| Jan Junge beleeft 2 september |
|
|
Boyz, sjongejonge, wat een weer krijgen we! Harde windstoten, forse buien, windkracht 4 minimaal, in de middag zes. Je zou voor minder thuisblijven. Toch ga ik er op uit, temeer daar de Bilt een wat rustiger weerbeeld opgeeft dan de anderen. En die KNMI, da’s volgens mij de meest betrouwbare van het hele stelletje. Maar nou blijkt Leo niet thuis! De gebaarde maestro wilde het graag eens op voorspraak van Henque ‘de Koot’ proberen op de Merwede
bij Dordrecht, maar nou is ie onbereikbaar. Peter is niet zo’n booter en gezien het weer geeft mijn privé-hengelbouwer/reparateur aan liever niet in te willen stappen. Gerrit is nog ziek, duizelig vooral, en da’s in een boot tamelijk onhandig. (Vooral met Junge aan het roer, fluistert ene ‘M’). Ik denk erover om Rini Hofkens te vragen, maar dat zou wel eens iemand kunnen zijn die om tien uur in bed stapt, en het is tien uur. Beetje op-de-valreep.
Enfin, ik ga toch maar alleen. Ik haal de boot op, de volgende ochtend, stel de Tom Tom in op de Baanhoekweg te Dordt en ga rijden. (Nog) geen files, voorspoedige tocht. Het traileren verloopt schadeloos. Het is bewolkt, maar er is ook af en toe zon en rond de derde Merwedehaven – want daar ligt de helling – is het zelfs rustig te noemen met de wind. Er ligt daar meteen naast de helling een groot drijvend dok of iets soortgelijks, en daar er vier meter water staat lijkt het me alleraardigst om daar eens wat te dropshotten. Ik ga zelfs de officiële (werp)techniek toepassen, werpend dus, staand in de boot, hengeltje hoog en héél lichtjes pielen, want ik heb van den Bartjen de video van Luc Coppens mogen lenen. Zeker een aardige instructieve film, maar er is best wel wat te verbeteren. Gewoon ergerlijk is dat je kleinschalige zaken zoals het leggen van knopen weer eens te zien krijgt vanaf een meter afstand - oké een halve meter dan - maar ook dat is onvoldoende. Bovendien gaat het te snel en is de lijn niet goed zichtbaar. Die vismaat van Luc zal best een hartstikke aardige jongen zijn, goed voor zijn Moeder en zijn kanarie, maar hij kan niet acteren en z’n stem is van het verkeerde soort. “En vertel-nu-eens Luc,-zie-ik-daar-nog-een-andere-shad-in-je-doos?” Je ziet het spiekbriefje er als het ware náást liggen, zo spontaan. En op de een of andere manier is ook de inleiding van de hoofdstukken niet je-dat. Een goede film maken, da’s echt vakwerk en dat ontbreekt toch een beetje. Jammer voor Luc Coppens, want die kan het écht wel.
Niettemin ben ik geïnspireerd en werp een tijdje met een licht, lang hengeltje. Dat stokske is feitelijk niet snel genoeg, maar je kunt niet meteen alles hebben. Ik dropshot verder langs de kant - tussen de een en vier meter diepte - naar de uitgang van de haven. Van Gerrit hoorde ik dat de topstek op de hoek links moet liggen. En ja hoor: de eerste vis, baarsje.
Ik vis trouwens weer met een dubbele set-up: twee droppies boven elkaar. Een dunne witte (worm) boven, een groen-gele schoepstaart onder.
Even verderop staat een vrolijke Aziaat op de keien te vissen. Hij spreekt slecht Nederlands en moet dus terug. Gekheid, het is een aardige man, maar vrijwel niet te verstaan, vissen kan ie niet. Even later zit ik in z’n lijn, want hij heeft nog een geheime hengel uitliggen, zo blijkt.
Het weer blijkt eigenlijk prachtig. Zwaar bewolkt, af en toe wat zon, matig windje. Ik draai langzaam met de bocht mee en wanneer ik bijna uit het zicht ben, krijg ik er weer eentje op. Het is een keihard vechtende snoekbaars. Leuk!
Ik blijf nog geruime tijd rond de bocht heen en weer vissen en krijg zowaar nog een harde aanbeet. Dan vis ik verder de fraai begroeide keienrand af, richting 2e haven. Er staat zoals gewoonlijk een forse stroming, maar ik kan met een gram of 20 nog wel op de bodem komen. Er komt een motorjacht voorbij, wit, tien meter, twaalf meter? Zo’n model 1980-1990 schat ik (amateuristisch) in. Ik zwaai werktuigelijk. “Héééé Jan!!!, vang je wat? – leuk je te zien!! “ Krijg nou toch wat, het is Rini Hofkens!! Wat een gigantisch toeval is dat zeg! Zo denk je aan ’m, zo vaart ie naast je! Ongelofelijk.
