Harder - Een schuwe alleseter!

Chelon labrosus, Harder, Diklipharder, Dicklippige meeräsche, Mullet, Thicklip grey mullet, Multe, Tykkleppet, Tjockläppad multe, Tyklæbet multeEen dagje zeevissen: zilte lucht, krijsende meeuwen, krabbetjes die in het heldere zeewater zijwaarts over de bodem hobbelen en het immense gevoel van ruimte. Hoewel zeevissen? De sportvisser heeft een lichte karperhengel in zijn hand, tuurt naar een stevige matchdobber en naast hem ligt een grote homp witbrood. Plotseling verschijnen er twee grote, torpedovormige vissen. In het heldere water is te zien dat ze in de bodem beginnen te happen. Na enkele ogenblikken, die zenuwslopend lang duren, heeft één van de vissen de broodvlok ontdekt en na een korte inspectie als 'eetbaar' beoordeeld. De sportvisser zet de haak en vervolgens ontploft het water. Hij heeft het aan de stok met een harder.

 

Harder is misschien wel een van de meest ondergewaardeerde vissoorten. Mogelijk omdat harders volgens de meeste boeken alleen algen eten en daardoor met het gangbare visaas nauwelijks te vangen zijn. Ze hebben echter een uitgebreide menukaart waar, naast plantaardig voedsel ook plankton, kreeftachtigen en slakken op prijken. Harders die in het wier wroeten, hebben het dan ook vaak voorzien op de slakken die daarin leven. In het rustige water van havens zie je harder soms, net als brasem, stofzuigeren in de waterbodem. Waarschijnlijk zijn ze dan op zoek naar bodemorganismen. Om zowel plantaardig materiaal als slakken aan te kunnen, hebben harders een bijzonder gespierde maag en een enorm lange darm.

 

Chelon labrosus, Harder, Diklipharder, Dicklippige meeräsche, Mullet, Thicklip grey mullet, Multe, Tykkleppet, Tjockläppad multe, Tyklæbet multeHarders kunnen we overal ter wereld in tropische en gematigde wateren aantreffen. Ze houden zich bij voorkeur op in de buurt van de kust en hebben geen enkele moeite om het brakke en soms zelfs het zoete water op te zwemmen. In Nederland onderscheiden we drie soorten: de Diklipharder, de Dunlipharder en de goudharder. De dunlip- en de goudharder worden echter maar sporadisch aangetroffen. Nagenoeg alle harders die wij als sportvissers vangen [of verspelen........] zijn diklipharders. In het Middellandse-Zeegebied is het net andersom. 'Vakantieharders' zijn daar bijna altijd dunlipharders.

 

De Diklipharder is te herkennen aan de dikke bovenlip. Bedraagt de dikte van deze bovenlip meer dan de helft van de diameter van het oog, dan hebben we zeker met een Diklipharder te maken. Ook bevinden zich op de onderlip papillen. Verder zijn het vissen met twee duidelijk gescheiden rugvinnen en een brede, platte kop. Opvallend is ook dat harders bij het vastpakken zeer stevig aanvoelen, net of ze van eikenhout zijn gemaakt.

 

Chelon labrosus, Harder, Diklipharder, Dicklippige meeräsche, Mullet, Thicklip grey mullet, Multe, Tykkleppet, Tjockläppad multe, Tyklæbet multeHarders zijn typische scholenvissen: in groepjes worden basaltblokken, meerpalen en wierbedden op de aanwezigheid van voedsel geïnspecteerd. Ze vertonen daarbij vaak een voor de visser zeer interessant aasgedrag: gaat er eentje eten, dan volgen er namelijk meer!

 

Harders komen algemeen voor langs de kusten van de Atlantische Oceaan, Noordzee en Middellandse Zee. In Nederland treffen we ze aan in de meeste zeehavens, de Zeeuwse wateren, de Waddenzee en het Veerse Meer. Ook het Noordzeekanaal bulkt soms van de harders.

