Bot - Een meester in camouflage!

Platichthys flesus, Bot, Flounder, Flunder, Butt, Skrubba, Skrubbe, Kampela, Flundra'Was het wat?', zomaar een vraag aan een zeevisser op een parkeerplaats bij Den Oever. 'Niks bijzonders, slechts een stuk of 10 botten', is het antwoord. Toch wel met enige trots laat de hengelaar de grootste exemplaren zien. Onmiskenbaar bot: een wat langwerpige platvis met een groenbruine rug, een rij duidelijk voelbare knobbeltjes langs de zijlijn en hier en daar wat roestbruine vlekken. Opvallend is ook dat de witte buik van een paar vissen hier en daar wat donkere plekken vertoont.

 

Nu mag de vangst van een bot als niets bijzonders worden gekenmerkt, de bot zelf is echter wel degelijk een bijzondere vissoort. Bot is bijvoorbeeld een van de weinige zeevissen die zonder problemen het zoete water opzwemt. Niet zomaar een stukje de riviermonding in of eventjes heen en weer door de sluizen in de Afsluitdijk. Nee, botten treffen we zelfs in de Veluwerandmeren en in de Rijn tot voorbij Basel aan. Waarom sommige botten het zoete water opzoeken is niet bekend, in ieder geval niet zoals de zalm om te paaien, dat doen ze namelijk alleen in het zoute water. Wel is de bot een vissoort die overal een maaltje bij elkaar weet te scharrelen, dus ook in het zoete water.

 

Platichthys flesus, Bot, Flounder, Flunder, Butt, Skrubba, Skrubbe, Kampela, FlundraKijken we naar de menukaart van de bot, dan valt op dat deze behoorlijk gevarieerd is. Naast bodemdieren zoals wormachtigen, garnalen, vlokreeften en [in het zoete water] muggenlarven, wordt ook vis gegeten. Vooral grotere botten ontpoppen zich soms als echte roofvissen, die zelfs in de bovenste waterlagen jacht maken op spiering, bliek en andere kleine prooivissen.

 

Waar kunnen we bot aantreffen? Hoewel bot tot op dieptes van 100 meter is gevangen, heeft de bot toch een voorkeur voor de ondiepe kustzones. Zelfs volwassen botten voelen zich thuis in kniediep water. Het verspreidingsgebied van de bot strekt zich uit van de Finse Golf, de Oostzee, de Noordzee, Atlantische Oceaan tot zelfs de Zwarte Zee. Het liefdesleven van de bot speelt zich af in de winter en het vroege voorjaar. De bot die wij in onze kustwateren vangen, paait in de zuidelijke Noordzee op dieptes tussen de 20 en de 50 meter.

 

Wanneer de botjes uit het ei komen, zien ze er, net als alle andere jonge platvisjes, uit als gewone vissen. In deze eerste levensfase zijn het ook nog geen bodemvissen, maar voeden ze zich op half water met dierlijk plankton. Na enkele weken zoeken ze het ondiepe water op en begint langzaam maar zeker de bijzondere verandering van 'normale' vis naar platvis.

 

Platichthys flesus, Bot, Flounder, Flunder, Butt, Skrubba, Skrubbe, Kampela, FlundraDe bot staat bekend als een snelle groeier en kan in drie tot vier jaar uitgroeien tot een lengte van 30 cm. De maximale lengte bedraagt waarschijnlijk zo'n 60 cm. Dergelijke reuzenbotten zijn ongeveer negen jaar oud en daarmee hoogbejaard. De wettelijke minimummaat is 20 cm.

 

Voor de zeehengelaar is het verder nog interessant te weten dat bot vaak in schooltjes zwemt. Botten in zo'n schooltje die andere botten zien eten, worden zelf ook vaak actief. De vangst van een bot wordt daardoor vaak gevolgd door meerdere exemplaren.

 

De bot betekent voor velen het begin van een zeeviscarrière. Bot is immers makkelijk te vangen en komt overal voor. Bovendien is de bot samen met de zeedonderpad de laatste de tijdens een strenge winter het ondiepe ijskoude kustwater ontvlucht. Culinair gezien wordt de bot door velen verguisd, maar dat is niet altijd terecht. Kleine botjes zijn prima te bakken en is de vis groot, dan fileert men hem en worden de filets gebakken of gefrituurd.

 

Waar en wanneer?

Een doublet bottenVan de uiterste oosthoek van de Waddenzee tot de Westerschelde kan men bot vangen op zowel een zandbodem als op klei- en slikgrond. Goede stekken zijn: de Eemsmond, de Friese waddenkust tussen Harlingen en Zurich [Hoek van Noord], de Afsluitdijk en vervolgens de Rinkelweelsdijk bij Wieringen. Ook op de Noordhollandse stranden en golfbrekers is hij goed te vangen, maar niet in die aantallen als in de Waddenzee. Hetzelfde geldt voor de pieren van IJmuiden, al heb je daar soms ineens perioden met veel bot. Ook verder naar beneden tot aan Hoek van Holland is altijd wel wat bot te vangen, vooral vlak langs de golfbrekers en in de muien en zwinnen voor het strand.

 

De Nieuwe Waterweg is een uitstekende stek, met name de Rozenburgse kant en de oever tussen Maassluis tot even voorbij de Stormvloedkering. Op de Maasvlakte is de monding van de Nieuwe Waterweg soms een hotspot en dat geldt ook voor de Slufterdam. Topstekken voor grote botten zijn het strand van Rockanje, de Brouwersdam en de zeedijk van de Westerschelde tussen Ellewoutsdijk en Ritthem.

 

Bot vanaf de strekdammen bij PettenBot is het gehele jaar vangbaar, maar voor- en najaar zijn veruit favoriet. In oktober en november eet de bot zich nog even flink vol in het ondiepe kustwater, voor hij naar de diepe Noordzee trekt. Hetzelfde doet hij in april en mei wanneer hij afgepaaid en mager weer onder de kust op krachten moet komen.

 

Bot is het meest actief in stromend water en dat betekent, afhankelijk van de stek waar men vist, opkomend en in mindere mate afgaand water.

 

Bootvissers zullen - de Waddenzee en Oosterschelde uitgezonderd - minder vaak gericht op bot vissen.

 

Hengelsportmateriaal?

Iwan Garay BotlepelBot is een van de weinige vissen die aan alle mogelijke soorten hengels kan worden gevangen. Van de gewone standaardzeehengel en de zeepicker, tot de spinhengel en zelfs de dobber-matchhengel en de vliegenlat. Dat komt omdat hij vaak al op kniediep water zwemt. De meeste zeevissers vissen met een gewone strandhengel van ongeveer vier meter of iets langer. Met een middelzware spinhengel of lichte karperhengel kan je vanaf strand, dijk of golfbreker echter net zo goed uit de voeten, zij het dat die minder geschikt zijn op pieren en havenhoofden met dikwijls grote betonblokken.

 

Hoe lichter men kan vissen, hoe leuker het bothengelen is. Vlak voor de kant onderneemt de bot tijdens het binnenhalen wel eens pogingen te duiken. En dan is het natuurlijk aanpoten geblazen.

 

Een kneiter van een botAan de waddenkust, waar voornamelijk op bot wordt gevist, is een lichte tot middelzware zeehengel voor werpgewichten van 75 tot 100 gram ideaal. Elders langs de kust waar het bovendien sterker kan stromen, vist men veelal met wat zwaardere hengels, die voor eigenlijk alle vissoorten geschikt zijn. Op lichte zeehengels met bijbehorende werpmolens maximaal 30/00 nylon en een voorslag niet dikker dan 50/00 op de molen van de 'universele' strand- of pierhengel 30/00 of 35/00 nylon of een Dyneemalijn en een voorslag van 50/00 tot 60/00.

 

Bot laat zich aan alle mogelijke onderlijnen vangen, maar het bekendst is toch de paternoster voorzien van twee of drie bij voorkeur rode nylon bezemafhouders en daaraan evenzoveel platvishaken. Ook onderlijnen met haaklijnen zonder afhouders doen het vaak goed in sterk stromend water. Is het laatste het geval, dan kan men kiezen voor ankerlood. Maar heeft men de ruimte en geen buren, dan kan een lood zonder ankers dat over de bodem schuift of rolt voor wonderen zorgen. Juist zo'n voorbijschuivende prooi prikkelt de bot buitengewoon. Dat veel botvissers daarom ook nog eens de haaklijnen van hun paternoster bekleden met allerlei bonte kralen en andere blikvangers is niet zo verwonderlijk. Wie met een middelzware spinhengel of lichte karperhengel vist, kan gebruik maken van een wartellood of ringlood van hooguit 30 gram.

 

Aas?

Platichthys flesus, Bot, Flounder, Flunder, Butt, Skrubba, Skrubbe, Kampela, FlundraBot is een felle, actieve rover en is aan vele aassoorten te vangen. Zeepieren en zagers zijn veruit de meest gebruikte aassoorten, maar absoluut topaas zijn witte slijkzagers [witjes] en gewone slijkzagertjes. Op de Waddenzee vist men graag met verse of diepgevroren spiering en verder vangt men soms grote bot aan mesheftschelpen, tappen, zeebliek, steurkrab en kunstaas in de vorm van kleine lepeltjes, spinners, twisters enz. Nog altijd beroemd is de Iwan Garay Botlepel, een soort glimmende schoenlepel, die je over de bodem trekt en waarachter een haak zwabbert, die wordt beaasd met zeepier of zager.

 

Bron: Zeehengelsport

© Onderlijnenvooropzee.com