Op geep met een dobber

 

Geep is net als de makreel een typische zomergast. Zodra de temperatuur van het zeewater begint te stijgen, kondigen de eerste gepen zich al aan. Eerst nog een enkeling maar alras vormen al die enkelingen enorme scholen en beginnen ze de bliek het leven zuur te maken.

 

Waar makreel is, zit ook vaak geep. Zit je gericht op geep, weet dan dat makreel een vaak voorkomende bijvangst is. Andersom ook! Heb je echter een geep gehaakt, dan onderscheidt hij zich toch echt van de makreel. Raast een makreel als een dolle van links naar rechts en van boven naar beneden, de geep blijft zijn strijd voeren in de bovenste waterlagen. Hij vliegt weliswaar ook van links naar rechts, maar dat doet hij dan ook nog eens met enorme sprongen uit het water vandaan. Doet een dolfijn in het dolfinarium van Hardewijk het nog op een fluitje, een geep springt, springt en blijft springen. Een ware sensatie die je lang zal bijblijven.

 

De geep heeft veel bijnamen. Wat dacht je van zeenaald en snavelbek.? Nog zo'n mooie is 'groene samoerai'. Of 'Pijlen van Neptunes'. Ook zijn er mensen die hem 'groengraat' noemen. Die laatste kan ik uitleggen. Het is namelijk zo dat de geep een groene graat heeft. Het grappige is dat er weinig mensen zijn in Nederland die zich de geep goed doen smaken. En dat allemaal vanwege die groene graat. Eerlijk is eerlijk, de meeste gepen die wij hier in de Noordzee vangen, zijn over het algemeen wel redelijk lang, maar erg dun. Er zit dus niet heel veel vlees aan. Als je hem helemaal schoongemaakt hebt, houd je maar een flietertje vlees over. Bij de meeste vissen kan je zeggen dat je bij het schoonmaken ongeveer twee/derde van de vis weggooit. Er blijft dan dus een/derde van de vis over om op te eten. Ik denk dat je van een geep ongeveer drie/vierde weggooit en een/vierde van de geep overblijft om op te eten. Dat is niet veel. In Denemarken en Noorwegen daarentegen vang je gepen met het predicaat 'supergeep'. Lang, groot en dik! Daar zit echt wel vlees aan. Gerookt schijnen ze heerlijk te zijn. Weet wat jij je op de hals haalt als je besluit om een geep mee te nemen voor de pan.

 

Het vissen op geep is echter sportvissen pur sang. Het kan zelfs met een karperhengel, maar beter is het om een mooie lange spinhengel te pakken met daarop een bijpassende spinmolen. Gevlochten draad is prima als je onderlijn maar van nylon of fluorocarbon is. Het mooiste is om de geep te belagen met een speciale geepdobber. Er zijn er die zweren bij een lepeltje of spinner, maar mijn voorkeur gaat gewoon uit naar de geepdobber. Ik vind het fantastisch als die dobber van het een op het andere moment er vandoor gaat. Onder die dobber zet ik ongeveer anderhalf à twee meter fluorocarbon met een enkele vlijmscherpe dunne langstelige haak. Geep heeft een stevige bek en is moeilijk te haken. Vraag aan je favoriete hengelsportwinkelier welke haken hier aan voldoen. Het beste aas voor geep is een reepje geep. Maar ja, dan moet je er eerst wel eentje vangen. Goede alternatieven zijn reepjes makreel en zalm. Heb je dat allemaal niet bij je, dan doet de zager het beter dan de zeepier.

 

Geep vang je echt overal. Ben je met je eigen kleine boot geankerd aan het vissen, gooi dan ook je spinhengeltje met die dobber even uit. Je hoeft niet eens te kijken, hij verraadt zichzelf met al zijn sprongen. Rondom havenhoofden, zoals de pieren bij IJmuiden en Wijk aan Zee komen ze op gezette tijden massaal binnen werpafstand. En bij ons vanaf het strand in Castricum zijn ze heel goed te vangen in de zwinnen. Zeebaars, fint en makreel zijn dan vaak je bijvangsten. Dus......, wat let je? Laat je pook eens thuis en ga eens lekker spinneren op geep. Eenmaal één gevangen en je bent verkocht! 

 

Bron: Onderlijnenvooropzee.com
© Onderlijnenvooropzee.com