! Lijkt me een snoek. Klopt. Een halvemeter vis is het, maar wat knokken ze hard. Mooi hoor. En keurig voorin gehaakt.
Verder maar weer. Ik trol de haven van Terheijden in. Wat is dat toch een leuk sfeervol haventje! Er móet gewoon roofvis zitten. Ik ga verticalen, werpen, tussen de boten. Niente… Door maar weer. Maar na een dikke vijfhonderd meter of zo besluit ik toch terug te gaan. Het stuk dat nu volgt is namelijk nogal saai en ik kreeg er nooit beet. Langs de overkant terug. En verdomd! Al na enkele honderden meters: een slappe aanbeet, meer een vastloper. Maar het is wel degelijk vis en een mooie. Op de Ukko, dat maakt het extra leuk. Langzaam krijg ik de vis naast de boot. Ik ga voor snoekbaars. Zeker weten zal ik het nooit, want plots is ie los… Jammer hoor!
Ik vaar verder. Langs de merkwaardig geconstrueerde witte brug over het Markkanaal. Ik sla niet af naar Oosterhout, maar vaar wel weer naar de overkant. Daar liggen de interessantste stukken met wat meer ‘features’ dan aan de overzijde. Ziet er ‘vissiger’ uit. Maar dat zegt eigenlijk verdraaid weinig, zo blijkt in de praktijk. Het kan natuurlijk ook dat er zoveel vissers weten waar de mooie plekjes liggen dat deze compleet kaalgevist zijn. Ik vaar de eerste, kleine, haven in. Meer een grote bak eigenlijk. Niets. Bij de Belcrumhaven zie ik de eerste bootvisser. Het blijkt een witter.
Er ligt een flink schip in de monding gemeerd, met minstens 4 meter water er onder. Ik verticaal erlangs. Niets. Ik werp het Sprootje weer te water en trol verder. Klats! Gelijk er eentje op! Het is een vriendelijk snoekje dat me verwijtend aanstaart. Mooi voorin gehaakt, meteen zwemt ie weer.
Deze haven is een van de mooiste in z’n soort. Tikje verwaarloosd, heel groen, veel palen en bouwsels in het water, ondiepe stukken, diepe stukken, dotters, riet. Je verwacht er karrevrachten vis, maar dat valt toch tegen. In ieder geval pak ik wel een baars, precies op de stek waar ik vorige keer ook al zo’n exemplaar ving. Ik trol er nog maar eens een paar keer overheen, misschien ligt er wel een schooltje. Niet dus. Ik vaar langs de witter. ‘Sláp!’, zegt ie desgevraagd.
Haven uit, verder richting Breda. Ik passeer twee grote bruggen. Even verticalen. Nee hoor, weer niets. Maar Gerrit zei het al: “Een beetje verticalen is net zoiets als een beetje vissen, dat werkt niet.” Hij heeft gelijk. Ik kom dicht bij Breda en ga terug, heb geen zin om in de grachten te gaan vissen met dit mooie weer. Te veel kijkers, te veel commentaar.
Ik keer om. Bij de tweede brug zie ik nu een visser zitten. Die gaat staan en vertoont tekenen van stress. Aha, het is een karpervisser. Hij maakt gebaren die duiden op uitliggende lijnen. Ik trek de pluggen binnenboord. Volgens de regels van de etiquette (wat is dat opa?) zou eigenlijk de karpervisser z’n lijnen binnen moeten halen… Maar geen hard feelings hoor, oh nee!
Drie kwartier later scharrel ik weer langs de rietkant waar ik de boot te water liet. Da’s het beste stuk als je de aanbeten telt. Tack! Mooie klap op de Spro! Klein snoekje. Er zitten hier heel wat van die pubers, goed teken.
Even verderop slaat - nét wanneer ik ernaar kijk- de uitstaande hengel krom. En hoe! Weer wordt ie zó hard naar achteren gerukt dat ie een tandje terugschiet. Wie geen Berkley hengelsteuen gebruikt moet dat ‘tandje terug’ maar even vergeten, de andere jongens knikken begrijpend. Dit is vis! Makkelijk gezegd, want de stok staat te dansen. Maar als ik ‘m grijp valt ie dood… Los. Dat leek een mooie, en gezien de aanbeet waarschijnlijk een glasoog. Jammer dat ik die kleun niet gevoeld heb, moet een paardentrap geweest zijn!
