Gul - Een smakelijke veelvraat

Gadus morhua, Kabeljauw, Gul, Dorsch, Kabeljau, Torsk, Cod, Atlantic cod, Cabillaud, Morue, TurskaHet is eind november; er staat een pittige zuidwester, de temperatuur haalt met moeite de vier graden en de regen komt met bakken uit de lucht vallen. Hondenweer dus. Toch is het dringen op het havenhoofd, de gul is gearriveerd! Jonge kabeljauw wordt in de volksmond gul genoemd. Niemand weet echter precies waar de grens tussen kabeljauw en gul ligt. Soms lees je wel eens dat deze 60 cm zou zijn, maar kabeljauwen van ruim 20 pond worden door Nederlandse hengelaars nog steeds voor gul uitgescholden. De kabeljauw is een vis die kan uitgroeien tot respectabele afmetingen. Er zijn ooit kabeljauwen gevangen van meer dan anderhalve meter lang met een gewicht van ruim 80 pond!

 

Gadus morhua, Kabeljauw, Gul, Dorsch, Kabeljau, Torsk, Cod, Atlantic cod, Cabillaud, Morue, TurskaHet leefgebied van de kabeljauw bestrijkt de gematigde en koude zeeën van het noordelijk halfrond. Door het aanmaken van een soort antivries kan de kabeljauw zich zelfs handhaven in het koudste zeewater. Er zijn verschillende 'kabeljauwrassen'. Zo zijn er rassen die enorme voedseltochten ondernemen en rassen die juist hun hele leven in het kustgebied blijven hangen. Naast de echte kabeljauw zwemmen er in onze kustwateren nog aardig wat andere kabeljauwachtigen rond, zoals bijvoorbeeld wijting, koolvis, steenbolk en schelvis. Vissoorten die alle herkenbaar zijn aan drie rugvinnen, twee anaalvinnen en soms een bekdraad.

 

De kabeljauw zelf is herkenbaar aan de prachtige gevlekte flanken, de witte zijlijn en de duidelijk aanwezige kindraad. De kleur is afhankelijk van de leefomgeving. In open water en boven zandbodems is hij vaak grijsachtig of beige van kleur. In gebieden waar veel wier voorkomt, nemen ze vaak de kleur van het wier aan; boven roodwieren is hij bijvoorbeeld roodgekleurd. Kabeljauw is ook te herkennen aan zijn grote kop en enorme bek. Een bek die is voorzien van kleine tandjes, bedoeld om glibberige prooien het ontsnappen te beletten. Het is een echte roofvis die voornamelijk in de buurt van de bodem jaagt op alles wat eetbaar is. Krabben, kreeften, inktvis, haring, jonge soortgenoten: niets is veilig voor de kabeljauw. In tegenstelling tot makreel heeft kabeljauw spierwit en zeer vetarm vlees. Kabeljauw is dan ook geen stayer en heeft te weinig uithoudingsvermogen om een prooi langdurig te achtervolgen. Kabeljauw moet het daarom hebben van een sprintje. in grote scholen koersen ze op hun gemak langs de zeebodem om ineens een snelle uitval te doen naar een nietsvermoedende krab.

 

Gadus morhua, Kabeljauw, Gul, Dorsch, Kabeljau, Torsk, Cod, Atlantic cod, Cabillaud, Morue, TurskaDe paai vindt plaats ver op zee in de buurt van obstakels, zoals wrakken bij temperaturen tussen de vier en zes graden. De eitjes drijven en komen aan de oppervlakte uit. Grote vrouwtjes kunnen enkele miljoenen eitjes produceren. Helaas zijn dergelijke 'kuitfabrieken' zeldzaam geworden. De kabeljauw heeft de twijfelachtige eer de meest overbeviste soort te zijn. Al aan het eind van de 19e eeuw werd de kabeljauw in sommige gebieden ernstig in zijn bestaan bedreigd. De eens zo grote populaties bij Groenland en Newfoundland zijn zelfs, op een paar vissen na, uitgeroeid. Ook de zeehengelaar wordt geconfronteerd met de gevolgen van een falend visserijbeleid. Nog geen twintig jaar geleden werden er vissen van ruim twintig pond gevangen. Nu is het voor strandvissers soms al moeilijk om gul met de minimummaat van 35 cm te vangen en ontstaat er al een hele oploop als er vanaf de kant een vis van 8 pond boven water komt. Slechts op een aantal wrakken, voor zover die nog niet zijn afgezet met netten, krijgen ze nog de tijd om tot een normaal formaat uit te groeien. Hoewel de kabeljauw reageert op de overbevissing door eerder geslachtsrijp te worden en zich voort te planten in kouder water, ziet de toekomst van deze prachtige vissoort er helaas allerbelabberdst uit. Even leek het erop dat er verbetering zou intreden. In de winters van 1998 en '99 was er veel gul van een pond of drie en ruim 50 cm lang. Het vooruitzicht om met de wisseling van het millennium weer volop zeven- en achtponders te vangen, werd echter de grond ingeboord. De sterke jaarklasse van 1996, die dat gewicht zou moeten benaderen, lijkt bijna volledig te zijn opgevist!

