| Jan Junge beleeft 21 augustus |
|
|
Vrienden, Leo tennissen, Peter begraaft helaas vandaag zijn moeder (93), Gerrit is ziek (maar thuis), de Koot is weer aan het lesgeven en Bart moet gewoon werken. Denkt er dan niemand ooit eens aan mij? Wat te doen? Biesbosch vind ik eventjes niks, de Binnenmaas is een goede optie, maar voelt op de een of andere manier toch wat saai aan, de Westeinder is wel erg ver. Zou ik het niet nog ereis op de Oude Maas bij Zwijndrecht proberen?
Of beter Dordrecht? Ik ga voor Zwijndrecht. Combivissen met shads en met dieplopende plugjes, op vooral snoekbaars. Het weerbericht is redelijk: in ieder geval is de hitte weg, maar dat kan ook nadelige gevolgen hebben door de ‘koudeschok’. Er is flink veel bewolking, goede kans op een bui en vrij veel wind. Een ‘mixed bag’als het ware.
Ik stel ‘Lindtsedijk 215’ in op mijn TomTom. Het is niet al te ver. Trailer & Boot ophalen, richting Rotterdam rijden. Toch nog een afslag te vroeg genomen (want hoever is 300 meter precies?) maar de TT herstelt alles. “Bestemming bereikt”, zegt de keurige herenstem tenslotte tevreden. Maar daar geloof ik dus geen donder van. Het moet verderop wezen als ik het me goed herinner. Op de site stond ook iets van ‘van Leeuwen Buizen’, dus goed opletten. Na vijf minuten (da’s lang als je zoekt) komen die Buizen in zicht. Ik neem daar de afslag. Fout. Dit kan het nooit zijn. Verder. Tien minuten later sta ik op het punt een smalle polderweg tussen uitgestrekte weilanden op te rijden. Kan nooit. Terug. Goed opletten. Ik neem een afslag die naar de rivier moet leiden. Bedrrijfsterrein. Fout. Ik vraag het een employé ter plaatse. Schouderophalen, de man weet niet eens wat een trailerhelling is. Nog eens iemand anders vragen. “Ikkie niet bekrijp”. %#@^%$! Buitenlandse zakkenwassers! Nog eens, wéér vang ik bot. Janken. Ik rijd verdomme toch op die Lindtsedijk, maar nummers vind je niet op de bedrijven aldaar, en steeds wisselen de straatnamen op de dijk af. Gerrit bellen, moet kunnen, het is over half negen. “De persoon die u probeert te bereiken is momenteel….” Vul zelf verder in. Ik ga meneer Tom martelen. Gloeiende tangen, geselingen met bespijkerde zwepen, nagels over het schoolbord. Godverd… klootzakken: van de tien keer dat ik een adres invoer kom ik uiteraard wel in de buurt, maar niet op de juiste plek. Da’s dertig procent! “Wij bieden u de laatste update aan voor slechts 70 euro!” Voor een apparaatje dat 140 kostte. Goering bellen dat hij de TT vestiging bombardeert.
Het komt toch nog goed. De man die ik nu aanspreek gaat een insider voor me bellen. “De derde afslag links, dan nog een kilometer”. Het klopt. En een deel van het raadsel wordt opgelost. Het stuk Lindtsedijk plus al die andere van verschillende namen voorziene stukken vormen samen inderdaad wat de naam doet vermoeden: een lange dijk. Maar dan is er wat de Lindtsedijk betreft een bescheiden, eigenlijk ‘geheime’ afslag, daar kun je die dijk áf - omlaag links dus - en dan… dan blijft het de Lindtsedijk. Het stuk dijk dat je als normaal mens zijnde gewoon volgt geven ze een andere naam, volgens de regels van een buitenaardse logica. Enne, dat van ‘van Leeuwen Buizen’ dat klopt ook hoor. Na honderd meter de afslag gevolgd te hebben doemt de vestiging op. Een tweede pand, een filiaal. Onzichtbaar vanaf de hoofdweg.
