Advertenties

Advertenties

Advertenties

 
Bij ons op de Noordpier bij Wijk aan Zee wordt op dit moment volop wijting gevangen. Criticasters spreken zelfs van een ware plaag. Plaag of geen plaag, ik vis er graag op! En al mijn collega-vissers die er ook staan ook!
 
 
Geep is net als de makreel een typische zomergast. Zodra de temperatuur van het zeewater begint te stijgen, kondigen de eerste gepen zich al aan. Eerst nog een enkeling maar alras vormen al die enkelingen enorme scholen en beginnen ze de bliek het leven zuur te maken.
 
 
Er zijn legio hengelsport merken op de markt die in hun programma ook kant-en-klare onderlijnen voor het zeevissen voeren. Daaronder zijn er die je iedere zeevisser zonder meer kunt aanbevelen. Ik heb de laatste jaren dan ook de nodige perfect vangende 'fabriekslijntjes' onder de aandacht gebracht.
 
 
Tweehaaks onderlijn met impact lead. Het kon sinds medio oktober eigenlijk niet op met de wijting langs onze kust. Niet alleen vanuit de boot werden die lekkere rondvisjes volop gevangen, maar ook vanaf vrijwel alle stranden voor de kust van Nederland.
 
 
December tot en met februari zijn de maanden waarin het kaf van het koren wordt gescheiden. De vissers door dik en dun zetten alles op alles om optimaal te kunnen profiteren van die zo mooie en uitdagende wintervisserij. Anderen zitten nu -als ik het in voetbaltermen zou mogen uitdrukken- in de winterstop.
 
 
Ieder voorjaar staan de wedstrijdvissers voor de uitdaging om zo goed mogelijk uit de startblokken te vertrekken, in de aanloop naar een goede eind klassering in het kampioenschap van de vereniging. Een goed begin is ook hier het halve werk. En in dat voorjaar zijn het vooral de kleine platvisjes in de vorm van botjes en scholletjes die het verschil maken.
 
Waarschijnlijk herken je dit wel. Lekker een dagje gevist en dan thuis die bende opruimen. Molens afspoelen onder lauw water, hengels afspoelen en schoonmaken, het zand van je waadpak afborstelen en dan ook nog even je onderlijnen nalopen. Misschien moeten er nieuwe haken op of hangen er nog restanten zeepier of zager aan. Kortom wil je weer vissen dan moet in ieder geval alles weer op en top zijn. Kan net het verschil zijn tussen vangen en niet vangen.
 
Soms kan het geen kwaad dat je wat verder kan gooien dan anders. De vis zit dan gewoon wat verder en dichter onder de kant pak je ze niet. Krachtige worpen hebben echter wel een stevige impact op je aas. En dan bedoel ik letterlijk impact. Of je gooit je zeepier of zager helemaal aan flenters of ze zitten helemaal op de verkeerde plek ergens op je aaslijn. En geloof mij, op die plek zit je haak niet. Gelukkig hebben de vergooiers, ook wel surfcasters, onder ons daar allerlei handige spulletjes voor bedacht. Deze Clipped Pulley Rig is daar een mooi voorbeeld van.
 
 
De titel had net zo goed zeebaars gaat, gul arriveert kunnen zijn. Alleen ik schrijf dit artikel in het voorjaar en dan klopt het. Zou ik de pen in het najaar ter hand hebben genomen dan had ik de titel voor wat betreft de vissoorten om moeten draaien.
 
Als het voorjaar er aan komt, begint het bij mij altijd te kriebelen. De viskist wordt leeggegooid en alles wat er in zit, wordt grondig geinspecteerd. Wat stuk is, wordt, indien mogelijk, gerepareerd. Haken aan onderlijnen worden geslepen of vervangen en de onderlijnenmap moet weer op volle oorlogssterkte gemaakt worden. Na zo'n inspectie houd ik altijd gaten over in mijn onderlijnenmap. Vaak vul ik die zelf aan met zelfgemaakte onderlijnen, maar net zo vaak ga ik lopen struinen in hengelsportwinkels om te kijken of er weer wat nieuws is om uit te proberen.
 
Het haakbledje of oogje bevindt zich op het einde van de steel van de haak en heeft als functie de vislijn aan de haak te kunnen verbinden. De grotere maten haken hebben altijd een oogje. Haakoogjes zijn ook beter geschikt voor gevlochten lijnen want een bledje kan bij het tegenhouden van de knoop de gevlochten lijn eerder beschadigen. Bij de allerkleinste vishaken kom je vaker een haakbledje tegen, een oogje zou naar verhouding ook te groot worden voor de aller kleinste haken.
 
