Advertenties

Advertenties

Advertenties

Dyneema is de naam van een super sterke polyetheen vezel. Bij het ontwikkelen ervan kon niemand bevroeden dat Dyneema voor een ware revolutie binnen de hengelsport zou zorgen. En dan met name als we het hebben over vislijnen. Was vroeger alles nylon, monofilament mag ook, tegenwoordig heeft bijna iedere visser wel ergens een molen of reel waarvan de spoel is volgespoeld met Dyneema. Voor wie het nog niet door heeft, Dyneema is binnen de vissport een mooie naam voor "gevlochten lijn". Dyneema vind je onder de merknamen Whiplash, Fireline, Trilene en Aspire. Er zullen er vast nog meer zijn, maar daar kan ik nu even niet opkomen. Rest mij nog te vertellen dat DSM Dyneema in 1979 heeft gepatendeerd en dat vanaf die tijd het product Dyneema veelvuldig wordt toegepast in eindproducten en halffabricaten. De hoge trekkracht bij zeer geringe diameters is een van de allergrootste pluspunten van Dyneema. 
 
De verbeterde Albrightknoop is net als de "gewone" Albrightknoop een echte voorslagknoop binnen de hengelsport. Hij is supersterk en zeer betrouwbaar. Persoonlijk vinden wij de verbeterde versie zelfs iets beter, maar vooral makkelijker om te knopen, dan de "gewone" Albrightknoop. Alle soorten van vislijnen kunnen met deze visknoop gecombineerd worden. Denk hierbij aan de combinaties nylon - nylon [monofilament], fluorocarbon - nylon, maar ook nylon met een dyneema vislijn. De combinatie fluorocarbon - dyneema zal je niet vaak toepassen vanwege de hoge kostprijs van het fluorocarbon, maar het kan wel!
 
Wij weten zeker dat zeevissen iets hebben met kleuren. Een wijting reageert altijd feller als je ergens iets in je onderlijn hebt zitten met de kleur rood. Een zeebaars daarentegen geeft weer de voorkeur aan transparantie. Je mag ook zeggen, geen kleur. Een bot reageert in troebel water veel sneller op gekleurde kralen dan in helder water en zo kan ik nog wel even doorgaan. Kortom, wil je weten waar de vis het vandaag op doet, experimenteer dan met kleuren. Dat kan met kralen of andere attractors maar ook met de kleur van je aaslijn.
 
Slaat de dressuur ook toe in de zeevisserij? Binnen de karpervisserij is men er allang achter, bedenkt men iets nieuws, dan werkt dat een tijdje maar daarna moet je toch echt weer met iets nieuws komen, wil je ze vangen. Om nou te zeggen dat een karper een olifantengeheugen heeft, wil ik niet beweren, maar feit is wel dat een eenmaal gehaakte karper een volgende keer zeer terughoudend zal zijn met een aanbeet als hij al eens eerder aan iets gehaakt is wat verdacht veel lijkt op hetgeen waarmee jij zit te vissen.
 
Een waarheid als een koe. Immers wie zich niet interesseert voor de onderdelen waarmee een onderlijn is opgebouwd, zal altijd een middenmoter blijven maar nooit een topper. Bijna iedere zeevisser heeft wel eens een klein rond glitterend schijfje gezien op de aaslijn vlakbij de haak maar niet iedere zeevisser weet wat of de functie is van dat hele kleine intrigerende dingetje. Dat schijfje heet nu een sequin. Ook wel lovertje of paillet genoemd. Sequins zijn er in vele maten maar de meest gangbare maten binnen de zeevisserij zijn die van vijf en acht milimeter. De sequin mag dan klein van formaat zijn, zijn rol is groot en zeker niet te verwaarlozen.
 
Alle hengelsporters die wel eens met stripjes aasvis, makreel, zalm of koolvis, vissen herkennen het wel. Keurig en stripje vis gesneden en aan de haak geregen en als de aanbeet iets langer uit blijft als verwacht zie je het heerlijke aasje terug als plumpudding dat onderin de haakbocht hangt. Vis je met hele kleine stukjes aas heb je er niet zo veel last van maar vang je ook minder gauw de o zo geliefde grotere exemplaren.
 