 

De kabeljauw is desalniettemin onze populairste zeevis. Hele volksstammen offeren voor dit dier hun nachtrust op om gedurende het voor- en najaar en in weer en wind onze nachtelijke Noordzeestranden te bevolken.

 

Waar en wanneer?

Gul - Een schitterende sportvis!De kabeljauw houdt niet van zachte slikgrond. Zand, stenen en klei hebben de voorkeur. Op de slikken in de Ooster- en Westerschelde en in de Waddenzee tref je hem dan ook niet of nauwelijks aan. Bovendien houdt de vis van gebieden met sterke getijdenstromen. Goede stekken zijn te vinden bij Cadzand en de monding van de Westerschelde, bij Dishoek, het strand bij Haamstede, de Maasvlakte met de Slufterdam, de Nieuwe Waterweg, de Noord- en Zuid-Hollandse stranden met hun golfbrekers, havenhoofden en pieren, de zeedijk bij Den Helder en tenslotte de Noordzeekant van de waddeneilanden en de Eemsmond. Bootvissers zoeken dezelfde kustgebieden op, maar doen ook ver op zee aan wrakvissen.

 

Dat het eerst flink moet gaan vriezen eer je kabeljauw vangt, is bakerpraat. Pas als het zeewater tot onder de vier graden daalt, trekt de kabeljauw naar dieper water. De periode dat men vanaf de kust kabeljauw vangt, loopt van oktober tot half januari en van maart tot en met april. Eind januari trekt de vis ver uit de kust naar de paaigronden en blijven alleen de echte kleintjes, de torretjes, achter.

 

Vooral in het donker is de vis vanaf de kust te vangen. Maar is de zee ruw en de lucht bewolkt, dan lukt het vaak ook overdag en hetzelfde geldt voor diep water. Opkomend en afgaand water zijn gunstig en vaak aast de vis actief aan het eind van zowel de eb- als de vloedstroom. Bootvissers vangen ze in dieper water gewoon overdag. Als men boven ver gelegen wrakken en andere obstakels vist, blijkt de soort ook hartje zomer goed te vangen.

 

Hengelmateriaal?

Gul - Een sportvis pur sang!Voor het kabeljauwvissen vanaf de stranden en havenhoofden is een stevige hengel noodzakelijk. Dergelijke hengels worden 'pierenrammers' genoemd en behoren tot de zwaarste categorie hengels. Dus stokken van vier tot vijf meter voor werpgewichten van 150 tot 200 gram. Het eerst genoemde gewicht als het meest gangbare, het tweede voor het geval er een zware zee loopt en het stevig stroomt. Op de hengel een sterke en snelle zeewerpmolen. Vist men vanaf de boot, dan worden voor de vlakke bodem zogenoemde up-tidehengels van maximaal 3,5 meter gebruikt met een sterke robuuste zeewerpmolen, al is snelheid bij het bootvissen minder belangrijk. Voor het vissen op wrakken is een kortere boothengel van maximaal 2,75 meter ideaal en worden er naast krachtige molens ook reels gebruikt. Men vist dan recht omlaag en hoeft niet te werpen.

 

Vissen op kabeljauw vanaf de kust gebeurt vrijwel altijd met ankerlood. Men kan dan kiezen voor een onderlijn met twee haaklijnen, al dan niet bevestigd aan twee afhouders. De meeste zeevissers kiezen echter voor een lijnsysteem met slechts één grote haak. Dat kan een lange wapperlijn van 70 of 80 cm zijn, die vlak boven het werplood is gemonteerd. In de buurt van steenstort vist men met zogenaamde jojo-onderlijnen, waarbij het aas boven het werplood hangt. Haakt men dan een gul dan hangt het grootste gewicht [de vis] onder het lood. De kans dat het lood bij het binnendraaien achter een obstakel blijft hangen, is dan minimaal. Ziet men graag bijvangsten als schar, bot en wijting, dan kiest men voor haken nr. 2 en 1/0. Staat er zuiver en alleen 'Gadus' op het programma, dan vist men met haakmaten nr. 2/0 t/m 5/0.

 

Vanaf de boot wordt vaak met twee haken aan lange afhouders en daaronder een 200 tot 400 gram zwaar ankerlood gevist. Bij het wrakvissen wordt tegenwoordig veelal voor zware pilkers gekozen.

 

Aas?

Kunstaas om de gul mee achter de schubben te zitten!De kabeljauw is een alleseter die zich zelfs wel eens vergrijpt aan kleinere soortgenoten. Krabben, garnalen, visjes, schelpdieren en vooral zeepieren en zagers vormen echter aan de hengel het hoofdmenu. Grote zwarte zeepieren en verse tappen zijn het allerbeste aas, met de zager als goede tweede. Wees niet zuinig en rijg gerust drie of vier zeepieren of tappen, of een hele zager op de haak. Bij het wrakvissen gebruikt men pilkers, maar ook loodkoppen met grote shads, plastic inktvisjes, kunstwormen, jigs en grote veren. En in grote concentraties bij wrakken pakt de kabeljauw juist dat kunstaas, al lukt het daar meestal ook met een grote haak en een flinke dot zeepieren.

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.nl