Schar - Een weinig kieskeurige platte!

Limanda limanda, Schar, Scharbe, Kliesche, Dab, Sandkoli, Hietakampela, Sand-flyndre, Sandskädda, Ising, SletteEen prachtige dag in januari op de Zuidpier bij IJmuiden. Er staat een zwak windje uit het oosten, het vriest net een graadje en de zon schijnt volop. De pier ziet werkelijk zwart van de hengelaars. Al snel wordt de reden van deze drukte duidelijk: de schar is volop aanwezig! Aan de vangsten is te zien dat schar een echte scholenvis is, bijna iedereen vangt vis en regelmatig zijn de drie haken van de paternoster bezet door deze lichtbruine en iets doorzichtige platvissen.

 

Schar kunnen we overal in de Noord- en Oostzee aantreffen op plaatsen waar de zeebodem uit modder of zand bestaat. Verder is het de meest talrijke platvis van ons kustwater. Het is ook een eenvoudig te herkennen vissoort. Het beste kenmerk wordt gevormd door de getande schubben die de huid, als we naar de kop toe strijken, ruw als schuurpapier doet aanvoelen. Opvallend is verder dat de zijlijn met een duidelijke boog om de borstvin loopt.

 

Limanda limanda, Schar, Scharbe, Kliesche, Dab, Sandkoli, Hietakampela, Sand-flyndre, Sandskädda, Ising, SletteWat betreft de voorkeur voor waterdiepte zit de schar eigenlijk tussen bot en schol in. Hoewel ze meestal niet zoals de bot op kniediep water te vangen zijn, hoeven we er ook niet altijd met de boot op uit. Vooral in het koude jaargetijde, zo tussen eind oktober en begin april, kan er vanaf pieren, havenhoofden en soms ook strekdammen goed schar worden gevangen. In deze periode zoekt de schar namelijk het wat ondiepere kustwater op. Mogelijk om zich in dit ondiepe en voedselrijke water vol te vreten als voorbereiding op de energieverslindende voortplanting. De paai vindt plaats op dieptes van 20 tot 40 meter. De schar die we langs onze kusten aantreffen, paait waarschijnlijk in de periode maart-juni. De larven die wanneer ze uit het ei kruipen ongeveer 2 mm lang zijn, leven lange tijd als vissen met een 'gewone' vorm en zijn niet gebonden aan de bodem. Pas bij een lengte van anderhalve centimeter begint de verandering naar platvis en zoeken ze de bodem op.

 

Scharren zijn langzame groeiers. Als het een beetje tegenzit, groeit een mannetje in drie jaar slechts uit tot een lengte van 15 cm. Vrouwtjes groeien wat sneller en kunnen na drie jaar een lengte bereiken van ongeveer 25 cm. De maximale lengte bedraagt waarschijnlijk 42 cm. Ook voor de schar geldt sinds kort geen wettelijke minimummaat meer!

 

Limanda limanda, Schar, Scharbe, Kliesche, Dab, Sandkoli, Hietakampela, Sand-flyndre, Sandskädda, Ising, SletteHoewel scharren als langzame groeiers bekend staan, zijn het felle rovers die naast wormen, garnalen en schelpdieren, gericht jacht maken op grondels en zandspiering. De felheid van de schar is dan ook vaak aan de aanbeet te zien: meestal een ferme tik op de top. De aanbeet van een scharretje van een centimeter of 20 kan zelfs zo woest zijn, dat de top van een stugge strandhengel een behoorlijke wipper maakt.

 

Ondanks het feit dat de schar onze meest algemene platvis is, zijn de wegen van deze vis soms ondoorgrondelijk. Jarenlang worden er in de winter op de bekende plekken cementbakken vol schar gevangen en zo ineens lijken ze van de zeebodem verdwenen. Het ligt voor de hand met de beschuldigende vinger te wijzen naar onze overijverige beroepsvissers. Wat schar betreft, ligt dit mogelijk wat anders, aangezien er in ogenschijnlijk 'scharloze' periodes verder op zee vaak wél veel schar wordt gevangen. Waarschijnlijk zijn er daarom andere, nog niet opgehelderde, redenen waarom de schar soms een aantal jaren verstek laat gaan. Gelukkig lijken de scharvangsten vanaf de kant de laatste jaren weer wat aan te trekken. Een prettige bijkomstigheid is het feit dat de schar een van de lekkerste consumptievissen is.

 

Waar en wanneer?

Limanda limanda, Schar, Scharbe, Kliesche, Dab, Sandkoli, Hietakampela, Sand-flyndre, Sandskädda, Ising, SletteDe schar houdt van wat dieper water en een zandbodem. Is er een school onder de kust, dan kan men er tientallen vangen. In vroegere jaren werd de soort ook veelvuldig in de Waddenzee gevangen, maar daar schittert de schar tegenwoordig helaas door afwezigheid. Ver in zee stekende pieren en havenhoofden, zoals die van IJmuiden en Scheveningen, plus golfbrekers en diepe geulen die vanaf het strand bereikbaar zijn, bieden wat dat betreft betere vangmogelijkheden.