Een goed begin is het betere werk. Het gebeurt bijna altijd als je er niet op voorbereid bent. Na een lange trip richting visvakantie eindelijk uitpakken op de bestemming en dan…? Chips, een seconde later liggen de zorgvuldig tegen de muur geplaatste dure hengels op de grond. Resultaat een oog krom en eentje afgebroken. De meeste vissers die regelmatig aan de waterkant vertoeven hebben wel een rolletje elektra tape in de koffer voor de nodige spoed eisende hulp. Omdat de gemiddelde visvakantie (gelukkig) wat langer duurt kan je ook de gekneusde hengel direct goed repareren. Jeroen van Hengelsport de Egmonden gaf ons een aantal praktische restauratie tips die u daar bij kunnen helpen. 
 
Klinkt dit je bekend in de oren? Je bent aan het bodemvissen, maar al gauw blijkt dat de vis zich in de hogere waterlagen bevindt. Een dobber is geen optie vanwege de stroming. Wat nu? Al eens gedacht aan een aaslift? Hieronder staan 2 varianten uitgebeeld die met enige kennis van zaken heel goed zijn na te maken. Je moet wel want ze zijn [nog] niet te koop via de reguliere vakhandel. Een belangrijk aspect mag ik je niet onthouden. Één van de kanten die in verbinding staan met het wieltje moet open kunnen. En wel om de volgende reden. Je gooit eerst in om met jouw aasaanbieding aan de reguliere onderlijn de vis die op de bodem zit te belagen. Pas als alles keurig strak staat, bevestig je de aaslift en laat deze via de hoofdlijn en het extra gewichtje aan de aaslift naar beneden rollen. Het zal je verbazen wat je met deze bijzondere bijvanger allemaal boven water haalt. Tevens hoef je je geen zorgen te maken of je aas na de ingooi nog wel aan de haak zit. Bij deze aaslift komen er geen krachten vrij die het aas zouden kunnen "verminken" maar rolt het aas vanzelf naar de vis toe. 
 
Één van de meest gestelde vragen die ik krijg van bezoekers van deze site is of ik misschien grafisch kan weergeven hoe je nu een rode bezemdraadafhouder bevestigd aan de onderlijn. Ik heb een poging gewaagd en mogen er mensen zijn die alternatieven voor deze knoop weten te bedenken en die mij willen doen toekomen dan houd ik mij van harte aanbevolen. Ter completering van het geheel heb ik ook de aaslijnbevestiging getekend. Het is aan u of u hem wilt gebruiken of niet......... 
 
Iedereen die zelf zijn lijnen knoopt heeft er wel eens mee te maken. Even snel een of twee lussen maken in wat nylon om zo het meest favoriete onderlijntje te creëren.  Zowel bij het vissen van af de kant, pier of van uit de boot kom je deze knoop heel veel tegen. Ook bij veel kant en klaar verkrijgbare onderlijnen wordt deze knoop toegepast. We hebben het natuurlijk over de lus knoop ofwel “Dropper loop”. 
 
De Arborknoop is dé knoop waarmee je een vislijn aan de spoel van een molen of reel bevestigd. Het is een redelijk sterke knoop maar niet geschikt voor gevlochten lijn. De Arborknoop wordt binnen de vliegvisvisserij vrij vaak toegepast om de backing vast te zetten op de reel. Laat jou dat er niet van weerhouden om hem gewoon toe te passen bij het vastzetten van je nylon lijn op je molen of reel. De Arborknoop is vrij simpel maar wel heel effectief.
 
Een echte naam weten wij niet voor deze knoop, maar het is een uitstekende visknoop waarmee je een haak aan een aaslijn zet. Veel sportvissers maken als ze een haak met een oogje hebben eerst een lusje en bevestigen dan de haak middels het lusje. Deze knoop laat ten eerste zien dat er meer mogelijkheden zijn om een haak met oog aan een aaslijn te zetten en ten tweede dat het resultaat een zeer sterke haak met oog verbinding is. Het is een zeer simpele doch oersterke verbinding waarmee een haak met oog aan de aaslijn geknoopt kan worden.
 
De dubbele Turleknoop is een vreemde eend in de bijt bij het zeevissen. Ten eerste kan ik al niet eens een knappe Nederlandse vertaling vinden van het woord Turle en ten tweede is hij eigenlijk alleen geschikt voor het goed vastbinden van je vlieg met je leader. Vanaf hier maak ik er dan ook weer de Double Turle Knot van. Klinkt Engels en is absoluut zo internationaal bekend. Het is dus een knoop die je eigenlijk bij het vliegvissen zou moeten gebruiken. Vliegvissen wordt vaak in een adem genoemd met het vissen op zoet water. Niets is echter minder waar. Je moet ze de kost geven die op het zoute water hun geluk beproeven met een vliegvishengel. Neem van mij aan, dan ben je snel door je zakgeld heen.....
 
