| Jan Junge beleeft 10 en 12 augustus |
|
|
Boyz, eerst even over Gerrit Hooijmaijers, mijn Oosterhoutse visvriend. Die kreeg een paar dagen terug een hartaanval, of in ieder geval iets wat er erg op leek: hevige pijn in de borststreek, benauwd, flauw, 'alsof ie in een bankschroef zat'. Kon niet meer op z'n benen staan. Opname, intensive care, hartbewaking. Maar de toestand van de vaten in en rond z'n hart blijkt nogal mee te vallen bij nader onderzoek: geen erge vernauwingen in ieder geval.
Geen gedotter dus, geen stents. Wat men wél vond was een geknikte of in ieder geval vreemd gevormde slagader: die ader 'knijpt dicht' bij stress en kan zodoende wel degelijk een infarct veroorzaken. Dit is kennelijk niet weg te opereren, maar moet met medicijnen behandeld worden. Ik hoop dat dit gaat werken en dat ik Gerrit weer snel in de boot krijg, of ongekeerd, dat ik er bij hém inzit. Die schitterende verhalen van 'm wil ik so wie so niet missen verdorie!
Maar nou dus die sessie. Wild ga ik het niet maken, daar is het weer te mooi (warm) voor. Proberen op en rond de Amer. Dit keer wil ik wat meer met de fireball werken, in wezen actief vissen met doodaas 'op z'n verticaals.' Nou heb ik nog een doos grote(re) spiering in de vriezer. Juist ja, van onzen Gerrtit gehad! Maar wanneer ik 's ochtends een paar spieringen eruit wil halen, zit de zaak muurvast gevroren. Gerrit had me gewaarschuwd hoor: "Jan!, ge droogt eerst d'n spiering op nen krant en daan doedeze één-voor-één in 't alufolie". Ik niet, maar nu wel. Da's dus eerst ontdooien in water; heet water durf ik niet vanwege de stank en eventueel bederf. Godsamme dat duurt nog láng mensen, voor zo'n klont ontdooid is! Dan op keukenpapier (ze plakken vast) en in alufolie. Wat een lucht. Komkommerlucht? Haha, was het maar waar. Zet een emmer varkensurine een dag in de zon, zoiets. De keukenrol kan verder weggegooid, de alufolie ook. Ziezo. Maar ze liggen allemaal mooi in hun eigen hulsje, die spieringen! Nu de vloer nog even dweilen. Van een vroeg vertrek kan geen sprake meer zijn.
Om elf uur ben ik op het water. Ik werk eerst eens even de Rode Brug af met zo'n fireball. Tja, nou moet er dus een spiering aan en gelijk zit die 'zware' lucht aan je vingers. Koffie wil je ineens niet meer en de gedachte aan een boterham laat je rillen. Bovendien moet je eigenlijk niet met spiering werken: te slap! Kleine baarzen, dat is het, of in ieder geval voorns. Maar een spiering is gelijk een nat maandverband zal ik maar zeggen.
Maar mooi dat ik er bij de Ir. Hamersbrug een snoekje opkrijg! 50 cm+, en vast al eerder door me gevangen, maar het ís vis. De spiering is gelijk aan flinters. Een nieuwe erop. Het is druk met beroepsvaart,het is druk met pleziervaart. Het zou niet ál te warm worden,maar daar is niet veel van te merken. Ik vis de brug nauwkeurig af en ik krijg inderdaad nog een tik, maar geen vis. Ik ga het kanaal aftrollen met twee flinke pluggen naast de boot. Langs de oever. Onder de Lawaaibrug ga ik weer fireballen. Niente.
Beschadigde bek door ruw onthaakwerk (van een ánder uiteraard).
Door naar de Amer. Ik sla links af en ga al trollend verder langs de stenen aldaar. Niets. Ik steek over en ga aan de overkant verder. Ik trol twee kilometer of iets in die orde. Raak een mooie grote plug kwijt aan vermoedelijk een fuik, het véért in ieder geval. Maar door het erg drukke verkeer, stroom en golven, slaag ik er niet in om de kunstaasredder goed in te zetten. Hij slaat om de lijn en het is einde verhaal.
Ik kom uiteindelijk bij het Gat van de Binnennieuwesteek. Daar ga ik weer fireballen. Maar mensen, wat is het retedruk! Nou waait het eens niet te hard, maar heb je weer continu golven van het verkeer en de recreatie. Ik vis van drie tot tien meter en krijg geen tikje. Bovendien drijft er erg veel flap, losgevaren door de recreanten. De kunstmatige ondiepe 'meren' langs de rivier zitten vrijwel geheel vol met een vette, dikke groene flaplaag. Paul Hendrix kan het karperen wel vergeten hier!