Maar we blijven lachen, wat jij Murph? Bij de helling staat een auto plus trailer met een Belgisch nummerbord. Da’s alles. Valt mee. De boot gaat vlot te water, maar in en boven water bestaat alles uit basaltblokken. Er komt een groot schip voorbij en mijn mooie Quicksilver slaat galmend op een neer op de keien. Gelukkig vangt het staartstuk van de motor nog het meeste op. (Geintje!) Snel klauter ik aan boord, nieuwe schepen zijn in aantocht! En nu komt het aardige. Wanneer je aan boord klimt komt de boot dieper te liggen. Dus vaster op de keien. Dus kom je niet weg. Dus het volgende golvenveld beweegt de nu zwaardere boot nog krachtiger tegen de steenharde ondergrond… Tadááá!
Maar ik ben er uit gekomen. Hèhè, even rust. Mobieltje gaat. Het is Ineke. Ze wenst me veel succes met de slanke lijn. “Hè? watte?” sputter ik galant. “Je hebt je brood laten liggen”. Nou ja, mét brood was de boot nog zwaarder geweest, zullen we maar denken. Ik vaar intuïtief naar rechts, met de stroom mee, gezien vanaf de folterplek waar of ie te water ging. Er staat een forse stroming. Ik ga eerst eens lekker trollen. Ik heb wel wat met trollen. Op zich is het zo saai als de neten. Maar neem je het ‘totale plaatje’ in je beschouwing op, dan ligt dat toch anders, vind ik. Je váárt, en je vaart in een landschap. Da’s al fraai van zijn eigen. Sterker, je vaart vissend in een wisselend landschap. Dat is voor mij feitelijk voldoende. Ik doe iets, en toch doe ik niets, als het ware. Ideaal. Ik beweeg mij in het vacuum dat uit deze tegenstelling ontstaat als een Zen-Boeddhist boven de toppen van de Himalaya. Kom daar maar eens om bij volleybal of een partijtje golf.
Na een tijdje merk ik dat ik niet de bebouwing van Zwijndrecht en Dordrecht zie, maar gewoon polder. Prachtig, maar dat is niet helemaal de bedoeling. De betere stekken liggen bij de bebouwing. Ik probeer met de zon als uitgangspunt mijn positie te bepalen. Zwijndrecht ligt op de noordoever, Dordrecht ligt daar rechts ten zuiden van. Ik ben rechtsaf gegaan vanaf die noordoever. In mijn gedachten projecteer ik een stippellijntje op de kaart. Dat is dus niet richting Dordrecht, maar richting Rotterdam! Ik moet de andere kant uit. Die zon blijk ik helemaal niet nodig te hebben.
Aan de overkant zie ik een klein haventje met wat huizen, daar maar naartoe. Ziet er schilderachtig uit. Er staat een krom én scheefgezakt blauw naambord. Anton Pieck. Met moeite ontcijfer ik het verbleekte ‘Puttershoek’. Enig! Bij de watersnoodramp in ’53, ik was toen net acht, kwam er een militaire vrachtwagen bij ons het plein oprijden. “Eet Soep voor Puttershoek!” stond met grote letters op de zijkanten gekalkt. Je kon een bord snert kopen bij die wagen, en de opbrengst ging naar de inwoners van Puttershoek. Tjongejonge, wat zullen die er op vooruit gegaan zijn, denk je achteraf, maar wij Nederlanders zijn altijd al experts geweest in goede bedoelingen, het resultaat doet er niet toe. Maar er is meer. Langzaam dringt tot me door dat ik Puttershoek kén! Via de Binnenmaas vaar je er binnen! Peter gaat er wonen. Die kade, daar heb ik gelopen verdorie. Dan moet hier ook een afwateringskanaal zijn voor de Binnenmaas. Het kanaal is er! Ik vaar naar binnen, ziet er goed uit, bootjes aan weerzijden. Het wordt echter al snel ondiep. Ik stop en monteer een Mann’s Stretch ‘sigaar’plug. Gaat niet veel dieper dan een halve meter. Ik vaar het kanaal op. Meteen al loopt de Mann’s-Stok, die ik in de steun heb staan, vast. Toch te ondiep. Maar het is een snoek! Bonkerdebonk! Leuk! Ik heb ‘m al snel aan boord.