 

Over het algemeen wordt de schar gezien als een wintergast, die in het najaar vanaf de kust is te vangen en vervolgens in mei weer naar diep water verdwijnt. November tot begin februari is dan ook de beste tijd om ze vanaf de kant te vangen. Dan zijn ze lekker dik en zitten ze vol kuit. Vaak wordt beweerd dat de schar pas actief wordt als het gaat vriezen, maar dat is zeer betrekkelijk. Enige dagen lichte tot matige vorst en een niet te sterke daling van de zeewatertemperatuur, kan de vis wel aan. Maar vriest het dat het kraakt en zakt de watertemperatuur naar 4 graden Celsius, dan vlucht de schar naar het diepe en komt pas terug als de dooi doorzet. Daarna trekken de grote scharren vaak weg uit het kustwater en vang je meer visjes van het formaat postzegel. Voor bootvissers begint dan juist de beste periode, die wel kan aanhouden tot begin juni, met uitschieters voor delen van de Noordzee in juni en juli.

 

De schar is een liefhebber van rustig water. Met harde wind of storm op til richting kust, trekt de schar weg of graaft zich in. Scharren zijn tamelijk passief op het moment dat de getijdenstroom het hevigst is en gaan pas eten als de stroom wat minder wordt. Dat is meestal het laatste deel van opkomend water en het staartje van de ebstroom, wat veel Scheveningers het 'Achterebbetje' noemen.

 

Hengelmateriaal?

Perfecte onderlijn voor tijdens het zeevissen op schar.De plekken waar de soort wordt bevist, noden veelal tot het gebruik van zwaar hengelmateriaal dat in geen verhouding staat tot de lengte en kracht van de vis. Dit zware materiaal is nodig om de dikwijls extra verre worpen richting dieper water te maken en te vissen op de vaak uit betonblokken opgebouwde pieren en havenhoofden. Aan binnenwaterhengels, die een dagje zeewater moeten proeven, heeft men dan niet zoveel. Of het zou op plaatsen moeten zijn, waar de omstandigheden dat toevallig toelaten.

 

Daarom in zijn algemeenheid een hengel met een lengte van vier tot vijf meter voor werpgewichten van 125 tot 175 gram met een snelle sterke zeemolen. Daarop 30- of 35/00 nylon of 15 tot 20 ponds Dyneema, voorzien van een voorslag van 60/00 of 70/00. Wie een goede werptechniek in huis heeft en in staat is meer dan 100 meter ver te werpen, vangt op jaarbasis beslist de meeste scharren.

 

Het ankerlood is bij de scharvisserij het meest gebruikte werpgewicht. Al naar gelang de omstandigheden kan men voor werplood met vaste ankers, dan wel voor werplood met wegklapbare ankers kiezen. Belangrijk is echter dat de onderlijn goed verankerd in de stroom ligt, aangezien scharren in tegenstelling tot botten, zelden een eind achter een prooi, in dit geval de beaasde haak aan zwemmen. Schuiflood wordt bij het scharvissen vanaf de kant niet gebruikt. Alleen bij het bootvissen wil men er wel eens toe over gaan, maar dan kiest men voor een systeem, waarbij de onderlijn onder het zware schuiflood hangt en op de zeebodem achter het lood ligt. Schar bevist men om de aantallen en dat betekent dat er vrijwel nooit met één haak wordt gevist, maar met onderlijnen voorzien van twee of drie haken. Met het oog op de werpgewichten waarmee wordt geworpen en de dikte van de voorslag, dient het hoofdgedeelte van die onderlijn minstens zo dik te zijn als de voorslag. De haaklijnen van de paternoster zijn vanzelfsprekend weer dunner, 30- tot 40/00, met langstelige haken no. 6 en 4. Eventueel kunnen afhouders worden gebruikt. Omwille van de luchtweerstand kiezen veel scharvissers echter bij een verre worp voor onderlijnen zonder afhouders.

 

Aas?

Een doublet mooie scharDe schar is niet bepaald kieskeurig en is daarom aan veel aassoorten te vangen. Het is een alleseter, waardoor een grote variatie aan aas kan worden gebruikt. Zeepieren en zagers zijn echter veruit favoriet, zeker wanneer de vissoort de gelegenheid heeft om te kiezen. In vroegere jaren, toen de zeebodem werkelijk leek geplaveid me scharren, gebruikte men naast allerlei schelpdieren, stukjes vis en garnalen zelfs kippendarmen. Maar dat gebeurt nog maar zelden. Op gezette tijden kunnen ook halfrotte zagers en gezouten zeepieren en gezouten zagers een fenomenaal aas zijn. Aan kunstaas laat de schar zich echter nimmer vangen.

 

Bron: Zeehengelsport

 © Onderlijnenvooropzee.com