Niet zo goed te zien hier, die dikke flaplaag.
Ik ga gooien bij en tussen de dotters. Hectaren staan er van. Hier moet toch snoek zitten? Eerst vis ik de randen af, dan ga ik dieper de velden in, met allerlei ongemak aan de schroef als gevolg. Ik geef niet snel op, maar nee hoor, geen kolkje, geen volger. Om een lang verhaal kort te maken: ik krijg welgeteld één aanbeet op de fireball, en het is een goede. De beet is een 'vastloper', maar je voelt al snel dat hier iets fors aan het trekken is. En los hoor! Een volmondig godverdomme... Die spieringen geven na een dag zonnen een geur af, tja hoe zal ik het zeggen, moeilijk, ik ben geen gynaecoloog van huis uit, feitelijk. Ik gooi ze overboord, dáág dames...(Hier krijg ik problemen mee uit bepaalde hoek, maar een echte visser kan véél hebben).
Ik trol terug. Krijg nog iets dat een aanbeet zou kúnnen zijn, maar ook vuil. Ik trol er nog een paar keer overheen, ga dan verticalen, tevergeefs. Het wordt donkerder, krijgen we regen? Inderdaad, de eerste druppels. Het is over zessen, dus ik gooi alles eraf en ga volgas richting haven. De regen zet niet echt door.
Ik heb al met al toch best relaxed gevist, maar ja, wat wil je: watertemperatuur op de Amer 23 graden! Dit is geen visweer. Je moet niet teveel verwachten.
Thuisgekomen moet ik mijn handen drie keer wassen (echt!) en nóg is die spieringlucht niet helemaal verdwenen. Dit nooit meer. Woensdag naar de Binnenmaas met Leo. In ieder geval minder warm, we zullen wel doornat worden.... U hoort er van!
Woensdag de 12e.....
Het KNMI voorspelt buiïge regen 'in de middag'. Inderdaad, grauwe ochtend, maar nog best lekker qua temperatuur. Bij den Baartjen kocht ik in d'n uitverkoop twee Berkley pluggen. De dingen zijn vanuit zichzelf al goedkoop en best goed. Alleen zitten er weer zoutwaterhaken aan van betondraad en is de kleur donkerpaars! Maar daar doen we wat aan met de spuitbus! Kraaiend van plezier maak ik bij de een een witte buik, da's voldoende, en de ander geef ik zilveren flanken plus een witte buik. Als ie droog is teken ik met watervaste zwarte vilstift grote 'baarstanden' op de flanken. Een kinderhand is gauw gevuld...
Leo staat om half negen op de steiger van de Binnenbedijkte Maas. Ondertussen loste ik op weg erheen alvast het eerste baarsje. "Houden we het droog maatje?" De getaande Leidschendammer twijfelt. En terecht, naar zal blijken. Meteen komt de eerste witter de steiger op. 'Nee, het is de laatste tijd erg slecht geweest." We steken van wal. Ik probeer twee pluggen naast de boot te houden, een grote en een kleine - aan dezelfde kant dan - en dat lukt niet erg. Ik haal de grote voorlopig binnen nadat ie herhaaldelijk in de andere lijn gekomen is en ga door met de dieplopende tweedelige Storm snoekbaarsplug, een lekker dingetje waar ik vorige keer óók al een flinke glasoog mee pakte.
We trollen tot een flink eind voorbij de haven, daarna weer terug naar Maasdam. Inmiddels zijn er meer bootjesvissers opgedoken, witters. En ook de sportroeiers zijn prominent aanwezig. Het zijn allemaal senioren, kennelijk is roeien niet meer zo erg in, zoals vroeger. ("In mijn tijd....")
Knots, daar pakt onze witgebaarde old timer een baars. Aan het 2 delig Spro-pluggetje. Alweer: gave dingetjes. D'n Baartjen 'kan ze niet verkopen'.
Wanneer we in de buurt van 'de boerderij' komen (Henk knikt herkennend) knalt er bij mij iets moois op. Dat voelt goed aan. De vis blijft relatief lang diep en ik denk al aan een snoek tussen de 70 en 80. Maar het blijkt een flinke snoekbaars, 60+. Hij zit lichtjes aan de rand van de bek gehaakt en we doen 'm er maar gelijk af in het water.
Tja, door de groothoek is de snoekbaars weer eens teruggebracht tot 30 centimeter. Je mot inzoomen Leo!!!
Het blijft lekker en er staat niet al te veel wind. Bij het wegvaren heeft Leo op de witvisstek aan de overkant wat gestrooid. Kijken of er wat op zit. Daar zit zeker wat op, want onze duivenfokker staat al gelijk met een kromme stok. Brasem.