Via de overkant, het Kerkerak dacht ik, kom ik uiteindelijk bij de eerste brug, niet zo’n dikke. Ik doe de pijlers en krijg een slappe maar duidelijke aanbeet. Dan volgt de 2e Merwedehaven, links. Erin durf ik niet goed, het staat me bij dat je een aantal van die havens niet in mag. Niet zo’n punt in zomer en najaar, maar in de winter zijn er mogelijk wel hotspots. Voor de tweede keer komt de politieboot langs, en ook de havendienst alsmede Rijkswaterstaat heb ik al ‘ns zien passeren. Er volgt géén controle. Alles is in orde (denk ik), maar zo’n controle heeft toch altijd iets van: ‘hij is verdacht, maar is met wat geluk toch nog nét vrijgekomen’.
De volgende brug. Da’s een kanjer, de N3 gaat erover. Ook hier één aanbeet(je). Aan de noordoever ligt de Vissersbuurt(!) en daar ga ik even slepen met ’n plugje in een fraai gelegen zich vernauwend gat. Niets. Als het weer dieper wordt weer verticalen, het ziet er hier vissig uit, maar nee, ook hier nix.
Ik kom bij de 1e Merwedehaven. En ja, op de hoek – altijd op de hoek – vang ik een mooie baars. Alle aanbeten komen van rond de vier meter diepte, frappant. Het aardig is dat ik net het rubberen roggetje erop had gezet, een vreemd shadje, heel breed, met 2 roggenvleugels. Je kunt ‘m nog net zien hangen achter de baars. Even later zit ik vast en ben ik ‘m kwijt.
Tja, het is inmiddels over drieën. Wat te doen? Nog verder varen of teruggaan en het nog even proberen op de plaatsen waar ik beet kreeg? Ik doe het laatste, maar als ik thuisgekomen op de kaart kijk, zie ik dat ik even verder op een zeer interessante driesprong zou zijn gearriveerd… In ieder geval krijg ik nog twee beten, allebei knal en knalhard. Eén op de drop, een op de inmiddels ook aangewendde gewone loodkopshad. De eerste moet een echt mooie vis geweest zijn. Een klap en je trekt gewoon je hengel retekrom terwijl er helemaal niets gebeurt. Een paar rukken, enig gezwem, komt geen millimeter mee. Dan…twèng! – los… Ik vis nog geruime tijd op de stek, je weet maar nooit, maar het wonder geschiedt niet.
Gelukkig geschiedt er wel een ander wonder anders zou het misschien toch wat saai worden. M. knikt ijverig. Plots werkt de trolmotor niet meer. Wa’s dat nou? Knopje aan, knopje uit, accu controleren: is goed, kabelkoppeling controleren, is oké. Nou ja, gewoon stuk die motor! Goddank nog garantie geloof ik. Hmmm… Ik klap de motor op…. Naakt en kaal steekt het geamputeerde asje omhoog. Schroef eraf! Daar had mijn huisdealer Ed Nieuwenhuizen me nog voor gewaarschuwd: “een euvel bij die Motorguides, vaak controleren die schroef, want hij mist een borg.” En laat ik ‘m een maand terug nog betast hebben, die plastic moer? Muurvast natuurlijk. Gelukkig kost een complete schroef met borgpen en moer nog geen tientje! Bij Minn Kota ergens tussen de 35 en 55 euro…? Inmiddels zit er al een nieuwe op die ik met een extra schroefje geborgd heb.
Tegen half zes geef ik het op. Geen druppel regen gehad, de wind viel erg mee. Toch weer veel te weinig gevangen voor een hele dag vissen. Het is met die snoekbaars toch echt helemaal een kwestie van de stekken kennen. Toch lekker gevist.
Maar er wacht me nog een laatste verrassinkje. Nee, het traileren verloopt uit-de-kunst. Maar mijn Tom Tom krijgt de terugweg niet berekend! Als er dan uiteindelijk toch iets komt moet ik dringend omkeren. ‘Ga terug! Ga terug! Doe ik. Kom uit op een parkeerterreintje met veel groen en uitzicht op de Merwede. Dat parkeerterreintje ken ik, ben ik al eens met Gerrit geweest. Het loopt hier dus dood. Nou bedankt Oom Tom. Ik weet voor die lamlul nog een aardige negerhut op een Amerikaanse plantage… Ik rij het hele stuk weer terug. Krijg nou toch gewoon contact op het schermpje, eindelijk is het berekenen afgelopen. Een kwartier later merk ik dat ik naar Gorcum aan het rijden ben! Jezus Cristus! Die knikt goedkeurend, zeker familie van M. Wanneer ik halfweg ben schiet me te binnen dat ik “Home” heb gebruikt voor de terugweg, en dat is dus Oosterhout en niet Raamsdonkveer waar mijn boot ligt. Tralalala-tiedom-tiedom…. Het scheelt allemaal niet zo heel veel, maar toch. In ieder geval, dat houd ik staande, zo’n Tom Tom is eigenlijk niet erg geschikt voor lieden die verlaten kade’s, industrieterreinen, onverharde wegen en zes kilometer lange straten zonder huisnummer berijden. Men is gewaarschuwd.
Heren, tot de volgende keer. We zitten op de rand van het echte najaar, binnenkort gaat het komen. Inmiddels weer Tight Lines en een welgemeend Petri Heil.
Jan Junge,
Bron: Jan Junge,
|
| Meer uit deze serie | |