De vis heeft een opvallend dikke buik en ik voel dat er een forse vis inzit. Ik kijk gelijk eens diep in de bek, ja hoor! Daar steekt aan flinke staart uit de keel. Tang erop en trekken maar. Gloep, komt ie. Het is verdorie een forse snoekbaars van half de lengte van de snoek!! En toch de plug er nog even bijpakken!
De kop van de snoekbaars is al behoorlijk uitgebleekt. Let op de snoekbuik Lekke band…
Ik trol het kanaal af tot aan het eind, helaas geen aanbeten meer. De rivier weer op. Ik vis een aantal kribvakken nauwkeurig af. Enorme diepteverschillen op korte afstand. Het is erg druk op de rivier, vooral beroepsvaart. En men gaat hier echt voluit. Geen gelul, rammen! Er zijn heel veel duwboten, negen bakken ervoor; drie bij drie. Gróte golven. Geen seconde zit ik stil. Wip-wap-rol-bonk. Rollercoaster. Ik vaar havens in, een stuk rustiger. Maar of dit een verstandige optie is? Vermoedelijk zit er toch meer vis op de rivier. Sommige uithoeken van deze havens zijn kleine paradijsjes van vergeten groen. Strandje, rietkant, wilgen. Ik probeer de Suick uit en de Buster , steeds tevergeefs.
Kennen jullie het begrip ‘schokbeton’ nog? Deze betonnen letters hebben er vermoedelijk wel wat mee te maken…
Ik nader Dordrecht. Zie in de verte een ander bootje met 2 vissers, kennelijk verticalers. Ze zijn te ver weg om te kunnen zien of ze wat vangen. Overigens het valt me op dat het water ondanks de commotie om me heen toch echt niet dik is, je ziet de plug zeker meer dan een halve meter diep gaan. Niet goed voor snoekbaars. En de watertemperatuur is nog steeds een stevige 22 graden! Verder nog geen spoor van regen, maar de wind gaat wel toenemen. De stroming is hier en daar werkelijk loeisterk. Ik ga verder met uitsluitend verticalen. 25 grams koppen, maar dit is nog veel te licht voor waar de stroom het sterkst is, ik moet af en toe echt zoeken waar het aas de bodem weet te bereiken. Ik krijg de eerste aanbeet. Mis! Voelde klein aan. Tien minuten later denk ik een klein baarsje te vangen, maar het blijkt een exoot, de zwartbekgrondel! Gehaakt vlak boven het oog, mogelijk faul hooked.
Eindelijk, de eerste echte rover. De shad zit er diep in. Even later ben ik ‘m trouwens kwijt, die shad. Weer een aanbeet, gefladder, plots een ‘leeg’ gevoel aan de hengel. ‘Alles eraf’. Jaja, de speld staat open….
De plek waar ik de baars ving, naast de schepen in aanbouw, hartje Dordrecht! Let even op die kerk op de achtergrond.
Nog een Dordtse impressie. Helaas is er op de foto weinig over van de fijne sfeer. Dit is vlak achter de spoorbrug.
