Schol - Ons bekendste zeebanket!

Pleuronectes platessa, Schol, Pladijs, Plaice, Plie, Carrelet, Scholle, Goldbutt, Solla, PasseraSportvissers zijn als geen ander in staat vissoorten te herkennen. Toch gaat het bij platvis wel eens een keertje mis. Een lekker dagje strand of wad met als resultaat 15 schollen, is 10 tegen één een lekker dagje met 10 botten. Veel zeehengelaars hebben de neiging om een platvis met rode vlekken voor schol uit te maken. Bot heeft echter op de bovenzijde ook vaak roodachtige vlekken. Hoewel deze vlekken meestal minder fel gekleurd zijn, kunnen we beter gebruik maken van andere kenmerken om deze platvissen uit elkaar te houden. Duidelijk herkenbaar bij de schol is bijvoorbeeld het rijtje benige knobbels dat loopt van het oog tot het begin van de zijlijn. 'Typisch schol' is ook de zeer gladde huid aan de bovenzijde van de vis, die in vergelijking met de huid van schar in beide richtingen glad aanvoelt.

 

Pleuronectes platessa, Schol, Pladijs, Plaice, Plie, Carrelet, Scholle, Goldbutt, Solla, PasseraDe schol komt algemeen voor in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, de Noord- en Oostzee en kan uitgroeien tot een respectabele afmeting van ruim 90 cm. Helaas is de kans op het vangen van een dergelijk tapijt vanaf strand, pier of dijk klein. Enerzijds omdat grote schollen door overbevissing zeldzaam zijn geworden, anderzijds omdat de schol in tegenstelling tot zijn neef de bot een voorkeur heeft voor wat dieper water. Voor het vangen van een beetje knappe schol, de wettelijke minimummaat is 27 cm, kun je het beste aan boord van een charterboot stappen. Toch wil het vanaf het strand ook wel eens lukken, vooral na een zware storm komen de wat grotere schollen soms binnen werpafstand. Zijn schollen flink aan de maat, dan zijn het met name bij het bootvissen sterke tegenstanders, die steeds bij het binnendraaien kun kop omlaag duwen en daardoor horizontaal blijven zwemmen gebruik makend van de waterdruk op hun brede lichaam. Eenmaal aan de oppervlakte maken de felle oranje stippen meteen duidelijk dat het om een schol gaat en niet om een bot.

 

Een aantal jaren geleden is ontdekt dat schol zich aan de gevolgen van overbevissing aanpast door op steeds jongere leeftijd [en dus bij een kleinere lengte] geslachtsrijp te worden. Hoewel ze daar meestal niet de kans voor krijgen, kunnen schollen ook zeer oud worden. Er zijn zelfs exemplaren bekend met een leeftijd van meer dan 20 jaar.

 

Pleuronectes platessa, Schol, Pladijs, Plaice, Plie, Carrelet, Scholle, Goldbutt, Solla, PasseraDe schol paait in de winter en het vroege voorjaar op dieptes tussen de 20 en 40 meter. Ondiep water is echter van zeer groot belang voor het opgroeien van jonge schol. De eieren en larven van schol drijven namelijk naar onze kustwateren waar ze verder opgroeien. De meeste visserijbiologen zijn van mening dat de Waddenzee en de Zeeuwse wateren de belangrijkste opgroeigebieden voor deze vissoort zijn.

 

Hoewel wij als hengelaar de schol graag een verse zeepier serveren, is de natuurlijke menukaart gevarieerder. Zeepieren, zagers, kreeftachtigen, maar vooral schelpdieren maken deel uit van de dagelijkse hap. Overdag is de schol overigens vrij passief. Meestal wordt de dag ingegraven in het zand doorgebracht. Goed een smakelijke zeepier die vlak voor zijn neus neerploft, zal nog wel worden gepakt, maar daar blijft het meestal ook wel bij. Wanneer het donker wordt, verandert de schol echter in een rover die actief op zoek gaat naar prooi. Wellicht moeten wij als zeehengelaars dus eens wat vaker in het donker doorvissen.

 

Waar en wanneer?

2 super platten! Schol en bot.De schol wordt -ondanks zijn landelijke bekendheid- zeker de laatste 10 jaar minder vaak gevangen. Alleen in de Oosterschelde en Waddenzee zie je hem nog regelmatig, al betreft dat dikwijls kleine exemplaren. Wie vanaf de kant vist, heeft de meeste kans in de Waddenzee en in het bijzonder de Afsluitdijk, de Oosterschelde en de Zuid- en Noord-Hollandse stranden en golfbrekers. Zelden zijn zij bij het kustvissen groot en evenmin worden zij daar in grote aantallen gevangen. En als er dan maatse schollen worden gevangen, dan is dat bijna altijd door bootvissers en voornamelijk in dieper water. Verhalen over grote schollen van 30-40 cm betreffen bijna altijd botten. Wie mooie schol wil vangen, moet echt met een boot de Oosterschelde, het Grevelingenmeer of Noordzee op. Dan worden ze tot wel 45-50 cm gevangen. Maar ook dan is alleen de periode half maart tot half mei interessant, al kan men in principe vrijwel het hele jaar een scholletje pakken. Schar en schol zijn voedselconcurrenten en net als de schar is ook de schol een liefhebber van zandbodem en rustig weer met een kalme zee en een niet al te sterke stroming. Hij is daarbij zowel overdag als 's nachts te vangen.

 

Hengelmateriaal?

Perfecte onderlijn voor tijdens het zeevissen op schol.Een speciale scholhengel bestaat niet en heeft men ook niet nodig, zodat men voor deze vissoort hetzelfde hengelmateriaal kan gebruiken dat voor de bot wordt aanbevolen: namelijk de gewone standaard-zeehengel. Ook andere hengels zijn mogelijk, zoals een zeepicker, een middelzware spinhengel of een lichte karperhengel. De meeste zeevissers gebruiken de gewone strandhengel met een lengte van rond de vier meter. Bootvissers die in de diepere delen van de Oosterschelde en op de Noordzee vissen, vangen hun schollen steeds aan uptidehengels van om en nabij de drie meter en daaraan noodzakelijk zwaar werplood, terwijl in het zoute Grevelingenmeer, door het nauwelijks aanwezig zijn van stroming, vaak met spinhengels en winkle pickers en daaraan een licht wartelloodje op schol wordt gevist.

 

Voor lood en onderlijnen geldt voor kustvissers hetzelfde advies als voor de bot en de schar. Waar nodig kiest men voor ankerlood of één zonder ankers en een gewone paternoster met twee of drie haken in de maten no. 6 en 4. Bij het bootvissen, waar voor grote schollen een haakmaat no. 2 mag worden gebruikt, is het raadzaam een lange wapperlijn onder het lood te hangen en deze zoals aangegeven behalve van zeepieren en zagers, ook van opvallende kralen te voorzien. Men kan dan bovendien gebruik maken van schuiflood, eventueel aan een hoekafhouder, dat achter de boot met de stroom mee wordt gevist.

 

Aas?

Aalscholver en meeuw vechten om een schol!Zeepieren en zagers zijn veruit favoriet, maar soms kunnen deze twee gecombineerd met schelpaas net dat beetje extra geven. Wel verdient het aanbeveling om, wanneer er op een gegeven moment op een bepaalde plaats mooie schol is te vangen -dus vooral tijdens het bootvissen- enkele bontgekleurde of glimmende kralen boven de beaasde haak te plaatsen.

 

 

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.com