Makreel - Een razendsnelle zomervis!

Scomber scombrus, Makreel, Atlantic mackerel, Mackerel, Makrel, Makrill, Makrell, Makrelli, Makríll, Makrele, Maquereau, Caballa, MacarelaEen lome dag in een klein maar comfortabel visbootje op de Noordzee. De zon staat hoog aan de hemel, het is ruim 30 graden en het spiegelgladde water oogt volkomen visloos. De sportvisser werpt zo nu en dan een blik op de geepdobber; hij verwacht echter geen interesse meer voor het stripje vis dat onder de dobber zweeft. Ineens, zonder waarschuwing, staat de wereld op zijn kop: krijsende meeuwen, tientallen visdiefjes die in het water plonzen en een dobber die met een bloedgang wegspeert! Geep? Nee, geen vergissing mogelijk, meters lijn worden van de molen gerost en de gehaakte vis weet van geen ophouden: zonder twijfel makreel! Gedurende korte tijd is de sportvisser getuige van een bende woeste rovers die met een ongelofelijke snelheid jacht maakt op alles wat beweegt.

 

De makreel is een opvallende vissoort. Niet alleen door zijn vraatzucht, maar ook door de prachtige groenblauwe rug die wordt onderbroken door donkere golvende lijnen. Typerend voor de makreel zijn ook de 5 tot 6 bijvinnetjes tussen de achterste rugvin en staartvin. Deze gestreepte rover leeft in grote scholen, die soms afmetingen van 100 bij 200 meter kunnen bereiken. Makreel komt algemeen voor in de Atlantische Oceaan, de Noord- en Oostzee en de Middellandse Zee. Het is een vis die vooral in de warmere maanden actief is. In het koude jaargetijde overwintert onze makreel in de Noordzee en het Skagerrak. In grote groepen bevinden ze zich in de buurt van de bodem en eten weinig. Als het voorjaar aanbreekt en de watertemperatuur stijgt, worden ze hongerig en storten ze zich op dierlijk plankton en kuit van andere vissoorten.

 

Scomber scombrus, Makreel, Atlantic mackerel, Mackerel, Makrel, Makrill, Makrell, Makrelli, Makríll, Makrele, Maquereau, Caballa, MacarelaZe zwemmen daarbij met geopende bek door de wolken plankton en filteren de kleine kreeftjes, slakjes e.d. uit het water met hun kieuwzeef. Naarmate de watertemperatuur verder stijgt, trekken ze richting kust. In april-mei wordt er gepaaid bij watertemperaturen tussen de 11 en 15 graden. De makreel paait in de centrale Noordzee en langs de zuidkust van Ierland. De eitjes zweven in het water en de larven groeien binnen een jaar uit tot vissen van ruim 20 cm.

 

Na de paai worden de scholen wat kleiner en wordt er overgeschakeld op prooivis. Vooral zandspiering, bliek [= jonge haring] en sprot staan op de menukaart. Scholen van deze prooivissen worden omsingeld en met enorm veel kabaal in zeer korte tijd gehalveerd. De belaagde prooi kan meestal nog maar één kant op, de lucht in, en dat hebben de meeuwen en sterntjes weer snel in de smiezen. Krijsende, maar vooral duikende vogels zijn een duidelijk signaal dat er een meute makreel aan het jagen is.

 

Scomber scombrus, Makreel, Atlantic mackerel, Mackerel, Makrel, Makrill, Makrell, Makrelli, Makríll, Makrele, Maquereau, Caballa, MacarelaNiet alleen is het vlees van een makreel baggervet, het spierweefsel is ook opvallend rood gekleurd. Hierdoor heeft de makreel, net als zijn grote neef de tonijn, een fantastisch uithoudingsvermogen en is daardoor in staat prooi lang en hardnekkig te achtervolgen. Een nadeel hiervan is dat de zuurstof behoefte relatief hoog is; een makreel die niet zwemt, legt in korte tijd dan ook het loodje. Opmerkelijk is verder het ontbreken van een zwemblaas. Het grote voordeel hiervan is dat een makreel, zonder last te krijgen van een 'opgeblazen' blaas, snel een andere waterdiepte kan opzoeken. Makkelijk als je wordt achtervolgd door een grotere en nog hongeriger vis. Vanwege het rode spierweefsel is de makreel ook een vis die aan de hengel van wanten weet. In verhouding tot zijn formaat is het waarschijnlijk één van de sterkste sportvissen. Best wel jammer dat ze niet groter dan 60 cm worden. Het zou anders de ultieme sportvis van de Noordzee zijn! Toch geeft het formaat makreel dat we meestal vangen - vissen van 30 tot 40 cm - aan het juiste materiaal fantastische sport. Een makreel van een pond is namelijk sterker dan zijn veel groter groeiende neef, de tonijn, van hetzelfde gewicht. Daarom is het ondanks dat geringe formaat een mieterse vechtersbaas, die voor de meest spectaculaire aanbeten zorgt. Voor de makreel geldt sinds kort geen wettelijke minimummaat. Culinair gezien is de makreel een hoogstandje.