Als je dan tot de gelukkige behoort van een leuke vangst wil je die niet verspelen doordat de haak uitbuigt of erger..., breekt. Gelet op de haaksterkte zijn er twee mogelijkheden. Een haak met een ronde steel en de haak met een steel die afgevlakt is, enigszins geplet. Afgevlakt is sterker maar zal ook eerder breken bij overbelasting dus in deze factor moet ook zeker de slipafstelling van de molen of reel genoemd worden. De sterkte van een haak wordt voornamelijk bepaald door de wijze waarop deze geproduceerd wordt en uit welke staal of legering van staal soorten. Carbonsteel en Titanium zijn tot de verbeelding sprekende termen die veel op verpakkingen gebruikt worden.
 
Bij de allerkleinste, bijvoorbeeld voor witvis, haakjes heeft een langere steel het voordeel dat je hem beter kunt vasthouden tijdens het onthaken. Ook wordt het knopen van een haakje aan de vislijn wat makkelijker dan bij een kortere haaksteel. Een kortere steel heeft het voordeel dat de haak makkelijker in een vissenbek kan dringen. Dat laatste tref je vaak aan bij karperhaken in combinatie met een gebogen punt voor maximale hakingskans.
 
Volledig rond, iets verbogen of geknikt het maakt de keuze voor de juiste haak er niet makkelijker op. Er zijn vele haakbocht soorten verkrijgbaar waarbij de karpervissers, witvissers, roofvissers en zeevissers elk hun eigen voorkeuren hebben, en het aanbod in de markt voorziet daar ruimschoots in. De twee meest voorkomende soorten bochten in de haak zijn de perfect ronde bocht en de geknikte haakbocht. Elk nadeel heb zijn voordeel zou Johan zeggen en ook hier gaat dat op. Toch kan het geen kwaad om er iets meer van te weten.
 
Letterlijk het aller belangrijkste puntje van de haak: De Punt. Deze moet vlijmscherp zijn en vooral…... blijven!  Tegenwoordig met de huidige generatie chemisch en laser geslepen haakpunten geen enkel probleem meer, zelfs na talloze keren onthaken: super scherp! Belangrijk voor de haak is de lengte van de haakpunt in relatie tot de lengte van de haaksteel. Een voordeel van een langere haakpunt ten opzichte van een kortere is dat deze eerder goed blijft zitten in de vissenbek, een nadeel kan zijn dat de punt te veel opvalt in verband met de aas presentatie, en daarmee de vis afschrikt. Een meer naar binnen gebogen haakpunt blijft beter in een vissenbek zitten als een rechte haakpunt maar haakt zich ook minder makkelijk.
 
Een vishaak met een weerhaakje op de punt blijft beter in een vissenbek zitten. Zonder een weerhaakje dringt een vishaak echter veel makkelijker de vissenbek binnen, maar blijft daar dan als de vis eenmaal gehaakt is veel slechter zitten. Geen enkele sportvisser is er natuurlijk op uit om vis onnodig te beschadigen. Is een weerhaakje dus noodzakelijk? Ja, meestal wel! Maar probeer indien mogelijk die weerhaak zo klein mogelijk te houden. Je kan natuurlijk ook met een tangetje de weerhaak plat of platter knijpen, mocht deze overbodig zijn of onnodig beschadigend werken.
 
Het eerste criterium dat bepalend is voor de haakgrootte is de keuze “waarop gaan we vissen”. Het spreekt voor zich dat karpervissers en witvissers niet dezelfde haken prefereren als roofvissers en zeevissers. Vishaakfabrikanten hanteren elk hun eigen aanduidingen op de verpakking voor vissoort en haakgrootte en dat zijn dus de eerste indicaties. Haakgrootte vergelijken van verschillende merken onderling haalt niets uit. Een haakje maat 10 van merk X kan exact even groot zijn als haakje maat 14 van merk Y.
 
Hoe kies je voor de juiste vishaak. In de hengelsport zijn er maar twee elementen zonder welke je niet zou kunnen vissen. De eerste is de vislijn en de tweede de haak. Ook niet voor niets dat deze twee-eenheid in menig survivalpakket voorkomt. Zelfs met een wilgentak zou je met deze twee nog kunnen vissen maar zodra er een ontbreekt…...? Ook niet voor niets dat deze twee items in zoveel soorten, maten en uitvoeringen verkrijgbaar zijn en op deze pagina gaan we wat dieper in op “waarmee rekening te houden bij de keuze voor de juiste vishaak”. Geen vishaak is hetzelfde en hier treft u de 6 haakonderdelen aan waarmee ze allemaal van elkaar verschillen:
 
Bijzondere titel voor een zeer bijzonder apparaatje. Dat apparaatje heet Esca. Esca is de naam van het lichtorgaan van de zeeduivel, of “anglerfish”, zoals hij in het Engels genoemd wordt. Esca betekent dus “loklichtje”. Een andere naam voor Esca is “bioluminescentie”. Deze naam is afkomstig van “bios” [Grieks], wat “levend” betekent, en “lumen” [Latijn], wat “licht” betekent. “Levend licht” dus.