Leo gaat flink tekeer. Maden met een maïskorrel erop. Dat doet het um. En zijn ervaring natuurlijk, want ik vang niks en ik heb ook maden. Continu hoor ik gespetter achter me, frustrerend. Zal ik de oude overboord kieperen? Toch maar niet... Leo pakt als ik goed geteld heb drie brasems - waaronder een hele mooie die hieronder staat - twee minibaarsjes die we houden voor het fireballen, en vijf of zes voorns (kleintjes). Bij het ophalen bijt er bij mij ook nog een minibaarsje, maar dat valt er af. Toch eens een kleiner haakje proberen volgende keer...
Deze brasem liep tegen de 60! (opgevoerd natuurlijk.)
Maar het wordt langzaam aan stiller op de voerplek. We gaan weer trollen. "Voel ik daar druppels?", zegt Leo. Waarachtig, het is zo. Maar het houdt ook weer op. Toch is de donkerte boven onze hoofden van het indringende soort. Als dat maar goed gaat...
We worden gepasseerd door een langzaam varend bootje. Een troller? Waarachtig, het is er een. We wuiven met een vals handje. Inmiddels heb ik de baarsjes doodgeslagen. Mijn naam staat voor de zoveelste keer rood in Zijn Grote Misdadenboek. Maar Hij vergeeft alles, dus het maakt niet uit. We hebben de baarsjes op de fireball gezet en halen de lijkjes rustig op en neer. Dit moet werken! Dit moet werken?, zeggen we na een half uur. We doen de beestjes eraf en trollen opgelucht verder.
Maar onze uren zijn geteld. Weer vallen er druppels."We hebben het tot twaalf uur droog gerhouden", mompelt onze Senior. We trekken laarzen aan en regenbroeken. De regen zet door. Regenjas erbij, maar Leo heeft eigenlijk geen echte regenjas. "Tegen twee uur moet ik vandaag echt thuis zijn", probeert ie, maar dát gaat niet lukken, oh nee! Het regent nu gewoon hard. Klaar, uit. De lul. En dan vang je ook geen reet. Genadig zet ik Leo op de steiger, sop sop. "Dag Leo, goede reis!"
Ik vaar maar wat met de wind mee 'dan is het niet zo erg'. Water begint via de nek bij de borst naar binnen te sijpelen. Kennen jullie dat?
Leo's Lege Plaats, het verhaal van een nat kussen...
'Zingen helpt', zie mij vader altijd, en waarachtig, het mindert! Daar komt de andere troller aanzetten, ik ga op ramkoers, want ik wil wel eens weten wat of die gevangen heeft. "Geen stootje!", roept de man desgevraagd. Dat is een opluchting, maar ergens toch ook weer niet.
Ik ga havenwaarts. Een prachtig woord 'havenwaarts'. Er komt niets meer. In de haven aangekomen stopt de regen helemaal. Die zin deugt niet, maar mooi dat ik 'm laat staan, veel te veel werk, dat aanpassen. Flauw word je van dat weer... Alles is zeiknat natuurlijk. Ik ga de boot prepareren voor het traileren, alles eruit, nat in de auto. Het riekt, getverdegetver, nog steeds die verd... spiering. Wát een lucht is dat! Wanneer ik weg wil rijden wordt mijn uitrijkaart geweigerd: te-slap-door-nattigheid. Triest buigt het kartonnetje door. Wat nu? Maar ik ben niet voor één gat te vangen! Voluit die verwarming en die blower. Al snel is de auto een broeikas. Vreemde planten groeien om mij heen. Mammie, wat gebeurt er? Maar zonder gekheid, het karton stijft op en ik kan verder. Loopt het toch nog goed af. Vissen is een avontuur, zeg ik altijd maar.
Gerrit
Gerrit de Vismaat, die blijkt 'Variant Angina'te hebben, oftewel 'Prinzmetal(!)-angina', een zogenaamd coronairspasme. Volgens internet is dat niet zo heel gevaarlijk, wanneer je tenminste op medicatie reageert. Zo niet, dan kan zo'n coronairspasme wel degelijk leiden tot een hartaanval. Gerrit is er in ieder geval nog niet erg gerust op. Bovendien heeft ie nog steeds koorts en dat kan eigenlijk niet als je al een tijdje penicilline slikt. Er moet dus nog wel wat onderzoek gedaan worden en gekeken hoe of alles op medicatie reageert. Maar levensgevaar is er gelukkig niet. Beterschap Gerrit, goed blijven kankeren, dan komt alles weer in orde.
Tot binnenkort in de boot!
Jan Junge
Bron: Jan Junge © Onderlijnenvooropzee.com
|
| Meer uit deze serie | |