De verbeterde Turleknoop is eigenlijk "bedacht" voor de vliegvisserij, maar aangezien vliegvissers hun grenzen steeds verleggen en je ze steeds vaker aan de Nederlandse kust ziet, is de verbeterde Turleknoop dus een knoop die hier niet mag ontbreken. Het vliegvissen op zeebaars bijvoorbeeld wint steeds meer aan populariteit. De verbeterde TurleKnoop is een vrij simpele knoop. Bekijk de plaatjes en probeer de knoop gewoon eens.
 
Of beter gezegd de Non Slip Mono Loop Knot. Zoals de naam al zegt: deze Non Slip Mono Loop knoop slipt niet zoals sommige andere lus knopen. De lus laat het vrijelijk bewegen van het kunstaas in het water toe en is vooral aan te raden bij het vissen met vliegen en kunstaas met veel actie. Maak een overhandse knoop in de lijn maar trek hem niet aan. Haal het lijnuiteinde door het oog van het kunstaas of plug en voer hem terug vanaf dezelfde kant door de overhandse knoop.
 
De Improved Clinch knoop, verbeterde Clinchknoop in knap Nederlands, is zonder meer een van de meest betrouwbare hengelsportknopen om haken met een oogje of wartels mee vast te zetten. Veel gebruikt vanwege het gemak waarmee deze visknoop te maken is. Dezelfde hengelsportknoop waarbij men de lijn tweemaal door het oogje haalt is beter bekend als de kunstaas of Trilene knoop. Haal de lijn door het oogje van de haak of wartel. Tweemaal voor de kunstaasknoop of Trilene knoop. 
 
Waarschijnlijk de hengelsportknoop waarmee elke visser ooit mee is begonnen om het knopen eigen te worden. Het simpel aanzetten van een bledhaak aan een stuk vislijn kan dan nog complex gebeuren zijn. Er zijn een aantal variaties van de bledknoop en er zullen dan ook nog een aantal illustraties van deze knoop volgen. Leg de lijn langs de haaksteel en maak een lus in de lijn. Leg deze lus voorbij of in de haakbocht en leg het begin van de lijn achter de haaksteel langs. Neem het uiteinde van de lus en de haakbocht tussen duim en wijsvinger.
 
Een jaartje of twintig geleden maakten de Nederlandse sportvissers voor het eerst kennis met een zeebaars. Een kennismaking die velen niet gauw zullen vergeten. Een voorzichtig tikje op de top, meteen gevolgd door een enorme timmer, waarbij zelfs de strandhengel met steun en al tegen de vlakte kan gaan. Wat een geweld! En wat een prachtige vis! In die tijd was het vangen van een zeebaars meestal een toevalstreffer en werd er slechts door een kleine groep zeehengelaars gericht op deze supersportvis gevist. Tegenwoordig kan er in de zomer en herfst door iedere hengelaar die wat aandacht besteedt aan techniek en materiaal met een grote kans op succes de zeebaars worden belaagd.
 
Het loopt tegen middernacht en de sportvisser staat nu al een paar uurtjes naar de ietwat gebogen hengeltop te staren. De gul lijkt weer eens van de zeebodem te zijn verdwenen. Ineens een korte felle tik op de top. Dé sportvisser wacht op het kenmerkende terugveren van de top. Dat gebeurt echter niet, het blijft bij een serie korte felle rukken. Waarschijnlijk wijting. En inderdaad, hij draait even later een wijting binnen. De volgende worp resulteert meteen wéér in een wijting. Vlug monteert hij een paternoster met wat kleinere haken, vervangt de enorme kluit pieren door een enkel piertje en vermaakt zich tot in de vroege ochtend met het vangen van deze neefjes en nichtjes van de kabeljauw.
 
De meest bijzondere vissoort die we in zee kunnen aantreffen, is ongetwijfeld de aal of paling. En dan hebben we het niet over de zeepaling of conger, maar over de 'gewone paling', dezelfde die we ook in het slootje achter ons huis kunnen aantreffen. Een beetje flinke aal die in het zoute water wordt gevangen, wordt echter snel voor zeepaling uitgemaakt. Toch is het verschil tussen een paling en een zeepaling of conger vrij makkelijk te zien. Afgezien van het formaat -een beetje conger wordt makkelijk twee meter lang- is de onderkaak van de paling langer dan de bovenkaak. Bij de conger is dit precies omgekeerd.