Ik rommel verder. Kom weer bij de roeivereniging, die is kennelijk gesloten vandaag, geen kip te zien. Peter Hansler belt. Die heeft vanochtend op de Vest in Geertruidenberg op roofblei gevist met de pen. Twee aanbeten, en dat was het helemaal. Daarna even naar Fauna om gerepareerde hengels af te geven en misschien (hoogstwaarschijnlijk) te ouwehoeren. Maar nu staat ie zoals afgesproken toch maar mooi bij de brug. Peet is een lieve jongen: eigenlijk houdt ie niet van varen, Peet is meer een struiner. Maar hij wil nog wel even kijken of ie nog een keer roofblei kan vangen zoals vorige keer.
Peet stapt in en mijn jas gaat uit. Het is verd… bloedheet. Dit keer heeft de Bilt gefaald. ‘Regen in de middag’. Uche uche… We zijn nog geen tien minuten aan het trollen als ik weer een snoek op de Spro krijg. Gaat ie goed of gaat ie goed? Het is wel allemaal ongeveer van hetzelfde bescheiden formaat, maar vis is vis, vind ik.
Wanner we weer langs de roeivereniging komen gaan we even werpen op roofblei. Niks. De roofblei was vorige keer aan het jagen, nu is er weinig te zien, al barst het er van de jonge vis. Het is al laat in de middag, maar nog steeds warm. Trui ook nog uit, had ik veel eerder moeten doen. En verder geen roofvisser te bekennen, mooi. Peet lost een klein baarsje, nog wel op de toch niet geringe Ukko. Ik vang er nog een, maar die is zo klein dat ik er de sluimerende camera niet voor wil wekken. En geloof het of niet: krijg ik er alweer een snoekje op, nummer vijf!
Toch gaan we zo langzamerhand nokken, we zijn allebei moe en het is dus érg warm. We zouden vrijwel zeker nog wel wat kunnen vangen, maar eens houdt het op.
Traileren! Zal het lukken? Peet neemt naast me plaats om voor meer gewicht op de vierwielen te zorgen. Het helpt niet. Een voorwiel draait machteloos door, hoe hard Peet ook ”gás, gás’, vooruit!” roept. We proberen het met duwen. Vergeet het. Alleen rook en stenen. De trailer staat waar ie stond, erger nog, hij staat nu nog verder de plomp in! We moeten Peet’s auto inschakelen. Ik heb een sleepkabel. Peet heeft een trekhaak. Maar waar zit dat trekoog aan de voorkant van mijn auto? Nergens te vinden. Modern! Er blijkt een Geheime Opening in de bumper te zitten, geraffineerd afgedicht. Daar moet een zwaar oog ingedraaid worden. Ziezo. Starten en tegelijk trekken. Daar gaan we! We gaan niet. M lgt in een deuk. Rook, stenen, stof, zand. De geur van verbrand rubber. Godverdegodver. Nog eens. Peet’s Focus sproeit stenen en grind naar achteren en net als ik denk dat we hier voor eeuwig vaststaan, draait de slimme Numansdorper het stuurwiel naar rechts. De wielen pakken en we komen moeizaam omhoog. Gelukt! Boven ons hangt een rookwolk en de geur van schroeiend rubber is oorverdovend, dit doen we dus nooit meer.
Er is een alternatief, maar da’s niet gunstig. Een haventje ver weg, negen uur open, zes uur dicht, kost uiteraard geld, maar de afstand is het struikelblok. Eerst een kwartier, twintig minuten volgas naar de bruggen over de A16. Hmmm. We zoeken nog verder.
Mijne heren, dit was ut. Weer eens een keer een Goede Dag. Ik zie het al: “het zit te komme!” Woensdag weg met Leo. U hoort er uiteraard nog van. Inmiddels een welgemeend Tight Lines!
Jan Junge,
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |









