Geep - Een ware acrobaat!

Belone belone, Geep, Hornhecht, Hornfisk, Näbbgädda, Horngädda, Horngjel, Nokkakala, Geirsíli, Garpike, OrphieDe eerste warme en zonnige dagen in mei zijn voor de meeste zeevissers aanleiding om in de auto te springen, vol gas naar pier of strekdam te rijden en zo snel mogelijk een dobber voorzien van een stripje verse makreel te lanceren. Zouden ze er al zijn? Meestal wel, want de eerste gepen verschijnen met een beetje geluk al in april langs onze kust. Ingooien, wachten en vaak volgt na een kwartiertje al wat gerommel aan de oppervlakte vlak bij de dobber. En dan ineens, voordat je beseft wat er gebeurt, scheurt de dobber als een speedboot over het water en kan het feest beginnen. Dat kan niets anders zijn dan geep.

 

De geep is één van onze opmerkelijkste zeevissen. De langwerpige lichaamsbouw, de blauwgroene flanken en de lange snavelvormige bek die is voorzien van scherpe tandjes, zijn typisch voor deze 'groene samurai'. Verder laten de schubben snel los. De handvatten van een snoekbaarshengeltje zijn na een dag dan ook volgeplakt met geepschubben. Kenmerkend is verder de gifgroene graat. Dat geep door die graat niet zo bijster wordt gewaardeerd als consumptievis, is jammer, want geep is, afgezien van een behoorlijke verzameling graten, een heerlijke vis.

 

Geep - Een ware acrobaat!Het verspreidingsgebied van de geep overlapt dat van de makreel: de Atlantische Oceaan, de Noord- en Oostzee en de Middellandse zee. De geep heeft een voorkeur voor warmer water en trekt 's winters weg naar het open water ten westen van Groot-Brittannië. Geep paait meestal in de periode mei-juni. De eitjes zijn voorzien van lange, kleverige draden waarmee ze zich vasthechten aan wieren, rotsen, meerpalen, e.d. Bij watertemperaturen boven de 20 graden komen de eitjes binnen twee weken uit. Gepen zijn snelle groeiers en binnen een jaar kunnen ze al tot 25 cm uitgroeien. Jonge, opgroeiende gepen ontwikkelen eerst de onderkaak, pas later begint ook de bovenkaak te groeien en ontstaat de kenmerkende snavel. De maximumlengte bedraagt ongeveer 95 cm. Geep heeft geen wettelijke minimummaat.

 

Gepen zijn echte scholenvissen, met een voorkeur voor de bovenste waterlagen. Het zijn voornamelijk viseters die prooivissen met een zijdelingse mep van de snavel uitschakelen. Soms worden prooivissen zelfs gespietst. Hoewel veel vissoorten, inclusief jongere familieleden, in aanmerking komen als prooi, zijn voornamelijk zandspiering en jonge haring de klos. Naast de vis worden sporadisch kreeftachtigen geconsumeerd.

 

In tegenstelling tot veel andere vissoorten heeft de maag van een geep geen knik of bocht. De maag is in feite gewoon een rechte zak. Voor een vis met een zeer slanke lichaamsbouw als de geep heeft dit tot voordeel dat prooien direct en zonder problemen naar binnen kunnen worden geschoven en effectief kunnen worden verteerd.

 

Belone belone, Geep, Hornhecht, Hornfisk, Näbbgädda, Horngädda, Horngjel, Nokkakala, Geirsíli, Garpike, OrphieGepen kunnen zich als ware acrobaten gedragen. Vaak kun je ze zien springen en soms zwemmen ze slingerend hele stukken met hun lichaam voor de helft uit het water. Wie wil weten of er geep in de buurt is, komt daar snel achter door een tak of een stuk hout in zee te werpen. De vis heeft namelijk de grappige gewoonte daar meteen over heen te springen. Een heel enkele keer hangen ze loodrecht in het water en steken ze alleen hun snavel boven de oppervlakte uit. Het meest spectaculaire gedrag vertonen ze echter wanneer ze worden gehaakt op licht materiaal: met behulp van verscheidene prachtige sprongen ze zich te ontdoen van de haak.

 

Geep is een geliefde sportvis om aan de hengel te vangen, al mist deze zomergast het gewicht en formaat van tropische soortgenoten die wel 1,5 meter lang en enkele kilo's zwaar kunnen worden. Onze gepen zijn met zo'n 80 cm en zo'n zes á zeven ons al buitengewoon groot. Aan licht hengelmateriaal zorgt deze springer en imitator van zijn grote neef de zeilvis echter voor een spectaculaire sport. Behalve voor consumptie is de geep ook geschikt als aas voor soortgenoten en andere vissoorten als makreel en fint. Andere bekende benamingen zijn 'paling met snavel' en 'pijl van Neptunus'.

 

Waar en wanneer?

Geep - Perfect te vangen aan kunstaas!De geep wordt niet alleen dicht onder de kust gevangen, maar ook in open zee. Goede stekken langs de kus zijn de kop van Walcheren tot diep in de Oosterschelde, soms ook vanaf de Brouwersdam, de zeekant van de pier van Hoek van Holland, de Scheveningse havenhoofden, de pieren van IJmuiden, de zeedijk bij Den Helder, de Afsluitdijk en de Waddenkust tot aan de Eemsmond, inclusief de havens van Harlingen en Lauwersoog. Vanaf boten vangt men hem in de Oosterschelde, Noordzee en Waddenzee.

 

De geep verschijnt vaak al half april in ons kustwater, maar is meestal pas eind april/begin mei te vangen. En die vangkans eindigt weer half oktober. Hoewel de soort een enkele keer op de bodem of op half water wordt gevangen, is het toch vooral een oppervlaktevis. Eén die niet alleen dicht onder de kust, maar ook in open zee wordt gevangen. Sterke getijdenstromingen wordt gemeden, maar een beetje 'trek' mag er wel staan. Het begin en einde van de vloed en eb zijn daarom gunstig. Het zijn vissen voor een rustige zee en mooi weer. Lopen er flinke golven dan aast de geep niet.

 

Hengelmateriaal?

Geep - Een spinhengel is al voldoende!Veruit de meeste geepvissers vissen met een speciale geepdobber. En hoewel je die best aan een zware zeehengel kunt hangen, is het natuurlijk veel leuker om die dobber te combineren met een niet te korte spinhengel, een matchhengel of een karper[pen]hengel. Daarop een niet te zware werpmolen gevuld met maximaal 25/00 nylon of vergelijkbaar Dyneema en eventueel daaraan een voorslag van 30/00 voor het wegzetten van de geepdobber.

 

Lood en onderlijnen zijn begrippen die bij het geepvissen niet opgaan, aangezien men deze vis niet met een paternoster en daaraan een werplood kan bevissen. Geep bevist met een aërodynamische dobber met een ingebouwd werpgewicht. Iwan Garay ontwikkelde jaren geleden de beroemde Stabilo werpdobber en inmiddels is deze geepdobber door velen nagemaakt en onder verschillende namen op de markt gebracht. Onder de dobber komt een lange wapperlijn van 100 tot 125 cm zonder lood en aan het eind een niet te grote haak nr. 8 of 6. Aan de meeste geepdobbers zit aan zowel de onder- als bovenkant een oogje. Door zowel de hoofdlijn [of voorslag] als de haaklijn aan het bovenste oog te bevestigen en tijdens de worp steeds de lijn af te remmen voordat de dobber het water raakt, komt de [haak]lijn zelden in de knoop. De dikte van de nylon haaklijn bedraagt 25/00 tot 30/00.

 

Perfecte dobbers voor het vissen op geep!

Geepdobbers

 

Perfecte onderlijn voor het vissen op geep!

perfecte montage voor geep

 

Aas?

Geep - Het blijft een intrigerende vis!Geep voedt zich vooral met kleine visjes en is daardoor uitstekend te vangen aan een smal reepje vis van hooguit een halve centimeter breed en vijf centimeter lang. Ook aan een klein zeebliekje of zandspiering, een reepje spek, gerookte zalm en runderhart wordt hij echter gevangen. En wellicht het allerbeste aas is een witte zandzager [witje], die slechts met de kop op de haak wordt geprikt. Dit tere aas dient wel voorzichtig te worden ingeworpen. Aan zeepieren en gewone zagers is de kans geep te vangen minimaal. Naast dit natuurlijke aas is het soms mogelijk om gepen aan een spinhengel met daaraan een klein lepeltje, twister of jig te vangen. Men kan het zelfs een keer proberen met de vliegenhengel.

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.nl