Het is tegen drie uur en er komt een eind aan mijn hongerkuur. Ik kan namelijk makkelijk meren aan de achterkant van een benzinestation, hartje centrum. Uiteraard is de kant zodanig geprofileerd (hol, met ribben) dat mijn stootkussens niet werken en de boot continu tegen de oever kleunt. Maar ja, een lege maag is ook niet alles. Ik neem twee gevulde koeken (twee voor 1 euro!) en zo’n dubbele Yoma sandwi(t)ch, ‘kip met bacon’. Nee, niet lekker. Die sandwich is te droog, de vulling is oké, het brood deugt niet. De gevulde koeken zijn erger: ze verkruimelen totaal en hebben een veel te sterke amandelsmaak. Geen echte amadelspijs, maar suiker, wittebonenpulp en een flavour.
En dan…dan vang ik dus toch nog een aardige snoekbaars.
En even later los ik een tweede. Zul je net zien, gaan ze weer eens bijten tegen het eind van de middag. Ik vis de spoorbrug af, verspeel twee shadjes, er liggen veel stenen. De kunstaasredder voldoet niet echt wanneer je stroom hebt, zware golven of een flinke wind. De boel komt snel in de war te zitten door het draaien en schuiven van de boot en je verspeelt je spul alsnog. Voor stil weer en in de polder is ie prima. Er komt een speedboot aan met drie man erin. Lekker gassen jongens! Maar dan stuurt de man zijn plastic speeltje mijn richting uit en gaat me door middel van zo’n scherp gemaakte speedbocht besproeien. Water slaat over de spiegel. Wederom ben ik de komende tien minuten bezig met het het uitdenken van de meest gruwelijke martelingen. Klootzakken.
Donkere wolken pakken zich samen. (Boven het hoofd van onze Tom). [Wie kent dat laatse nog? Willem Duys.] Ik zie nóg een boot met twee man erin. Het zijn andere vissers. Ik zorg dat ik in de buurt kom en spreek de mannen aan. “Nee ,nog niets, we zijn nog niet zolang bezig. “ Op hetzelfde moment krommen zich beide hengels! Maar de heren hebben elkaar te pakken. Haha! Geinig, toch?
Ik nok ermee. Volgas home gaat niet, te veel grote golven. Bij de helling precies dezelfde problemen als bij het te water laten. Harde wind die de boot wegduwt, grote golven en veel stenen. Tel uit je winst. Het lukt uiteindelijk, maar met moeite. Niet best voor de boot. Wanneer ik boot en trailer klaarmaak komt er een andere boot binnen. Net zoiets als de mijne, alleen geen Quicksilver. Alles aan boord voor de echte verticaler. Twee gasten van nog geen dertig.
M ligt in het gras en beweegt stuipachtig, mond wijd open. Zul je zien dat straks in de haven ook weer iemand op mijn plek geparkeerd heeft. Maar dat valt mee, hoewel, ik had een pallet op m’n plek gelegd…
Nee, ik heb het vandaag niet goed gedaan. Veel te veel tijd verloren met kloten (slepen), te veel ‘zomaar’ stekken geprobeerd. Te veel de neiging het wiel opnieuw uit te vinden, om het net even anders te willen doen. Dat kost tijd, dat kost vis – en is leuk. Maar het was geen onaardige dag, weer veel bijgeleerd vandaag. Gerrit zei het al: “Ge zijt genen snoekbaarzer Jan, maar nen snoeker!”. En zo is het.
Tight Lines Folks!
Jan Junge
NB. Gerrit Hooijmaijers (Schrijf ik dat zo goed Gerrit?) is weer thuis. De antibiotica is gestopt en daarmee is de koorts gek genoeg niet toegenomen. Eerder het tegendeel. Medicijnen voor de coronairspasmen natuurlijk. Het uitgebreide bloedonderzoek heeft niets opgeleverd. Hopelijk is onzen Gerrit binnenkort weer in staat om mij eens visles te geven. En nog een paar leuke stekken te laten zien natuurlijk. Komt goed, vast wel!
NB2 Dinsdag een weekje Berlijn met Ineke, zie ik naar uit.
Bron: Jan Junge © Onderlijnenvooropzee.com
|
| Meer uit deze serie | |