 

Chelon labrosus, Harder, Diklipharder, Dicklippige meeräsche, Mullet, Thicklip grey mullet, Multe, Tykkleppet, Tjockläppad multe, Tyklæbet multeHarders zijn echte 'laat-paaiers': pas in augustus bekommeren ze zich om hun voortbestaan. De paai vindt plaats in de Ierse Zee en het Kanaal. Als sportvisser mogen we blij zijn dat er langs de Nederlandse kust hoofdzakelijk diklipharders zwemmen. Het is namelijk de grootste hardersoort. Een beetje Diklipharder is al snel over de 50 cm. En er worden soms zelfs jumbo's van meer dan 70 cm lang gehaakt. Dergelijke specimen wegen vaak een pond of acht en kunnen meer dan 20 jaar oud zijn. Opvallend is overigens dat er met de hengel nauwelijks kleine harders worden gevangen. Ook bestaat er geen minimummaat voor harder.

 

Enkele tientallen jaren geleden nog omschreven als een onvangbare vis, is de harder tegenwoordig een populaire zoute sportvis, die heel gericht wordt bevist. Alleen is hij niet gemakkelijk te vangen. Doordat de harder een echte 'algengrazer' is, pakt hij ons aas dikwijls net voorin de bek tussen zijn dikke lippen en spuwt dit meteen weer uit bij de minste onraad.

 

Waar en wanneer?

Harder - Sportvis pur sang!Daar waar zoet en zout water elkaar ontmoeten, kan men de harder met succes bevissen. Ook in puur zout zeewater is hij te vangen, zolang er steenstort en andere oneffenheden in het water aanwezig zijn. Specifieke stekken zijn bijvoorbeeld alle havens en haventjes langs onze kust en in het bijzonder die aan de Oosterschelde en in het Botlekgebied. Ook in de Nieuwe Waterweg tref je de harder aan, net als in de binnenhaven van Scheveningen en bij de pieren van IJmuiden tot aan de sluis naar het Noordzeekanaal. In het noorden van ons land vind je hem in alle havens in en om de Waddenzee. De harder is net als de zeebaars een liefhebber van wat warmer, tot zelfs warm water en dat betekent dat wij hem van mei tot medio oktober kunnen bevissen. De vloed is dikwijls de beste vangperiode en het water mag niet te sterk stromen. Vanaf boten wordt niet op harder gevist, of het zou van een aangemeerde boot in een haven moeten zijn.

 

Hengelmateriaal?

Harder - Een schitterende sportvis!De harder is een bijzonder sterke en wild vechtende vis, die om degelijk hengelmateriaal vraagt. Toch bevis je hem niet met de klassieke lange zeehengel en een grote zware zeewerpmolen. Men vangt hem het liefst aan binnenwatermateriaal, bijvoorbeeld een karperhengel of een lange tweehandige kunstaashengel. Al wordt kunstaas zelden gebruikt voor de harder. Op de hengel een middelgrote tot grote spinmolen of een lichte karpermolen. Wie het aandurft, pakt de matchhengel, maar riskeert daarmee wel het verlies van een grote harder.

 

Voor wat betreft lood en onderlijnen wijkt het vissen op harder af van de meeste vormen van zeevissen. Men gebruikt namelijk negen van de tien keer een dobber en daaronder een eindje lijn met wat loodhagels en een niet al te grote haak. Bijvoorbeeld een klauwhaak of een stilettomodel nr. 8 of 6. Als dobber kan zo'n ouderwetse duikelaar of pauwpen worden gebruikt, maar vaker zie je tegenwoordig zo'n speciale vlokdobber met centraal gat. Daarboven dan een stuitje, dat één tot soms wel twee meter van de haak wordt geschoven. Een manier van hardervissen die door de Engelsen werd geïntroduceerd, maar die ook in Nederland navolging vindt, is met de feederhengel voorzien van een voerkorf. Een methode die vooral in havens succesvol kan zijn. 

Perfecte onderlijn voor harder. 

Aas?

Harder - Een onder gewaardeerde sportvis!Hoewel harders vooral grazers zijn die algen van de keien schrapen, zijn ze ook heel goed aan brood, deeg, zachte vis en slijkzagers te vangen. Imitaties van groene algen in de vorm van groene veertjes leveren op menige stek de nodige harders op. Dikwijls is het zaak de vissen eerst een poos aan een bepaald aas te laten wennen. En dat lukt door ze er mee te voeren. Wie met brood voert, moet ook met brood vissen en wie haringafval in zee werpt, dient dan ook met een zacht stukje haring uit de rug van een verse haring te vissen. Brood voeren en met haring vissen, werkt meestal niet. In Engeland vangt men al harders aan maden, nadat de vissen dagenlang met maden werden gevoerd. Zo kan men ook de inhoud van de voerkorf bepalen en het aas aan de haak onder de korf.

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.nl