 

Waar en wanneer?

Makreel - Niet gek kijken als al je haken bezet zijn!De makreel is vanaf de kust te vangen, zij het slechts vanaf stekken die aan diep water grenzen of vanaf pieren die ver in zee steken. Veruit de meeste makrelen worden vanaf boten gevangen. Door zwermen krijsende meeuwen op te zoeken, zijn ook de scholen makreel snel gevonden. Grote scholen aasvis worden namelijk door de makrelen tot bijna boven het water opgejaagd en worden daar opgewacht door altijd hongerige meeuwen. De makreel is onmiskenbaar een zomervis, die voornamelijk van juni tot en met september in ons kustwater vertoeft. Zelden wordt er voor mei en na oktober nog makreel gevangen, of het zou om een enkel verdwaald exemplaar moeten gaan. Overal langs onze kust kom je hem dan tegen, zelfs in de Ooster- en Westerschelde en in de Waddenzee en Eemsmond. De open Noordzee vormt echter veruit het beste visgebied. De vis is een pure zichtazer, die alleen overdag wordt gevangen. De voorkeur gaat uit naar mooi rustig zomerweer en helder water. De vloed is vanaf de kant dikwijls het juiste getijde, maar speelt bij het bootvissen geen rol van betekenis.

 

Hengelmateriaal?

Makreel - Nou nog even een rookoven zoeken!Ouderwets [maar nog steeds populair!] makreelvissen doet men statisch met de gewone lange zeehengel en bijpassende molen en boven de onderlijn een flinke dobber of kurk. Vissen met kunstaas kan met elk type spinhengel, een lichte karperstok enz. met daarop een niet al te grote werpmolen gevuld met maximaal 30/00 nylon of 10-ponds Dyneema. Bootvissen vanuit een [eigen] kleine boot kan eveneens met een spinhengel, maar vissen vanaf de grote charterboot kan met het oog op de vele hengels aan boord zelden of nooit met licht materiaal. Daar gebruikt men allerlei soorten hengels, van uptide-stokken tot korte bootknokkers, met daaraan een verenpaternoster. Dat dergelijke hengels vaak als huurhengel door vele handen gaan en derhalve zijn voorzien van een molen met extra dikke lijn, mag duidelijk zijn.

 

Wie vanaf een pier of havenhoofd vist met de lange 'pierenrammer', gebruikt daaraan een lange onderlijn met drie, vier of vijf glimmende haken nr. 4 of 2. Daaraan worden reepjes uit de buik van een verse makreel, geep of fint geregen. Onderaan komt een werplood zonder ankers van 125 tot 175 gram en bovenaan de onderlijn plaatst men een flinke [makreel]dobber. Deze moet voldoende drijfvermogen hebben om de onderlijn met het lood op de bodem rechtop te laten staan. Bootvissers op charterboten vissen meestal met de verenpaternoster, een onderlijn met daaraan meerdere haken die zijn voorzien van witte of bontgekleurde kippenveertjes. Onderaan hangt een loodgewicht zonder ankers en 200 tot 300 gram zwaar. Door de hengeltop op en neer te bewegen wordt een school visjes geïmiteerd.

 

Perfecte onderlijn voor makreel!

 

Aas?

Schitterende makreel vanuit de eigen kleine boot!Makrelen zijn echte viseters, die achter scholen jonge haring [zeebliek], sprot en zandspiering aanjagen en dan naar alles happen dat glimt en beweegt. Een reepje glimmende vis op de haak en zelfs een stukje zilverpapier of gewoon een glimmende vernikkelde haak vangen prima. Veel makreelvissers hebben 's zomers altijd een aantal ingezouten makreelbuikjes in een pot met zout bij zich, zodat zij nooit zonder aas zitten. Anderen vissen vanaf de kant met een verenpaternoster en daaronder een werplood, werpen deze zo ver mogelijk uit en halen de lijn vervolgens weer met rukken binnen. Makrelen die bij het kantvissen aan een gewone paternoster met zeepieren of zagers worden gevangen zijn toevalstreffers. Al pakt een makreel bij het indraaien nog wel eens een blanke [door krabben leeggegeten] haak. Vooral als die aan zo'n mooie rode bezemafhouder hangt.

 

Bootvissers vissen met verenlijn recht omlaag en zoeken zo elke waterlaag af, tot de makrelen zijn gevonden. Kunstaasvissers gebruiken kleine lepeltjes, twisters, jigs enz. Aan een paternoster vangt men er dikwijls meerdere tegelijk, terwijl aan kunstaas telkens één vis per keer wordt bovengehaald.

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.nl